Wildernis verdwijnt, hele wereld betaalt hoge prijs

Onderzoek leert dat de aaneengesloten intacte woudlandschappen (IWL) die ecologisch het meest van nut zijn, wereldwijd blijven krimpen. De grootste verliezen vonden plaats in Brazilië, Rusland en Canada. In de Europese Unie verloor Roemenië zijn laatste intacte woud. 

  • Pat Henson (CC BY-NC-ND 2.0) Pat Henson (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Antti Yrjönen (CC BY 2.0) Antti Yrjönen (CC BY 2.0)
  • CIAT CIAT
  • Joseph King (CC BY-NC-ND 2.0) Joseph King (CC BY-NC-ND 2.0)
  • CIFOR (CC BY-NC 2.0) CIFOR (CC BY-NC 2.0)
  • CIFOR (CC BY-NC 2.0) CIFOR (CC BY-NC 2.0)

Het tijdschrift Science Advances publiceerde het onderzoek dat gebeurde op basis van satellietbeelden uit 2000, 2003, 2011 en 2013.  Op die beelden kunnen zogenaamde intacte woudlandschappen (IWL’s) worden gedetecteerd. Een IWL is ‘een aaneengesloten mozaïek van wouden en bijhorende boomloze ecosystemen die geen tekenen van menselijke activiteit of fragmentatie vertonen’. IWL’s bevatten grote stukken primair woud met een minimum oppervlakte van 500 km2.

Greenpeace is betrokken bij het onderzoek, maar de leidende auteurs zijn twee gekende autoriteiten van de universiteit van Maryland. ‘Het onderzoek is ook peer reviewed (tegen het licht gehouden inzake wetenschappelijkheid door andere onderzoekers, jvd),’ zegt Filip Verbelen, de woudspecialist van Greenpeace. ‘Greenpeace heeft het concept van de IWL’s ontwikkeld omdat we denken dat het voor beleidsmakers belangrijk is om onderscheid te kunnen maken tussen zeer waardevolle en minder waardevolle bossen. Zo kan je weten wat het meest waardevol is om te beschermen.’

‘Bij wouden is omvang van belang’

Die IWL’s hebben de hoogste ecologische waarde omdat ze de breedste waaier aan ecologische diensten verlenen: ze spelen een unieke rol als habitat voor biologische diversiteit, voor het stabiliseren van koolstofopslag en het in evenwicht behouden van waterregimes. Bepaalde zoogdieren en vogels bijvoorbeeld kunnen enkel overleven in voldoende grote natuurlijke habitats.

Verbelen: ‘Bij wouden is omvang van belang. IWL’s geven eigenlijk aan hoezeer een woud gefragmenteerd is of juist niet. Grotere bossen zijn robuuster, minder kwetsbaar. Intacte bossen slaan ook meer koolstof op omdat de koolstof vooral in de waardevolle grote oude bomen zit. Als je wegen aanlegt voor de selectieve houtkap – die juist geïnteresseerd is in de mooiste bomen - opent dat ook de deur voor kleine landbouwers en bosbranden, het is dikwijls het begin van een verdere degradatie.’

CIFOR (CC BY-NC 2.0)

Op de beelden van de Landsatsatelliet zijn de woudzones op aarde goed voor 58 miljoen km2 – 22 procent of 12,8 miljoen km2 daarvan zijn IWL’s. Tussen 2000 en 2013 ging 919.000 km2 of 7,2 procent van de IWL’s verloren. Opvallend is dat, volgens de studie, het tempo van degradatie sterk is toegenomen: tussen 2010 en 2013 werd drie keer zoveel bos gefragmenteerd als tussen 2000 en 2003.

Zestig procent van het verlies tussen 2000 en 2013 komt voor rekening van de tropische regenwouden: 322.000 km2 in Zuid-Amerika en 101.000 km2 in Afrika. Bossen in gematigde zones en de subarctische zones van het zuidelijk halfrond waren verantwoordelijk voor 21 procent van het verlies. De rest ging verloren in de noordelijke subarctische bossen.

Rusland, Brazilië en Canada verloren het meest IWL’s

Drie landen zijn goed voor 52 procent van het verlies: Rusland, (179.000 km2), Brazilië  (157.000 km2) en Canada (142.000 km2).

Verbelen: ‘Dat betekent niet dat Canada en Rusland zoveel bos hebben gekapt, wel dat er veel ecologische waarde is verloren gegaan. Dat de bossen daar ook meer uiteenvallen, waardoor de zogenaamde waterval van degradatie is ingezet.’

In verhouding ging Roemenië er het meest op achteruit: het verloor zijn laatste IWL’s. ‘De illegale kap blijft een probleem in Roemenië,’ aldus nog Verbeelen. ‘En de EU kan daar blijkbaar weinig aan verhelpen: bosbehoud en justitie blijven nationale materies.’

Pat Henson (CC BY-NC-ND 2.0)

Paraguay verloor 79 procent van zijn IWL’s, en Laos, Equatoriaal Guinea, Cambodja en Nicaragua zagen elk minstens 35 procent van hun IWL’s teloorgaan. In de Europese Unie hebben alleen Noorwegen, Zweden en Finland nog IWL’s: relatief kleine stukjes van om en bij de 10.000 km2 die wel min of meer behouden bleven.  

Oorzaken

De voornaamste oorzaak voor de afname van de wildernis is de houtindustrie. In Afrika en Zuid-Oost-Azië is het selectief kappen van waardevolle bomen de belangrijkste oorzaak. In gematigde wouden is het volledig kappen de voornaamste oorzaak. De aanleg van wegen voor de houtkap kan grote gevolgen hebben.

Landbouw is de tweede oorzaak: in tropisch Zuid-Amerika is uitbreiding van de landbouw, en de graslanden in het bijzonder, verantwoordelijk voor respectievelijk 65 en 53 procent van het verlies van de wildernis.

In Rusland blijft de gas-en olie-industrie zorgen voor fragmentatie van wouden

Bosbranden zijn goed voor 21 procent van het verlies, waarbij ervan uitgegaan wordt dat menselijke tussenkomst de kans op bosbranden sterk verhoogt.

Tenslotte is ook de energie-industrie (olie-en gasindustrie, waterkracht) een belangrijke factor in het verlies aan IWL’s. In de noordelijke bossen van Noord-Eurazië – vooral Rusland dus – is het zelfs verantwoordelijk voor 41 procent van het verlies aan IWL’s.

Joseph King (CC BY-NC-ND 2.0)

Lessen

De Democratische Republiek Congo (DRC) met het tweede grootste regenwoud ter wereld doet het, blijkens deze cijfers, dus nog relatief goed. Dat bleek ook al uit eerder onderzoek. Verbelen die Congo al jaren volgt, ziet daarin een kans: ‘Veel Congolese bossen zijn nog verafgelegen en onontgonnen. Als de wereld dus moet kiezen om te investeren in de bossen die meest waardevol zijn in de strijd tegen klimaatverandering, dan is dit een argument om voor Congo te kiezen. Ook al zijn er natuurlijk grote problemen van corruptie in het land.’

Kan je van de DRC, met een snel groeiende bevolking en straatarm, verwachten dat ze hun bossen niet exploiteren als veel rijkere landen als Canada en Rusland dat wel blijven doen?

‘Door enkel in Canada te werken, kan je geen okapi’s redden’

Verbelen: ‘Let wel, wij voeren ook hard campagne rond het behoud van IWL’s in Rusland en Canada. Maar je kan het ook omdraaien: in de DRC valt er nog enorm veel te redden.  En de DRC zou dat eigenlijk als een voordeel moeten zien in plaats van als een hinderpaal voor hun ontwikkeling. In Afrika is de DRC een van de landen die het verst gevorderd is in de  onderhandelingen over het REDD-mechanisme. REDD (Reducing Emissions from Deforestation and Degradation) wil precies arme landen met eerlijke intenties financieel en technisch helpen om hun bossen te redden.  Niemand zegt dat Congo zijn bossen op eigen houtje de bossen moet redden en inkomsten moet derven. Het zou Congo juist de middelen kunnen geven om zich te ontwikkelen en te investeren in onderwijs, gezondheid en plattelandsontwikkeling. Op voorwaarde dat het geld goed besteed wordt natuurlijk. Nu brengt de bosbouwsector in de DRC nauwelijks geld op voor de staatskas. Industriële houtkap is één van de vehikels voor corruptie, zelfbediening en het belonen van politieke vriendjes.’

Verbelen wijst er ook op dat de tropische bossen onvervangbare habitats voor unieke diersoorten zijn.  ‘Om het simpel te zeggen: door onze energie enkel op Canada te richten kan je geen okapi’s en bonobo’s redden. De bosecosystemen in de verschillende regio’s hebben dus ook een aantal unieke kenmerken bovenop hun globale waarde voor het klimaat of de mondiale waterhuishouding.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift