Verstoring van leefgebied is één van de oorzaken

Bedreigde orang-oetan kampt met nieuw obstakel: malaria

publicdomainpictures.net

Bij de ernstig bedreigde orang-oetans in Borneo wordt steeds vaker malaria vastgesteld. In verschillende gevallen leidde dat al tot ernstige ziekte, wat verregaande gevolgen kan hebben voor de inspanningen om deze mensapensoort te redden.

De jonge vrouwelijke orang-oetan Rahayu kwam met hoge koorts en bijna comateus toe in een revalidatiecentrum op het Indonesische deel van het eiland Borneo. Dat vertelt Karmele Llano Sanchez, programmadirecteur bij het Indonesische filiaal van International Animal Rescue (IAR). Dierenartsen dachten meteen aan een ernstig geval van cerebrale malaria, en ze begonnen met de behandeling. Rahayu herstelde van de ziekte, maar ze kreeg haar gezichtsvermogen nooit terug.

Samen met andere bevindingen die bevestigen dat malaria ernstige ziekten kan veroorzaken bij orang-oetans, werd Rahayu’s geval door onderzoekers gerapporteerd in het medisch vakblad Malaria Journal. ‘Er was voorheen geen wetenschappelijk bewijs dat malaria echt een ziekte was bij orang-oetans’, vertelt Llano Sanchez, hoofdauteur van de paper.

‘Er was voorheen geen wetenschappelijk bewijs dat malaria echt een ziekte was bij orang-oetans.’

Tussen 2017 en 2021 hebben Llano Sanchez en haar team monsters genomen van de ernstig bedreigde Borneose orang-oetans (Pongo pygmaeus) in het reddings- en rehabilitatiecentrum van IAR in de provincie West Kalimantan. Maar liefst 89 van de 131 orang-oetans testten positief op malaria, veroorzaakt door de parasiet Plasmodium pitheci. Bij 14 procent van de onderzochte dieren leidde malaria tot ‘matige tot ernstige ziekte’.

Potentieel dodelijk

Het geval van Rahayu ligt in het extreme van hoe een ernstige ziekte eruit kan zien bij orang-oetans, zegt Llano Sanchez. Alle besmette orang-oetans die een klinische ziekte ontwikkelden, reageerden goed op de behandelingen. Dat is een belangrijke bevinding op zich, vindt ze.

‘Ik denk dat het zeer waarschijnlijk is dat ze zonder behandeling zouden kunnen sterven’, zegt Llano Sanchez. ‘Ik denk dat we echt moeten overwegen dat deze ziekte potentieel dodelijk is voor orang-oetans.’

Er is vooral bezorgdheid over de mogelijke gevolgen voor jonge dieren, zoals Rahayu. Ook voor zwangere vrouwtjes in het wild zou de ziekte gevaarlijk kunnen zijn. Op dit moment zijn er echter geen aanwijzingen voor sterfte in wilde populaties door malaria. ‘Is het een bedreiging voor het behoud van de orang-oetans of niet? Nou, we weten het niet’, zegt Llano Sanchez. ‘Maar ik denk dat deze paper duidelijk maakt dat we moeten proberen meer te weten te komen.’

Er is geen bewijs dat de parasiet die orang-oetans aantast, overdraagbaar is op mensen, voegt ze eraan toe. Omgekeerd is het ook niet bewezen dat malaria die bij mensen voorkomt de sprong naar orang-oetans heeft gemaakt.

Dat is goed nieuws, want dat geldt niet voor andere mensapen, zoals chimpansees, zegt Juan Lapuente, hoofd van het Comoé Chimpanzee Conservation Project in Ivoorkust. ‘Aan de andere kant suggereren de hoge prevalentie en het feit dat veel besmette orang-oetans ernstig ziek geworden zijn, dat deze infectie een risico vormt voor het behoud van deze populaties in revalidatiecentra.’

Herintroductie in het wild

Hoewel de studie licht werpt op de mogelijke ernst van de ziekte, roept het ook verdere vragen op: wat zit er achter de enorm verschillende ernst van de gevallen; hoe zou verstoring van de leefomgeving de immuniteitsniveaus kunnen beïnvloeden; en hoe moeten natuurbeheerders omgaan met orang-oetans in rehabilitatiecentra die positief testen op malaria.

Controle op ziekten en ziekteverwekkers is ‘van cruciaal belang voor het behoud’.

Het behoud van de ernstig bedreigde soort hangt voor een groot deel af van het terugbrengen van gerehabiliteerde orang-oetans naar het wild en de verplaatsing van exemplaren naar andere gebieden om de populaties te versterken.

Daarbij is controle op ziekten en ziekteverwekkers ‘van cruciaal belang voor het behoud’, zegt Marc Ancrenaz, een dierenarts gespecialiseerd in wilde dieren en wetenschappelijk directeur van Hutan, een ngo voor natuurbehoud in Maleisisch Borneo.

Dat betekent dat ze bepaalde voorzorgsmaatregelen moeten hanteren, zoals het testen van dieren vooraleer ze verplaatst of vrijgelaten worden. ‘Orang-oetans met deze ziekteverwekker mogen niet worden beschouwd als kandidaten voor translocatie naar natuurlijke habitats, omdat deze ziekte kan terugkeren of chronisch kan zijn en ernstige gevolgen kan hebben voor wilde orang-oetans’, zegt hij.

Een eerdere studie gaf ook aan dat de prevalentie van malaria in revalidatiecentra veel groter kan zijn dan in het wild, vanwege hogere concentraties orang-oetans. In een ander onderzoek waarschuwden onderzoekers, waaronder Ancrenaz, dat translocatie van in gevangenschap levende en wilde orang-oetans zonder medische screening ‘aanzienlijke risico’s voor de overdracht van infectieziekten en het behoud van wilde populaties’ kan opleveren.

Llano Sanchez vindt echter dat het te vroeg is om mogelijke conclusies uit dit werk te trekken totdat er verder onderzoek is gedaan naar malaria en wilde populaties. ‘Dit is een zeer belangrijke bevinding en het is een goede stap om meer te weten te komen over de epidemiologie van de ziekte’, zegt ze. ‘Maar ik voel me niet in een positie om strikte aanbevelingen te doen over rehabilitatie of herintroductie van malaria.’

Verstoring leefgebied

Onderzoekers zijn het dus niet eens over de implicaties van deze bevindingen voor het natuurbehoud. Wel is er consensus dat de huidige en toekomstige verstoring van het leefgebied van orang-oetans waarschijnlijk epidemiologische gevolgen zal hebben.

‘Het is te vrezen dat dit type ziekte steeds vaker zal voorkomen omwille van de drastische veranderingen in de gebieden waar wilde orang-oetans voorkomen.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Het is te vrezen dat dit type ziekte steeds vaker zal voorkomen omwille van de drastische veranderingen in de gebieden waar wilde orang-oetans voorkomen’, schrijft Ancrenaz.

‘Deze veranderingen in het landgebruik zullen het risico vergroten dat orang-oetans worden blootgesteld aan opkomende ziekten. Het is dus essentieel om te proberen op te sporen welke ziekten deze populaties kunnen treffen.’

Klimaatverandering, fragmentatie van bossen, verlies van biodiversiteit - al die effecten op de natuurlijke omgeving kunnen veranderingen veroorzaken, niet alleen in het gedrag van wilde soorten zoals orang-oetans, maar ook in de epidemiologie van ziekten zoals malaria, zegt Llano Sanchez.

Hoe muggen, die de malariaparasieten overbrengen, reageren op deze veranderingen en de bijbehorende gevolgen voor dieren in het wild, blijft een open vraag.

‘Ik denk dat het heel duidelijk is dat dierenartsen nu de verantwoordelijkheid hebben om echt meer onderzoek te doen naar ziekteverwekkers en ziekten in het wild en hun belang voor natuurbehoud’, aldus Llano Sanchez.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Mongabay.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3260   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift