Belgische journaliste toegang tot Israël geweigerd

‘Heb jij geschreven dat Israëlische soldaten Palestijnse kinderen kidnappen?’ ‘Nee’, antwoord ik, ‘ik schreef dat ze soms Palestijnse minderjarigen arresteren.’ Mijn drie Israëlische ondervragers staren me aan. Het is ondertussen twee uur geleden dat ik aankwam op de luchthaven van Tel Aviv. Zeven uur later zou ik gedwongen op een vliegtuig worden gezet met de stempel ‘entry denied, Ben Gurion Airport’ in mijn paspoort.

  • Nilfanion (cc by 2.0) Nilfanion (cc by 2.0)
  • Paolo Cuttitta (CC BY 2.0) Tal van geruchten gaan de ronde in Palestina: over spionnen, over hoe de grenswacht informatie verzamelt, over hoe ze je e-mail zouden hacken, over wat er gebeurt wanneer je paspoort gescand wordt aan een Israëlisch checkpoint. Iedereen lijkt te weten hoe de vork aan de steel zit, maar uiteindelijk blijft het gissen. Paolo Cuttitta (CC BY 2.0)
  • Israel Defense Forces (CC BY-SA 2.0) Israël heeft liever geen pottenkijkers die hun entourage in het buitenland op de hoogte houden van de acties van het leger in de bezette gebieden en de situatie van de Palestijnse bevolking. Israel Defense Forces (CC BY-SA 2.0)
  • Peter Mulligan (CC BY 2.0) Werk van Banksy vlakbij Al Quds University. Peter Mulligan (CC BY 2.0)

‘Heb je dan ooit een soldaat een Palestijns kind zien arresteren?’ bijt mijn ondervrager me toe. ‘Nee, ik heb het nooit zelf zien gebeuren.’

‘Waarom schreef je er dan over?’ ‘Ik baseerde mijn verhaal op onderzoek van internationale en lokale ngo’s.’

‘Praatte je erover met de plaatselijke bevolking?’ ‘Ja.’

‘Waarom deed je dat?’ Geveinsde teleurstelling klinkt door in de stem van mijn ondervraagster. ‘We hebben je artikels gelezen en we vinden ze heel eenzijdig’, gaat ze verder. ‘Het is duidelijk voor ons dat je je kant gekozen hebt in dit conflict.’

‘Bij mijn terugkeer naar Israël wachtte me een nacht vol intimidatie en ondervragingen.’

Tot mijn uitzetting werkte ik als vrijwilliger voor Al Quds University’s media-instituut in Jerusalem en woonde ik in Ramallah, op de bezette Westelijke Jordaanoever. Mijn taak was het uitbouwen van een Engelstalige website waarop Palestijnse inwoners van Jeruzalem over hun stad konden berichten voor een internationaal publiek.

Als vrijwilliger verbleef ik in Israël/Palestina met een toeristenvisum, waardoor ik na drie maanden het land even uit moest om mijn visum te verlengen.

Maar bij mijn terugkeer naar Israël wachtte me een nacht vol intimidatie en ondervragingen, waarna me de toegang tot Israël en de Palestijnse gebieden voor tien jaar ontzegd werd. Of het mijn artikels waren die de doorslag hebben gegeven of niet, ik zal het nooit zeker weten.

Israel Defense Forces (CC BY-SA 2.0)

Israël heeft liever geen pottenkijkers die hun entourage in het buitenland op de hoogte houden van de acties van het leger in de bezette gebieden en de situatie van de Palestijnse bevolking.

Paranoia

Ik kende het risico. De afgelopen twee jaar heb ik persoonlijk veertien mensen leren kennen die de toegang tot Israël geweigerd werd. Sommigen studeerden Arabisch aan Birzeit University, anderen waren journalist in de bezette Palestijnse gebieden of gingen er onderzoek doen voor hun thesis. Twee van hen hadden een Palestijns lief en drie van hen de ‘pech’ een Palestijnse ouder te hebben.

Zou ik dit wel schrijven? Wat als ze dit lezen de volgende keer ik de grens oversteek, zouden ze me dan nog binnenlaten?

Israël heeft liever geen pottenkijkers die hun entourage in het buitenland op de hoogte houden van de acties van het leger in de bezette gebieden en de situatie van de Palestijnse bevolking.

Bij elke publicatie begon ik dan ook te twijfelen. Zou ik dit wel schrijven? Wat als ze dit lezen de volgende keer ik de grens oversteek, zouden ze me dan nog binnenlaten? Hoeveel weten de inlichtingendiensten over mij? Weten ze überhaupt wel iets over mij?

‘Zou je je echte naam wel op je visitekaartje laten zetten?’ vraagt een collega me. ‘Je weet nooit bij wie het terechtkomt of wie die informatie doorgeeft. Ik wil niet dat je in de problemen komt aan de grens.’ Heeft hij gelijk? Of is hij gewoon paranoïde? Kan ik iedereen rondom me wel vertrouwen?

Tal van geruchten doen de ronde in Palestina: over spionnen, over hoe de grenswacht informatie verzamelt, over hoe ze je e-mail zouden hacken, over wat er gebeurt wanneer je paspoort gescand wordt aan een Israëlisch checkpoint. Iedereen lijkt te weten hoe de vork aan de steel zit, maar uiteindelijk blijft het gissen. De onzekerheid en de willekeur jagen angst aan.

Journalist in Palestina: intimidatie en geweld

Mijn Palestijnse collega’s voeren op de bezette Westelijke Jordaanoever geen zorgeloze job uit als journalist. Bij protestacties vormen ze regelmatig het doelwit van Israëlische soldaten. Zo werd mijn collega Shatha in maart nog in het been geschoten met een traangasgranaat terwijl ze de protesten in Silwad, ten oosten van Ramallah, in beeld bracht. ‘Ze hebben niet graag dat de pers naar Silwad komt’, vertelt ze me.

Het is niet de eerste keer dat journalisten in Silwad gewond geraken. Op dit filmpje is te zien hoe journalisten van dichtbij beschoten worden met rubberen kogels tijdens een betoging in oktober 2014.

 

Gelijkaardige beelden van enkele weken geleden tonen hoe een Israëlische soldaat een steen gooit naar fotojournalist Haim Schwarczenberg toen deze op vrijdag 24 april verslag uitbracht van de protesten in Nabi Saleh. ‘Een van de soldaten verscheen plots achter ons en riep: ‘Ga weg voor ik op jullie schiet’, vertelde Schwarczenberg aan +972 Magazine. Wanneer Schwarczenberg wegwandelt, loopt de soldaat hem achterna en duwt hem tegen de grond.

 

Een woordvoerder van het Israëlische leger reageerde dat de fotografen in Nabi Saleh tussen de soldaten en de demonstranten in stonden en herhaaldelijk het bevel hadden gekregen om afstand te houden. Wanneer ze dit niet deden, zouden de soldaten gebruik gemaakt hebben van ‘proportioneel geweld’. ‘Het IDF [Israëlisch leger] doet alles in haar macht om persvrijheid [in de West Bank] te verzekeren, maar zal niet toestaan dat de pers de wet schendt of IDF-eenheden schaadt’, verklaarde hij.

Afgelopen zomer kwamen ook vijftien journalisten en persmedewerkers om bij Israëlische bombardementen op de Gazastrook.

Israël is verantwoordelijk voor 351 van de 465 schendingen van de persvrijheid in Gaza en de West Bank die Palestijnse ngo MADA in 2014 oplijstte. De meest voorkomende schendingen waren aanval en verwonding, arrestatie, het beschieten van de redactie of de woning van journalisten, het voorkomen van berichtgeving en het vernielen van persmateriaal.

Afgelopen zomer kwamen ook vijftien journalisten en persmedewerkers om bij Israëlische bombardementen op de Gazastrook volgens Reporters Without Borders.

De Palestijnse autoriteit begaat eveneens schendingen van de persvrijheid in de Palestijnse gebieden. Volgens MADA waren het er vorig jaar 114. Het ging hier voornamelijk om aanval en verwonding, arrestatie en ondervraging, voorkomen van berichtgeving en bedreiging.

Zo arresteerden de Palestijnse veiligheidsdiensten op 2 maart Mutassim Qurmsh, een laatstejaarsstudent journalistiek aan Al Quds University, en ondervroegen hem over zijn Facebookberichten.

Een bevolking monddood maken

Kritische berichtgeving voorkomen gaat echter verder dan enkel intimidatie en geweld. Een bevolking monddood maken doe je ook door zijn universiteiten aan te vallen. Wanneer de ‘vijand’ niet de juiste vaardigheden kan aanleren om op gefundeerde wijze zijn mening te uiten, wordt het aanzienlijk makkelijker om de mediaoorlog te winnen.

Palestijnse journalisten en bloggers bereiken in vergelijking met Israëli’s minder vaak een westers publiek. De Palestijnse stagiaires waarmee ik samenwerkte, waren allemaal afgestudeerd met een universitair diploma journalistiek of Engels.

Universiteiten in de bezette Westelijke Jordaanoever zijn regelmatig het slachtoffer van Israëlische raids.

Toch slaagden ze er niet in het nodige onderzoek te doen om een samenhangend artikel te publiceren en waren ze niet in staat om een logische tekst op te bouwen in correct Engels. Ik begon me af te vragen in hoeverre dit aan de kwaliteit van het hoger onderwijs lag.

Universiteiten in de bezette Westelijke Jordaanoever zijn regelmatig het slachtoffer van Israëlische raids. Tussen 19 en 22 juni 2014 bestormde het leger nog vijf Palestijnse campussen. Soldaten vernielden toen de toegangspoorten, confisqueerden computers en documenten en arresteerden studenten en personeel.

Ook in Gaza werden volgens de Verenigde Naties elf campussen beschadigd door Israëls bombardementen afgelopen zomer.

Peter Mulligan (CC BY 2.0)

Werk van Banksy vlakbij Al Quds University.

Ook de beperkingen van de bewegingsvrijheid van Palestijnen tijdens periodes van relatieve “rust”, maken het studenten soms moeilijk om hun campus te bereiken. Daarnaast ondergaan zowel studenten als leerkrachten regelmatig treiteringen, intimidatie en geweld door soldaten en Israëlische kolonisten.

Volgens de ngo Middle East Alliance (MECA) hebben de aanhoudende Israëlische belemmeringen van het Palestijnse onderwijs het academische niveau de afgelopen jaren aanzienlijk doen dalen. De organisatie beschouwt het geweld tegen universiteiten als een ‘expliciete aanval tegen de intellectuele vrijheid en de ontwikkeling van de Palestijnse capaciteit voor zelfbeschikking’.

Universiteiten zijn plekken van debat, maatschappelijke organisatie en politieke expressie waar toekomstige leiders gevormd worden. Kwaliteitsvol hoger onderwijs draagt bij aan kritische berichtgeving en is essentieel voor de toekomst van een mogelijke Palestijnse staat.

Meer uit het dossier Persvrijheid bedreigd

© Jan Crab
Het laatste jaar gingen in Vlaanderen enkele rechters van eerste aanleg iets te gemakkelijk uit de bocht, door bijna systematisch censuur toe te passen vooraleer een artikel of reportage zelfs maar
CC Presidential Office (CC BY-NC-ND 2.0)
‘De president die naar me staart. Ik ben verdacht. De enige blanke.
© Michèle Sennesael
Het kanaal dat de Stille met de Atlantische oceaan zal verbinden wordt het grootste infrastructurele project in de menselijke geschiedenis.
CC Eric Drooker (CC BY 2.0)
De Internationale Dag voor de Persvrijheid is dit jaar wellicht aanleiding om weer uitgebreid naar het recht om te beledigen te verwijzen.