Amerikaanse marine neemt gekaapte olietanker in

Een speciale eenheid van de Amerikaanse marine heeft zondagnacht een olietanker in de Middellandse Zee overgenomen. Het schip was al meer dan een week bezet door drie Libische militanten, die met meer dan tweehonderdduizend vaten olie de Libische haven Es Sidr verlieten. Bij de actie vielen volgens het Pentagon geen gewonden: het schip is nu op de terugweg naar Libië.

  • Chief Mass Communication Specialist Kathryn Whittenberger De speciale eenheid "Navy SEALs" van de Amerikaanse marine enterden de Morning Glory op zondagnacht, in de Middellandse Zee. Chief Mass Communication Specialist Kathryn Whittenberger

‘Niemand raakte gewond toen de Amerikaanse troepen gisterenavond, op verzoek van zowel de Libische als de Cypriotische regering, aan boord gingen en de controle overnamen van de commerciële tanker Morning Glory, een staatloos vaartuig in beslag genomen door drie gewapende Libiërs eerder deze maand,’ deelde het Pentagon maandagochtend in een persverklaring mee.

Zaterdag ontstond verwarring toen rebellen zeiden dat de tanker zijn – onbekende – eindbestemming al had bereikt, en de Libische minister van Justitie verklaarde dat het schip zich in internationale wateren ten zuidoosten van Cyprus bevond. De Morning Glory zal nu dus onder toezicht van Amerikaanse mariniers terugkeren naar Libië.

Amerikaanse inmenging

 ‘Blij dat we in staat waren om positief te reageren op het verzoek om hulp van Libië bij het voorkomen van illegale verkoop van haar olie op een staatloos schip,’ tweette de Amerikaanse ambassadeur in Libië Deborah Jones tweette maandagochtend.

Jen Psaki,  woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, waarschuwde in een persverklaring dat de olie aan boord eigendom is van de Libyan National Oil Company en een aantal Amerikaanse bedrijven. De verkoop ervan zonder hun toestemming leidt tot burgerlijke aansprakelijkheid, boetes en andere mogelijke sancties in meerdere rechtsgebieden.

De Morning Glory voer oorspronkelijk onder Noord-Koreaanse vlag en lag aangemeerd in de haven van Es Sidr. De haven is een van de drie die gecontroleerd worden door Libische rebellen: de zelfverklaarde overheid van Barqa eist meer autonomie.

Sinds het einde van het Gaddafi-regime in 2011 scheurden rebellengroepen zich af van de overheid waarmee ze samen de dictator hadden afgezet. De nieuw gevormde milities willen een groter aandeel van de olie-inkomsten.

Libische marine genekt door slecht weer

De rebellen slaagden erin 234 000 olievaten op de tanker te laden en op maandag 10 maart de haven in het oosten van Libië te verlaten. Verschillende media berichtten toen dat het schip kon ontsnappen terwijl de Libische marine het schip uit de haven escorteerde, ondanks toestemming van de overheid om de tanker te beschieten.

Volgens leden van het Algemene Nationale Congres (GNC) in het Arabische nieuwsagentschap Al Jazeera konden de kleine marineschepen de tanker niet naar internationale wateren volgen wegens slecht weer. De impasse tussen de rebellen en de overheid kostte hen aan het einde van 2013 al meer dan zes miljard dollar.

De Cypriotische pers meldde op zaterdag dat drie verdachten moesten worden vrijgelaten, na een vermoeden van illegale aankoop van olie vanop het schip. Het vermeende misdrijf werd zeventien kilometer buiten hun jurisdictie gepleegd, waardoor de klacht niet-ontvankelijk voor het Cypriotische recht werd verklaard.

Staatloos schip in internationale wateren

Het is ongewoon dat een olietanker onder leiding van rebellen Libië kan verlaten. Ze weigerden om olie te verkopen namens de overheid, maar wilden wel onder eigen naam. Schippers hebben schrik om met rebellen samen te werken omwille van vervolgingen en het belanden op een zwarte lijst.

Op woensdag 12 maart werd duidelijk dat de Noord-Koreaanse vlag op het schip was toegekend aan een Egyptisch bedrijf in Alexandrië, dat een tijdelijk contract met Pyongyang had.

Volgens het Korean Central News Agency dicht Noord-Korea de schuld van het incident dan ook toe aan het Egyptische bedrijf. De registratie van het schip werd dan ook geannuleerd aangezien het schip hiermee de wet op registratie en verbod op vervoer van smokkelwaar overtrad.

Eerste minister betaalt gelag

Toen in juli 2013 bewakers belangrijke terminals sloten, beschuldigden ze de autoriteiten van corruptie en eisten een eerlijker verdeling van de olieopbrengsten. Sindsdien staat de de Libische interim-regering onder toenemende druk om de orde te herstellen.

Het voorval met de olietanker onderstreept nog eens deze fragiele toestand. Minster van olie Omar Shakmak noemde het een “daad van piraterij”, en op 11 maart diende een verbitterd parlement een motie van wantrouwen in tegen premier Ali Zeidan, die vluchtte naar Europa. Momenteel vervangt minister van Defensie Abdullah al-Thinni zijn ambt.

Volgens Al Jazeera vertelde Zeidan aan het televisiestation Libya Ahrar op zaterdag dat bondgenoten hem adviseerden het land te verlaten omwille van veiligheidsredenen, en dat zijn politieke rivalen de stemming voor de motie van wantrouwen verkeerd hadden geteld.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift