Demonetisatie in India: ‘Meer dan honderd doden’

Sinds 8 november 2016 ligt in India het gebruik van cash geld grotendeels aan banden. De protesten blijven groeien tegen de demonetisatie van de Indiase regering. De maatregel werd aangekondigd als een grootschalige strijd tegen corruptie en terrorisme. Meer dan honderd doden werden al in verband gebracht met de regeringsmaatregel, maar bijna twee maanden na het begin van de demonetisatie lijkt het einde nog lang niet in zicht.

  • Pranav Yaddanapudi (CC BY 2.0) Fragment uit een biljet van 1.000 roepie Pranav Yaddanapudi (CC BY 2.0)
  • Nicolas Mirguet (CC BY-NC 2.0) Stormloop op de banken Nicolas Mirguet (CC BY-NC 2.0)

In een onaangekondigde speech werden alle biljetten van 500 en 1000 roepie (7 en 14 euro) op 8 november 2016 vanaf middernacht ongeldig verklaard.  Volgens de Indiase premier Narendra Modi (BJP) kadert de demonetisatie in een plan om alle vormen van valsemunterij aan te pakken, die staatsbedreigend terrorisme zouden financieren. Ook corruptie en drugshandel zou op die manier ingedijkt worden. De actie werd al maanden in discretie door de regering voorbereid.

In de weken die volgden, ontstonden er cashtekorten die tot vandaag een grote impact hebben op de Indiase economie en het dagelijkse leven. De voormalige premier Manmohan Singh (INC) noemde de implementatie van de maatregel een symbool van ‘monumentaal wanbeheer’. 

Nationaal geldtekort

Nicolas Mirguet (CC BY-NC 2.0)

Stormloop op de banken

In een economie die grotendeels afhangt van transacties met cash geld, bedraagt het aantal biljetten van 500 en 1000 roepie samen 86% van het geld in omloop. Na de aankondiging van de demonetisatie volgde er meteen een stormloop naar de banken om de oude biljetten in te ruilen. Pas na twee dagen kon de geldwissel in werking treden.

De Indiase regering legde 30 december vast als uiterste datum om de oude biljetten terug te brengen naar de banken. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat een persoon dagelijks 4000 roepie kon inwisselen, maar door een geldtekort werd het bedrag al enkele dagen later tot 2000 roepie gelimiteerd. Naargelang de capaciteit werden ook nieuwe biljetten van 500 roepie in omloop gebracht. Door de lange wachtrijen en de acute geldnood kon er echter slechts zelden geld afgehaald worden. Bovendien bleken vele geldautomaten ook niet geschikt om de nieuwe biljetten te verdelen. Op 25 november volgde er een abrupte stop en was het niet langer mogelijk om geld om te wisselen.

In alle delen van het land kwamen mensen op straat om te protesteren. De parlementsleden van de regerende hindoenationalistische BJP weigerden om tijdens parlementaire sessies over vragen omtrent de demonetisatie te debatteren. Tijdens een emotionele redevoering liet Modi zich ontvallen dat ‘alle tegenstanders van de demonetisatie zoals Pakistan zijn’. Enkele weken daarvoor werd de 94-jarige moeder van de premier door zijn aanhang gevierd als ‘een voorbeeld’ voor India, omdat ook zij in de wachtrij bij de bank stond en de ‘pijn in het belang van de natie’ kon verduren.

Dodelijke demonetisatie

Economische experts schatten dat de demonetisatie op dit moment al tot een inkrimping van 0,5% à 2% van het BBP heeft geleid. Ook de belangrijkste beurzen BSE SENSES en NIFTY 50 gingen stevig in het rood na de aankondiging op 8 november en konden zich voorlopig nog niet herstellen.

De grootste schade werd echter geleden bij de laagste inkomens. Vele kleine bedrijven kunnen geen loon meer uitbetalen, omdat ze zelf geen toegang hebben tot cash geld en gaan op hun beurt failliet. Een week na de start van de demonetisatie berichtten verschillende media al over tientallen mensen die direct of indirect stierven ten gevolge van de maatregel, door hartaanvallen of uitputting, na uren onder de zon in de wachtrij.

Door gebrekkige voorzieningen zijn de gevolgen voor de rurale gebieden het zwaarst. Zonder wettige betaalmiddelen wordt ook de medische hulp in de ziekenhuizen geweigerd. Sinds de demonetisatie zouden er ondertussen al meer dan 100 slachtoffers gevallen zijn.

Georganiseerd verzet in India

Op 24 december zei Rahul Gandhi (INC) dat de demonetisatie niet een maatregel tegen de corrupten is, maar tegen de armen: ‘Modi heeft met de demonetisatie India in 2 delen gesplitst. Aan de ene kant heb je de 1% rijken, aan de andere kant de middenklasse en de armen. In India heeft cash geld slechts een aandeel van 6% in zwart geld. De rest heeft de vorm van goud, vastgoed en rekeningen in het buitenland.’

‘Modi heeft met de demonetisatie India in 2 delen gesplitst. Aan de ene kant heb je de 1% rijken, aan de andere kant de middenklasse en de armen.’

Arvind Kejriwal, de minister-president van Delhi, trekt als leider van het verzet op campagne door India, om de protesten aan te vuren en nationaal te verenigen. Het einde van de demonetisatie lijkt immers ook na 30 december nog niet in zicht.

Tot 30 december 2016 kunnen de oude biljetten bij de banken teruggebracht worden. Dat het financieel verkeer vanaf 2017 niet meteen opnieuw zijn normale vorm zal aannemen, lijkt echter nu al vast te staan.

Gegevens over de drukcapaciteit van de geldpers van de Centrale Bank van India leren namelijk dat de nieuwe biljetten onmogelijk klaar kunnen zijn tegen het einde van 2016. Zelfs als de Indiase overheid maar 65% van het ongeldig gemaakte bedrag opnieuw in omloop wil brengen, dan zou dat pas ten vroegste in mei 2017 kunnen. Het volledige bedrag zou zelfs pas in augustus 2017 uit de geldpers kunnen rollen.

Een oplossing die meteen soelaas brengt is op dit moment dus veraf. De organisatie van het verzet en de (internationale) druk op de BJP zal de komende weken mee de nieuwe richting na 30 december 2016 bepalen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift