De waarheid achter de Kosovaarse orgaanhandel

Hooggeplaatste leden van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK) maakten zich vlak na de Kosovaarse oorlog in 1998-1999 schuldig aan oorlogsmisdaden. Dat stelt Clint Williamson, hoofdprocureur van de Special Investigative Task Force (SITF). Die is opgericht door de EU-politiemissie in Kosovo (EULEX). Het onderzoeksteam vond volgens Williamson bewijzen die laten vermoeden dat een deel van het Bevrijdingsleger een tiental personen heeft gedood om vervolgens hun organen te verhandelen.

Het onderzoek van Williamsons team is al het zesde onderzoek naar de geruchten over Kosovaarse orgaanhandel in tien jaar. Dat staat te lezen in het onderzoeksdossier Cadavre exquis au pays des merles noirs van Prune Antoine, een Franse journaliste die in Berlijn woont.

Zoektocht naar bewijzen

P. Antoine

Gedurende drie jaar onderzocht Prune - met een beurs van Journalismfund.eu -  ter plekke de jarenlange geruchten over de orgaanhandel in Kosovo. Op die manier kon Prune de geschiedenis van de onderzoeken reconstrueren. Michael Montgomery, Amerikaans verslaggever van het Centre for Investigative Reporting, startte begin 2000 een eerste onderzoek. Bij gebrek aan harde bewijzen beëindigde Montgomery zijn zoektocht, maar in 2003 overhandigde hij zijn dossier aan de Interim Administratie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK).

In oktober 2003 stelden UNMIK-onderzoekers in Pristina, de Kosovaarse hoofdstad, hun conclusies op in een UNMIK-onderzoeksrapport. Daarin staat dat de UÇK-leden inderdaad mensen – meestal Serviërs – ontvoerden naar detentiekampen en dat sommigen van hen het slachtoffer werden van orgaanhandel.

© Timo CC BY-NC-SA.0

Een panoramazicht op Pristina, de Kosovaarse hoofdstad.

Waarheid of leugens?

Ondanks de onthutsende resultaten negeerde Bernard Kouchner, Hoog Vertegenwoordiger van de UNMIK tussen 1999 en 2001, het rapport van het UNMIK-onderzoeksteam. In 2010 bestempelde hij de stellingen in het rapport als leugens:

 

Het rapport kwam ook terecht bij Pablo José Baraybar, tussen 2002 en 2007 hoofd van het VN-kantoor voor vermiste personen in Kosovo. Eind 2003 overlegt hij hierover met Carla Del Ponte, op dat moment Procureur-generaal van het Joegoslaviëtribunaal, waarop het tribunaal een derde onderzoek opende.

Het onderzoek in februari 2004, waarbij Baraybar persoonlijk aanwezig was, levert  ondanks verdacht medisch afval en bloedsporen op de vermoedelijke plaats delict  opnieuw geen afdoende bewijzen op.

Mevrouw de aanklager

© EEAS

De EULEX-politiemissie in Kosovo.

In 2008 publiceerde Del Ponte in samenwerking met New York Times-journalist Chuck Sudetic in 2008 het boek Mevrouw de aanklager. Hierin klaagt Del Ponte de orgaanhandel door UÇK-soldaten aan, naar eigen zeggen omdat haar oproep aan het UNMIK en de EULEX niets opleverde. Maar het Zwitsers ministerie van Buitenlandse Zaken verbood Del Ponte om promotie te voeren voor het boek omdat de inhoud ervan in strijd was met haar rol als diplomate. Nadat ze in 2007 aan de VN gevraagd had haar mandaat niet te verlengen, kon Del Ponte haar boek toch promoten.

Naar aanleiding van Del Pontes boek vroeg het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in juni 2008 aan Dick Marty, lid van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, om de geruchten over de oorlogsmisdaden en de orgaanhandel opnieuw te onderzoeken. Onderzoek nummer vier ging van start.

Leiders van UÇK ook leiders van Kosovo?

‘Verschillende oud-strijders van het UÇK zijn ondertussen doorgestoten tot de politieke top van Kosovo.’

Marty besloot in zijn rapport dat 300 tot 400 Servische en Albanese gevangenen het slachtoffer werden van orgaanhandel. Volgens Marty was de prijs voor een nier op de zwarte markt 50.000 euro, waarmee het UÇK haar verzetsactiviteiten zou financieren.

In gesprekken met journaliste Antoine stelde Marty de band tussen de Kosovaarse politiek en de straffeloosheid in vraag: volgens Marty zijn verschillende oud-strijders van het UÇK ondertussen doorgestoten tot de politieke top van Kosovo.

Marty’s rapport werd in januari achter gesloten deuren voorgesteld aan  Europarlementsleden in Brussel. Het werd er erg slecht ontvangen: sommige parlementsleden verlieten prompt de zaal.

Dan toch: oprichting van het SITF

Toch ging de Europese Unie in juni 2011 over tot actie. Naar aanleiding van Marty’s rapport en mede omdat het grootste deel van het EU-steunbudget volgens Antoine voor Kosovo bestemd is, werd het speciale onderzoeksteam Special Investigative Task Force (SITF) opgericht met aan het hoofd procureur Clint Williamson. In het verleden had de Amerikaan zich onder meer toegelegd op het vervolgen van de leiders van de Rode Khmer.

Het SITF-team focuste zich louter op het onderzoek naar oorlogsmisdaden en georganiseerde criminaliteit in Kosovo. Dat moet in 2014 afgerond worden, het jaar waarin het mandaat van de EULEX afloopt en tevens de onderhandelingsgesprekken voor de toetreding van Servië tot de EU van start gaan.

‘Getuige X stal hart’

Op 10 september 2011­­­ - een dag nadat het internationale toezicht op de soevereiniteit van Kosovo beëindigd werd - zond de openbare Servische omroep, Radio-televizija Srbije (RTS), een schokkende anonieme getuigenis van ‘getuige X’ uit. De oudstrijder van het UÇK vertelt hoe hij de borst van een gevangene opengesneden zou hebben om diens hart te verwijderen.

De getuigenis maakte deel uit van het Servische onderzoek dat volgens Antoine door de regering ingesteld was om het negatieve beeld van Servië in de Balkan en elders te verzachten. Ook het Servische onderzoeksteam kon uiteindelijk geen harde bewijzen vinden voor de oorlogsmisdaden van het UÇK.

Oorlogsmisdaden en misdaden tegen menselijkheid

© SITF

Williamson (© SITF)

Het onderzoek van het SITF liep ondertussen gewoon verder. Na drie jaar onderzoek luidt op 29 juli 2014 de aanklacht: oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Het SITF bevestigt de bevindingen van Marty en Del Ponte en stelt dat UÇK-leden inderdaad Serviërs vermoord hebben en organen verhandeld hebben, zij het op erg kleine schaal. De procureur spreekt over een tiental gevallen.

Wiliamsons definitieve rapport zal voorgelegd worden aan een speciaal internationaal gerechtshof dat in 2015 wordt opgericht. Volgens de Volkskrant diende de EU een verzoek in om het gerechtshof in Den Haag te laten zetelen.

Antoine merkt op dat de data waarop nieuwe onthullingen uit de verschillende onderzoeken bekend gemaakt werden, steevast samenvielen met diplomatieke sleutelmomenten. De chronologie van de onthullingen toont volgens de journaliste vooral grote overeenkomsten met die van de erkenning van de Kosovaarse onafhankelijkheid.

Daarnaast stelt Antoine zich de vraag of het zoveelste speciaal ingerichte rechtspraaksorgaan er wel in zal slagen om, zonder materiële bewijzen, de waarheid te achterhalen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift