Argentinië heeft aanslag van 1994 nog niet verteerd

Argentinië heeft de bijzonder bloedige terroristische aanslag van 1994 nog steeds niet verteerd. De verdeeldheid onder de nabestaanden is groot.

Wally Gobetz (CC BY-NC-ND 2.0)

Een gedenkschildering in Buenos Aires ter herinnering aan de bomaanslag van 18 juli 1994

Op 18 juli 1994 ontplofte een bomauto aan de AMIA (Asociación Mutual Israelita Argentina), een joods centrum in Buenos Aires. Het kostte 85 mensen het leven. Vijf Iraniërs zouden achter de aanslag zitten, maar nog steeds is niemand veroordeeld.

Grootste joodse gemeenschap

‘Na 23 jaar lacht de straffeloosheid ons in ons gezicht uit’, zegt Jennifer Dubin, die acht was toen ze haar vader verloor bij de aanslag. ‘Er zijn ondertussen al zoveel regeringen gepasseerd en allemaal hebben ze beloftes gedaan, maar niemand lag echt wakker van de aanslag tegen de AIMA.’

Dubin nam dinsdag deel aan de centrale herdenkingsplechtigheid bij de heropgebouwde AIMA. Ze was georganiseerd door de joodse koepelorganisatie DAIA (Delegación de Asociaciones Israelitas Argentinas).

Argentinië heeft de grootste joodse gemeenschap van Latijns-Amerika. Het land ving sinds het einde van de negentiende eeuw de joden op die massaal het antisemitische Rusland ontvluchtten.

Vijf Iraniërs

Net zoals bij de vorige verjaardag kozen twee andere organisaties van nabestaanden ervoor eigen plechtigheden te houden. Ze hebben felle kritiek op de houding van de joodse koepelorganisatie in het gerechtelijke onderzoek.

Het onderzoek naar de aanslag staat nog even ver als op de eerste dag. Voor ons is wie de zaak toedekte even verantwoordelijk als wie de bom plaatste.’

Marcos Peña, kabinetschef van de regering-Macri, woonde de plechtigheid aan de AIMA bij. Hij bevestigde dat president Mauricio Macri een speciale wet voorbereidt die een proces mogelijk maakt zonder dat de vijf verdachte Iraniërs aanwezig zijn. Vandaag kan zo’n proces niet.

‘Wij zijn daar absoluut tegen’, zegt Adriana Reisfel van Memoria Activa, een van de organisaties die kritisch is voor DAIA. Een proces zonder de verdachten zou deze zaak niets bijbrengen, zegt ze. ‘Er zijn geen getuigen of bewijzen om ze bij verstek te veroordelen. Het onderzoek naar de aanslag staat nog even ver als op de eerste dag. Voor ons is wie de zaak toedekte even verantwoordelijk als wie de bom plaatste.’

Proces tegen oud-president

Binnenkort valt wel een gerechtelijke uitspraak in deze zaak, niet tegen wie de aanslag zou hebben beraamd of uitgevoerd, wel tegen wie het onderzoek zou hebben gedwarsboomd.

Op de beklaagdenbank zitten onder meer Carlos Menem, die president was op het moment van de aanslag, zijn minister van Inlichtingen Hugo Anzorreguy, en de magistraten Juan José Galeano, Eamon Mullen en José Barbaccia.

Hun onderzoek leidde naar een groep politieagenten en een heler van gestolen auto’s. Ze heetten de ‘lokale connectie’ van de Iraniërs te zijn.

Maar het proces tegen hen liep in 2004 af met een sisser. Ze werden allemaal vrijgesproken. Bovendien waren er tijdens het onderzoek heel wat ongeoorloofde zaken gebeurd. Zo had de heler 400.000 dollar gekregen om de agenten te beschuldigen.

Interpol

Het brein achter de aanslag zou Iran geweest zijn, via de Libanese islamistische organisatie Hezbollah.

Het Argentijnse gerecht vaardigde in 2006 een internationaal aanhoudingsbevel uit tegen de vijf Iraniërs. Die waren op het moment van de aanslag in dienst van de Iraanse regering of werkten op de ambassade in Buenos Aires.

Twee maanden geleden nog vroeg de onderzoeksrechter aan Interpol om de hoogste prioriteit aan de zaak te geven en de vijf aan te houden zodra ze Iran verlaten. Iran ontkent elke betrokkenheid. Het weigert de vijf te arresteren en uit te leveren.

Onderzoek naar Cristina Fernández

In februari startte ook een onderzoek naar oud-president Cristina Fernández (2007-2015). Destijds ondertekende ze een geheim akkoord met Iran. Dat leidde tot de oprichting van een “waarheidscommissie”, met vertegenwoordigers van beide landen, met zelfs een reis van een Argentijnse rechter naar Teheran, waar hij verklaringen afnam van de vijf verdachten.

Voor aanklager Alberto Nisman was het akkoord met Iran het sein om in actie te komen tegen Cristina Fernández zelf, die hij beschuldigde van belemmering van de rechtsgang. Maar op 18 januari 2015, kort voor hij hierover in het parlement uitleg zou komen geven, werd hij dood aangetroffen met een kogel in het hoofd. Het gerecht helderde nooit op of het om een moord of een zelfmoord ging.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en wordt proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift