Burgeractivisten en alternatieve media in Syrië blijven actief

Drie jaar na de start van de protesten is het Assad-regime nog steeds aan de macht en is vrede verder weg dan ooit. Het  regime voert zijn aanvallen tegende burgerbevolking op, onder meer via containerbommen en het inzetten van honger als wapen. Toch blijven burgeractivisten creatief en geweldloos verzet bieden, van de zuidelijke stad Dara’a, waar de protesten in 2011 startten, over Homs, de “hoofdstad van de revolutie”, tot de noordelijke steden Aleppo en Saraqib, waar de invloed van extremistische groepen groeit. 

  • Raed Fares (rechts).

In het Yarmouk vluchtelingenkamp in een wijk van Damascus speelt Eyhem Ahmed piano.

Hij wil de mensen motiveren en door zijn muziek de stem van de mensen in het kamp laten klinken in heel de wereld, in de hoop aandacht te krijgen en voedseltransporten binnen te kunnen laten.  ‘Wij verkiezen de klank van muziek boven de klank van kogels.’

In de stad Darayya startte een groep meisjes een initiatief om psychologische hulp te geven aan kinderen van martelaren en gevangenen. Toen ze, omwille van het escalerende geweld, de stad moesten verlaten, creëerden ze het Network of Guardians, gesteund door de Syrische geweldloze beweging.

Het team werkt vooral op het platteland van Idlib, Aleppo en Oost- en West-Ghouta en Damascus. Hanan, een activiste van de groep: ‘We werken kinderen rond veiligheid en onderwijs, anderen  die getraumatiseerd zijn door de oorlog geven we psychische hulp of een individuele behandeling.’ Het netwerk werkt samen met andere activisten om zogenaamde leerpunten te organiseren, waar kinderen hun onderwijs kunnen afmaken. Ze geven ook workshops over hoe moeders met hun kinderen moeten omgaan in noodgevallen.

‘Als we niet actief zijn dan stort alles in, wij moeten weerstand bieden’

In Saraqib beschilderen activisten het puin van huizen onder andere met slogans waarin ze hun medeleven uitdrukken. Volgens een van hen, Kadouni, is dit een soort nationale plicht. ‘Als we niet actief zijn dan stort alles in, wij moeten weerstand bieden. De muurschilderingen dienen voor de psychologische  ondersteuning van de bevolking, want het Syrische volk houdt van het leven.’

Spotten is levensgevaarlijk

Het noordwestelijke dorp Kafranbel in de provincie Idlib is het creatieve centrum van de revolutie. Het dorp verwierf faam met zijn spottende slogans tijdens betogingen. Tot ongenoegen van extremistische groeperingen bedenken creatievelingen Engelse slogans om internationale aandacht te krijgen voor de oorlog tegen burgers en hun strijd voor vrijheid en gelijkheid. De activisten stellen ook de onverschilligheid van het Westen aan de kaak. Islamistische groeperingen probeerden de protestbeweging al te kapen. Tevergeefs.

De leider van deze acties is Raed Fares (41, vader van drie kinderen). Hij raakte eerder toevallig bij de protestbeweging betrokken en is nu één van de iconen ervan. Toen de burgerprotesten in maart 2011 ook in Kafranbel losbarstten, begon Fares Engelstalige boodschappen te versturen om de internationale gemeenschap te interpelleren.  ‘Iedereen begon over een burgeroorlog te spreken. Wij willen de internationale gemeenschap eraan herinneren dat het hier gaat om een revolutie en niet om een burgeroorlog’, zegt Fares.

‘Wij willen de internationale gemeenschap eraan herinneren dat het hier gaat om een revolutie en niet om een burgeroorlog’

Op vrijdag  komen de activisten samen. Ze hebben een vaste fotograaf en tonen dan de cartoons met spottende slogans die via verschillende mediakanalen de wereld rondgestuurd worden. Kranten pikken deze cartoons op en op Facebook en Twitter worden ze massaal gedeeld.

Vanaf het begin van de protesten werden de activisten bedreigd door het regime. Daar komt nu ook het geweld van  extremistische groeperingen bij. Eind december 2013 vernielden moslimextremisten het geïmproviseerde mediacentrum van Kafranbel. Ook Raed Fares kreeg doodsbedreigingen. Op 28 januari 2014 werd Raed Fares neergeschoten toen hij ’s nachts het  mediacentrum verliet. Opeens kwam een gemaskerde man naar hem toe en richtte een Kalashnikov op de borst van Fares.

Raed Fares overleefde de aanslag, ook al doorboorden twee kogels zijn lichaam. Na de aanslag was hij de eerste vrijdag nog te zien op de betoging. Daarna stak hij de grens over naar Turkije voor verzorging en de voorbije wedek was hij in Washington met een Voices of Hope-tour, georganiseerd door de Syrian Expatriates Organization en de Syrian American Council. Fares gebruikt die Amerikaanse tour om aan te dringen op actieve bescherming van de Syrische bevolking. Maar als alles goed gaat, keert hij volgende week terug naar Kafranbel. Fares stelt dat hij geen angst heeft voor wat hem te wachten staat.



In een interview dat wij eind januari hadden, stelt Raed Fares dat  de geest van de Syrische revolutie geweldloos is. ‘Het regime zegt dat het vecht tegen terrorisme . Het is echter een revolutie van het volk tegen het terrorisme van het Assad-regime en het terrorisme van alle extremistische partijen in het land. Ik begon mijn revolutie met één doel: vrijheid en waardigheid. Ik proefde wat het betekende en nu blijf ik vechten om dit te behalen voor alle Syriërs. Omdat ik als een van de eersten met de revolutie begonnen ben, vind ik het noodzakelijk om haar samen te verwezenlijken met andere burgers. We startten dit samen, dus we zullen het samen afwerken. Ik wil leven en sterven in Kafranbel.’

Een persagentschap verzet zicht tegen jihadisten

Rami Jarah, bekend onder het pseudoniem Alexander Page, is een Britse Syriër die tot zijn 18 jaar Londen heeft gewoond. In 2004 ging hij voor de eerste keer naar Syrië. Omdat zijn ouders fervente tegenstanders zijn van het Baath-regime werd  hij ter plaatse opgepakt en mocht hij drie jaar het land niet uit. Toen de revolutie uitbrak in Syrië moest hij in december 2011 vluchten naar Egypte waar hij ANA News Media Association, het eerste onafhankelijke persagentschap voor Syrië, oprichtte.

Zijn agentschap was actief in de provinciestad Raqqa in het noorden van Syrië. Dit is de eerste stad die in handen viel van de extremistische groep ISIS (de islamitische staat in de Levant en Irak). Uit angst voor ISIS werken de ANA journalisten ‘s nachts op geheime locaties. Op 13 november hees ISIS zijn zwarte vlag boven de kerk van Raqqa.

Volgens Rami Jarah steunen weinig Syriërs de extremistische groeperingen, ook al hebben ze veel macht. ‘Daarom vinden wij het noodzakelijk om ons tegen hen uit te spreken’, zegt Jarah. Al sinds september 2013 stuurt het radiostation van ANA kritische berichten de wereld in, tegen de islamistische radicalen. Via hun youtubekanaal berichten ze met Engelse ondertitels om een internationaal publiek te bereiken.

Nog in Raqqa brengt Asyad Al-Mousa, een 34 jaar oude advocaat, de mensenrechtenschendingen van het regime en de moslimextremisten in kaart.

Tijdens een sit-in op het plein waar de executies doorgaan, toonden ze een spandoek met de slogan ‘Hier is het licht van de vrijheid en jullie zullen het niet van ons afnemen’

Toen in augustus een nieuwe executie werd aangekondigd, mobiliseerde Al-Mousa zijn medestanders en deden ze een sit-in op het plein waar de executies doorgaan, rond een spandoek waarop ze de slogan ‘Hier is het licht van de vrijheid en jullie zullen het niet van ons afnemen’ schilderden. Hun sit-in heeft de ter dood veroordeelden niet kunnen redden, maar daarna zijn er minstens drie maanden geen executies meer geweest in Raqqa.

In oktober werden echter weer 17 mensen geëxecuteerd. Soms is het confronterend voor Al-Mousa, zoals toen een lid van de inlichtingendienst die hem nog gemarteld had, terechtgesteld werd. Al-Mousa vond dat hij het verdiende. Al-Mousa zegt dat hij meer schrik heeft van islamisten dan van het regime. Hij is moslim, maar hij trekt een duidelijke lijn tussen zichzelf en de moslimextremisten. Hij is geen extremist geworden omdat hij sterk in zijn schoenen staat en gelooft in rechtvaardigheid.

Begin oktober werden de uitzendingen van ANA trouwens stilgelegd door ISIS. De apparatuur werd aangeslagen en journalist Rami Al Razzouk werd opgepakt door de extremistische organisatie. Hij zit nog steeds vast op beschuldiging van spionage voor de Saoedische regering en het werken voor een organisatie die steun kreeg van internationale ngo’s.


Willemjan Vandenplas is journalist en fotograaf voor ngo’s. Zijn specialisaties zijn Afrika , Zuid-Amerika en het Midden-Oosten. Hij is met name geïnteresseerd in burgerprotest in Syrië. Hij deed een studie naar burgerverzet in Syrië voor Broederlijk Delen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur