Daklozenkampen, symbool van de groeiende ongelijkheid in Chili

Nieuws

‘Huisvesting is een fundamenteel mensenrecht en zou in de grondwet moeten worden vastgelegd’

Daklozenkampen, symbool van de groeiende ongelijkheid in Chili

Daklozenkampen, symbool van de groeiende ongelijkheid in Chili
Daklozenkampen, symbool van de groeiende ongelijkheid in Chili

IPS / Orlando Milesi

14 december 2021

Steeds meer mensen in Chili wonen in tijdelijke huisvesting, lees: krakkemikkige kampementen, vaak zonder water, elektriciteit of riolering. De oorzaken: een falend huisvestingsbeleid, de armoede die toeneemt, COVID-19 en een groeiend aantal immigranten.

Op Cerro 18, boven de welvarende gemeente Lo Barnechea in Oost-Santiago, wonen 300 gezinnen in kampen.

Orlando Milesi/IPS

Steeds meer mensen in Chili wonen in tijdelijke huisvesting, lees: krakkemikkige kampementen, vaak zonder water, elektriciteit of riolering. De oorzaken: een falend huisvestingsbeleid, de armoede die toeneemt, COVID-19 en een groeiend aantal immigranten. ‘Niet alleen de bouw van woningen maar ook de beslissing waar mensen kunnen wonen, is aan de markt overgelaten.’

‘Drie jaar geleden stonden we op het punt om uitgezet te worden. Als mijn kinderen naar school vertrokken, wisten ze nooit of ons huisje er nog zou zijn als ze thuiskwamen. Ik moest vaak eerder naar huis van mijn werk. Het was een chaotische tijd, moeilijk, stressvol’, vertelt Melanni Salas (33).

‘Dit was vroeger een vuilnisbelt. Nu is het proper en staan er huizen.’

Salas staat aan het hoofd van Senda 23, een van de vijf kampementen waar in totaal driehonderd families wonen. De families bezetten openbare grond in Cerro 18, in de gemeente Lo Barnechea aan de oostkant van Santiago. Met hout en ander materiaal – wat er maar voorhanden was – hebben ze hier zelf hun huisjes gebouwd.

Toen de coronapandemie uitbrak kwam aan de acute dreiging van ontruiming een einde. Maar nog altijd hangt het als een donkere wolk boven de hoofden van de bewoners, zegt Salas: ‘De gemeente heeft een septische tank gebouwd en ons kerstcadeaus gegeven, maar over huisvesting zeggen ze niets.’

Salas leefde eerder negentien jaar als allelegada, het woord dat in Chili wordt gebruikt voor mensen die een huis delen met anderen, vaak in overvolle omstandigheden. In 2016 kraakte ze het land waar zij en haar man Jorge het huis bouwden waar ze nu wonen met hun drie kinderen. ‘Dit was vroeger een vuilnisbelt. Nu is het proper en staan er huizen’, zegt Salas. ‘Ons huis wordt van binnen soms wel nat als het regent, omdat het van hout is en het hier vaak hard waait. Maar dankzij mijn schoonmoeder die verderop woont, heb ik drinkwater, elektriciteit en riolering. De buren, een stel met drie kinderen van wie één een baby is, hebben geen water of riolering.’

Basisvoorzieningen

Langs de hoofdstraten van Santiago de Chile staan inmiddels honderden daklozententen. Ook in de parken zetten steeds meer mannen en vrouwen hun tent op. Slapen, koken, wassen en samenleven – alles gebeurt in het volle zicht.

‘En elke dag komen er in Chili meer dan tien gezinnen in een kampement te wonen’, zegt Fundación Techo Chile, een stichting die zich inzet voor de bestrijding van uitsluiting op de woningmarkt in de steden van Chili. In de afgelopen twee jaar is het aantal gezinnen dat in 969 van deze kampen woont met nauwelijks toegang tot water, energie en sanitaire voorzieningen gestegen tot 81.643, zo blijkt uit onderzoek van de stichting.

‘Dit is hoe het woningtekort eruitziet.’

In Chili verwijst de term campamentos, of kampen, ook naar sloppenwijken die traditioneel bekend staan als callampa’s, zoals die waarin Salas woont. Deze geïmproviseerde wijken zijn gebouwd op bezet land en bestaan uit zelfgemaakte huizen van lichte materialen. En hoewel de wijken soms worden verbeterd en opgewaardeerd, ontbreken zelfs na jaren nog vaak de basisvoorzieningen.

Deze sloppenwijken zijn vooral te vinden in Santiago en Valparaíso, ten noorden van de hoofdstad, in centraal Chili. Maar ook in de noordelijke steden Arica en Parinacota en de zuidelijke stad Araucanía kom je ze tegen. De sloppenwijken bieden onderdak aan in totaal 57.384 kinderen onder de 14 jaar én aan zo’n 25.000 immigranten, voornamelijk Colombianen, Venezolanen en Haïtianen. ‘Dit is hoe het woningtekort eruitziet’, zegt Sebastián Bowen, directeur van Fundación Techo Chile.

Ongelijkheid

‘De 81.000 gezinnen die in deze kampen leven, zijn het meest zichtbare deel van het probleem. Maar het huisvestingstekort gaat over alle gezinnen zonder toegang tot fatsoenlijke huisvesting. En dat zijn er meer dan 600.000.’ De overheid faciliteert jaarlijks zo’n 20.000 sociale woningen, helemaal niet genoeg om in de huidige behoefte te voorzien.

‘Als we het probleem van de kampen willen oplossen, moeten we ons huisvestingsbeleid structureel veranderen.’

Bowen: ‘Als we het probleem van de kampen willen oplossen, moeten we ons huisvestingsbeleid structureel veranderen om toegang tot behoorlijke huisvesting te garanderen, vooral voor de meest kwetsbare gezinnen.’

De groeiende problemen met huisvesting vallen samen met de sociale protesten die in oktober 2019 begonnen, maar ook met de komst van het coronavirus in het land, begin 2020. Chili, dat 19 miljoen inwoners telt, wordt beschouwd als een van de meest ongelijke landen ter wereld. Volgens de National Socioeconomic Characterization Survey leeft 10,8 procent van de Chilenen op dit moment in armoede, wat neerkomt op meer dan twee miljoen mensen.

Volgens ngo’s is het werkelijke aandeel veel hoger. De 10 procent huishoudens met de hoogste inkomens verdient 251,3 keer meer dan de 10 procent met het laagste inkomen.

Segregatie

Benito Baranda, oprichter van de Fundación Techo, vindt dat het huisvestingsbeleid heeft gefaald omdat het zich richt op ‘marktgestuurde uitsluiting, met gettovorming tot gevolg’. Het beleid is gebaseerd op een structuur van subsidies die ‘is ontstaan tijdens de dictatuur en in stand is gehouden omdat huisvesting niet als recht in de grondwet wordt erkend’, zegt Baranda.

‘Niet alleen de bouw van woningen, maar ook de beslissing waar mensen kunnen wonen, is aan de markt overgelaten.’

‘Niet alleen de bouw van woningen maar ook de beslissing waar mensen kunnen wonen, is aan de markt overgelaten. Maar het land en de beschikbare en betaalbare locaties werden schaars.’

Het beleid van uitsluiting ‘heeft getto’s gecreëerd en veel schade aangericht bij de mensen.’ Hij verwijst naar de gedwongen ontruiming van sloppenwijken en gedwongen verhuizingen naar sociale woningen aan de rand van de steden, een beleid dat tijdens de dictatuur van Pinochet ontstond en de sociale segregatie in de hoofdstad heeft aangejaagd. Volgens Baranda is er onder de laatste vier regeringen nauwelijks woningbouw voor de armste gezinnen geweest.

Isabel Serra, verbonden aan de architectuurfaculteit van de Diego Portales Universiteit, zegt dat het urgente huisvestingsprobleem in Chili deels ook te maken heeft met de toestroom van immigranten, vooral in de steden. Daarnaast is ze kritisch op het woningbeleid en de sterke financialisering van de particuliere markt: ‘Investeerders steken hun geld in de vastgoedmarkt. De subsidies gaan naar de particuliere sector, die de huizenprijzen opdrijft. De particuliere woningmarkt heeft van huisvesting een instrument gemaakt voor economische speculatie.’

Nieuwe grondwet biedt hoop

Baranda is een van de leden van de grondwetgevende vergadering, of de Constitutionele Conventie, een orgaan dat momenteel een nieuwe Chileense grondwet opstelt. Die moet de erfenis van de militaire dictatuur (1973-1990) vervangen. De Constitutionele Conventie telt 155 leden en heeft sinds 4 juli twaalf maanden de tijd om de nieuwe grondwet op te stellen. Die moet vervolgens in een volksraadpleging worden geratificeerd.

‘Huisvesting is een fundamenteel mensenrecht en zou in de grondwet moeten worden vastgelegd.’

Baranda: ‘In de grondwetgevende vergadering willen we wonen als een grondrecht verankeren en de staat daarbij een leidende rol laten spelen. Niet bij de bouw van woningen zelf, maar bij het toewijzen van woningen aan mensen en het faciliteren van land.’ Hij benadrukt dat beleid nodig is, door land beschikbaar te stellen en zo nodig te onteigenen om huisvestingsprojecten te creëren.

Serra is het daarmee eens: ‘Huisvesting is een fundamenteel mensenrecht en zou in de grondwet moeten worden vastgelegd. En als de grondwetgevende vergadering huisvesting bespreekt, moeten ze ook onderzoeken hoe de staat land koopt en verkoopt.’

Dit zal veel politieke wil vereisen, denkt ze, ‘omdat landkwesties altijd politieke kwesties zijn, en heel moeilijk zijn uit te voeren omdat er zoveel economische belangen bij betrokken zijn.’

Celia ‘Charito’ Durán woont samen met ruim 165 andere families in het Mesana-kamp op de Mariposas-heuvel in de havenstad Valparaíso. De gemeente levert 3000 liter water per week aan elk huis. Een betere toegangsweg is volgens Durán prioriteit: ‘Als er geen weg is, zijn we van alles afgesneden: brandweer, water, ambulances.’

Op de heuveltop waait het hard, elke winter worden daken eraf geblazen. De huizen lekken als het regent. In Mesana is bovendien geen riolering, alleen ‘putten, septische toiletten en leidingen waardoor mensen alles in de rivier dumpen’, vertelt ze via de telefoon.

Durán, inmiddels 56, woont hier al sinds haar 37e. Na een ontmoeting met vice-voorzitter van de Constitutionele Conventie Jaime Bassa, is ze ervan overtuigd dat de grondwetgevende vergadering een oplossing zal vinden voor het woningtekort. ‘We hopen en verwachten dat het recht op huisvesting daarin wordt opgenomen. Dan kun je naar de autoriteiten stappen en je recht opeisen. We willen deel uitmaken van de stad en niet worden afgezonderd in kampen’, besluit Durán.