Dossier: 

Internationale bankiers in bed met wapenhandelaars

HSBC Private Bank was de bankier van Katex Mines Guinee. De bank bleef het bedrijf ook financiële diensten leveren nadat het door de VN met de vinger gewezen werd als een ‘mogelijke leverancier van wapens’ aan Liberiaanse rebellen.

Eén wapenhandelaar, Katex Mines, was verantwoordelijk voor het aanjagen van de Liberiaanse opstand waarbij kindsoldaten ingezet werden. Die opstand resulteerde in honderden burgerdoden en tweeduizend gewonden.

Beide zijden maakten gebruik van kindsoldaten, in een dichtbevolkte regio. 

In juli 2003 hervatte een recent herbewapende rebellengroep – de Liberians United for Reconciliation and Democracy – hun twee manden oude belegering van de hoofdstad Monrovia.

Doel: president Charles Taylor van de macht verdrijven. Beide zijden maakten gebruik van kindsoldaten, in een dichtbevolkte regio.

© Travis Lupick CC BY NC SA 2.0

Monrovia (2012): aanhangers van oud-president Charles Taylor

Een VN-expertenpanel noemt Katex Mines Guinee als één van de bedrijven die wapens verscheepte naar buurland Guinee.

De aanval is terplekke gekend als World War III en de jonge rebellen waren gewapend met wat The Economist omschreef als “blinkend nieuw speelgoed”, waarmee ze niet de minste ervaring hadden. Honderden burgers vonden hierbij de dood en zo’n tweeduizend geraakten gewond.

Human Rights Watch schreef dat ‘het mortiervuur zo slecht gericht werd, dat het voor burgers bijzonder beangstigend én moeilijk te ontwijken was.’ Ooggetuigen beschreven voor HRW hoe de kogels, granaatscherven en mortierraketten lichamen doorboorden, met onmiddellijke dood of verminking tot gevolg.

Een VN-expertenpanel noemt Katex Mines Guinee als één van de bedrijven die wapens verscheepte naar buurland Guinee, van waar ze bezorgd werden aan de Liberiaanse rebellen. Katex Mines was een van de vele Katex-bedrijven die in West-Afrika en Europa actief waren in de constructie-, plastic-, gas- en baksteenindustrie.

De gegevens waarover we beschikken tonen dat Katex Mines Guinee niet de enige HSBC-rekening was die verbonden kan worden met conflicten in Afrika.

HSBC Private Bank (Suisse) was de bankier van Katex Mines Guinee in de periode van de aanval op Monrovia, en bleef het bedrijf financiële diensten leveren, zelfs nadat het door de Verenigde Naties met de vinger gewezen werd als een ‘mogelijke leverancier van wapens’ aan de Liberiaanse rebellen.

Volgens de documenten waarover het International Consortium of Investigative Journalists en de Franse krant Le Monde beschikken, werd de rekening van Katex Mines Guinee geopend in februari 2001.

Op een bepaald moment in 2006, het jaar waarin de rekening opgedoekt werd, bedroeg het balanstotaal 6,3 miljoen euro.

De gegevens waarover we beschikken tonen dat Katex Mines Guinee niet de enige HSBC-rekening was die verbonden kan worden met conflicten in Afrika.

HSBC Private Bank, dat opereerde vanuit het neutrale Zwitserland, functioneerde als een financieel kanaal voor zakenlui en criminelen die enkele van Afrika’s bloedigste oorlogen en meest corrupte wapenverkopen aanwakkerden en financierden.

Voor HSBC waren de mannen en vrouwen achter deze conflicten lucratieve klanten. De rekeningen van mensen die genoemd worden in zaken van wapenhandel en corrupte wapenaankopen in Afrikaanse landen, waren in 2006 of 2007 goed voor een opgeteld balanstotaal van bijna 50 miljoen euro.

HSBC erkent dat haar Zwitserse privé-bank destijds onvoldoende een cultuur had van naleving van de eigen normen en van gepaste oplettendheid. ‘Vandaag,’ schreef de bank in een brief aan ICIJ, ‘verschilt het management team in Zwitserland grondig in vergelijking met de periode voor 2011.’

Het conflict tussen beleid en de belangen van klanten bij HSBC

HSBC erkent dat haar Zwitserse privé-bank destijds onvoldoende een cultuur had van naleving van de eigen normen en van gepaste oplettendheid.

In 2000 voerde HSBC, na een reeks controversiële leningen, strenge regels tegen het financieren van wapens in. Dat nieuwe beleid, dat nog steeds in voege is, stelde: ‘Wij verlenen geen financiële diensten voor transacties voor de aankoop van andere wapens’, zoals geweren of raketten.

Dat belette de bank echter niet rekeningen aan te houden voor klanten die betrokken waren bij wapenhandel of conflicten. Dat gebeurde zelfs als die betrokkenheid publiek gemaakt werd, soms al jaren voordien, in nieuwsartikels, gerechtelijk onderzoek of VN-rapporten.

Onder de klanten van HSBC bevond zich bijvoorbeeld een sigarettenproducent die naar verluidt betrokken was bij wapenleveringen aan rebellen tijdens de Burundese burgeroorlog in de vroege jaren negentig.

Een andere rekening behoorde toe aan de vrouw van een Parijse zakenman, die deze rekening gebruikte om miljoenen aan smeergeld over te schrijven aan Angolese politieke en militaire leiders, in de hoop in volle burgeroorlog contracten binnen te halen voor tanks, landmijnen en oorlogsschepen.

HSBC verleende ook financiële diensten aan een Libische ingenieur met banden met voormalig dictator Kolonel Khadaffi.

Tot de klanten behoorden ook een Zuid-Afrikaanse politieke adviseur en een Tanzaniaanse lobbyist die samen naar verluidt 21,2 miljoen euro ontvingen omdat ze regeringen ervan overtuigden veel te dure radars en straalvliegtuigen te kopen van BAE Systems.

HSBC verleende ook financiële diensten aan een Libische ingenieur met banden met voormalig dictator Kolonel Khadaffi, en die vanaf 2006 naar verluidt samenwerkte met de Italiaanse Mafia om 500.000 kalasjnikovs te importeren in Libië.

© Reuters / Yves Herman

Khadaffi op bezoek in België (2004), vergezeld door toenmalig premier Verhofstadt.

Sommige HSBC-rekeningen die gelinkt waren met vermoedelijke wapenhandel werden uiteindelijk geblokkeerd, andere bleven actief.

Sommige HSBC-rekeningen die gelinkt waren met vermoedelijke wapenhandel werden uiteindelijk geblokkeerd, andere bleven actief.

Geen enkele van de individuen die betrokken waren bij de hierboven beschreven rekeningen beantwoordde een verzoek van ICIJ voor commentaar. ‘Dit soort handelaars of makelaars gebruikt legitieme ondernemingen als dekmantel om VN-sancties of de wetten van andere landen te schenden’, zegt Kathi Austin, een expert in wapenhandel en Executive Director van het Conflict Awareness Project, in een interview met ICIJ.

Het duidelijkste geval waarin HSBC er niet in slaagde om een einde te maken aan een zakelijke relatie met een klant die beschuldigd werd van wapenhandel, was met Katex Mines Guinee, onder de directie van Ahmad Fouzi Hadj.

Op een bepaald moment in 2005 werd die rekening wel geblokkeerd, omwille van een niet nader genoemd probleem van naleving van de code. Toch blijkt uit de documenten die ICIJ bezit dat de bank en Hadj hun zakelijke relatie behielden tot september 2006.

VN-waarnemers voeren onderzoek naar Katex

De regering van Guinee, waar Katex actief was, werd al langer verdacht van steun aan de rebellen in de periode van de opstand in Liberia. In juli 2002 tekende Guinee’s minister voor Stedelijke Zaken en Habitat een contract met Katex ter waarde van 31 miljoen euro, voor de bouw van huizen en warenhuizen. Dat geld werd overgemaakt op de HSBC-rekening van Katex in Zwitserland.

 VN-experts onderzochten de leveringen die Katex deed tussen 8 november 2002 en 5 augustus 2003, waaronder een levering aan het ministerie van Defensie op 30 juni, net voor de aanval in Liberia gelanceerd werd.

Volgens het rapport aan de Veiligheidsraad was het een vliegtuigmaatschappij uit Oekraïne die de vracht, die afkomstig was uit Oekraïne, leverde. Volgens de overheid en verantwoordelijken van de vliegtuigmaatschappij bevatte de vracht geen wapens. Maar de VN-onderzoekers konden bewijzen dat de wapens werden ingeladen tijdens een tussenstop in Teheran, Iran.

 ‘Volgens het Panel heeft Katex gedurende de voorbije tien maanden wapens geïmporteerd’, stelde het rapport. Het voegde daar aan toe dat de waarnemers de wapenhandel begonnen te vermoeden toen ze zagen dat groene houten kisten met het label “detergent” op militaire vrachtwagens geladen werden. “Foutieve aanduiding … is een veel voorkomende tactiek om wapenleveringen te verbergen’, schreven de VN-experts.

 In november 2003 beweerde Human Rights Watch, op basis van een ladingfactuur voor mortiermunitie met de naam van Katex erop, dat het Guinese ministerie van Defensie Katex gebruikte ‘als makelaar voor zijn militaire aankopen’. De VN-experts schreven in hun verslag dat de Rode Baretten, een speciale legerbrigade die verbonden was aan de president van Guinee, de kantoren van Katex in de Guinese hoofdstad Conakry bewaakten. Bovendien ‘bevestigden diplomatieke bronnen dat er wapentransporten hadden plaatsgevonden van Katex Mine[s] Guinea naar Koyoma en Macenta’, bij de grens met Liberia.

De burgeroorlog eindigde in 2003, nauwelijks een maand na de World War III-slag in Monrovia. In 2005 werd Ellen Johnson Sirleaf, een econome met een Harvard-diploma en voormalig minister van Financiën, verkozen tot president van Liberia. Ze was de eerste verkozen vrouwelijke president van Afrika. In 2011 werd ze herverkozen.

© World Economic Forum CC BY NC SA 2.0

Ellen Johnson Sirleaf, president van Liberia

De mysterieuze carrière van Hadj

De carrière van Ahmad Fouzi Hadj is een vreemde mengeling van waardering en criminele veroordelingen. Hij werd geboren in Qamishli, een Syrische stad op de grens met Turkije, maar emigreerde naar Italië, waar hij naar eigen zeggen opgeleid werd tot hartchirurg. Die bewering werd in persverslagen zowel overgenomen als tegengesproken.

In elk geval werd hij bijzonder gewaardeerd en succesvol in Italië, waar hij, volgens Italiaanse onderzoekers, samen met zijn vrouw minstens zeven huizen en villa’s bezat, en tegen 2006 ook een hotel en een restaurant in Monte Carlo. Katex Mines Guinee werd opgericht in 1998. Het was een van de vier Katex bedrijven, maar blijkt niet aan mijnbouw gedaan te hebben in Guinee. Volgens Human Rights Watch importeerde het bedrijf wel landbouwproducten en industriële machines in het West-Afrikaanse land.

Hadj kreeg vanaf de jaren negentig ook af te rekenen met een serie gerechtelijke onderzoeken en criminele veroordelingen. In 2004 –op een moment dat Hadj klant was bij HSBC- openden aanklagers in Monte Carlo een onderzoek naar Hadj op beschuldiging van het witwassen van geld. De uitkomst van dat onderzoek in niet gekend.

Gevraagd om reactie, liet Hadj via zijn advocaat weten dat hij geen commentaar wou geven op ‘zijn oude zaken’.

Details over de activiteiten van Hadj in Guinee kwamen boven tijdens een onderzoek door de Italiaanse politie naar een vermoedelijk frauduleus bankroet van Katex Italy S.à.r.l., een dochteronderneming die handelde in industriële pijpleidingen en die naar verluidt 11,1 miljoen euro verborg voor de fiscus.

Hadj werd in deze zaak veroordeeld en kreeg in 2013 zes jaar gevangenisstraf opgelegd. Daartegen is Hadj in beroep gegaan. De Italiaanse krant La Republica schreef in juli 2013 dat Hadj Italië verlaten heeft en tegenwoordig in Oekraïne woont.

In 2014 werd Hadj veroordeeld tot zeven maanden voorwaardelijk voor de illegale financiering van de verkiezingscampagne van een burgermeester in 2007. In november 2014 werd Hadj opnieuw tot zes jaar gevangenis veroordeeld, ditmaal voor het frauduleuze faillissement van de Lucchese voetbalploeg, waarvan Hadj voorzitter was tussen 2005 en 2008. Toen de politie hem in 2010 arresteerde, verborg de man “met een onverzorgde witte baard’ zich volgens het politionele verslag in de verwarmingsruimte van het zwembad van zijn luxevilla, en beweerde hij een loodgieter te zijn.

Gevraagd om reactie, liet Hadj via zijn advocaat weten dat hij geen commentaar wou geven op ‘zijn oude zaken’.

Discussie over omkoping

Tijdens het onderzoek naar het faillisement van Katex Italy werd de telefoon van Hadj en zijn collega’s afgeluisterd. Kopies van de transcripties van die gesprekken zijn in bezit van ICIJ. Deze gesprekken onthullen heel wat details over de mondiale zakelijke handel en wandel van Hadj, onder andere over zijn nauwe relaties met de leider van Guinee. Hij verwijst ook expliciet naar omkoping.

Tijdens het onderzoek naar het faillisement van Katex Italy werd de telefoon van Hadj en zijn collega’s afgeluisterd. Kopies van de transcripties van die gesprekken zijn in bezit van ICIJ.

Tijdens een gesprek op 5 mei 2005 sprak hij met een collega over een betaling aan “de oude man”, een veelgebruikte term van respect in West-Afrika. Italiaanse onderzoekers geloven dat dit een verwijzing is naar de voormalige president van Guinee, Lansana Conté, die in 2008 overleed.

Tijdens hetzelfde telefoongesprek feliciteerde Hadj een Katex-collega voor de uitbetaling van een omkoopsom van 2,6 miljoen euro aan de gouverneur van de Centrale Bank van Guinee en aan president Condé, maar hij voegt er wel aan toe ‘dat we ons niet altijd op deze manier horen te gedragen’.

Na de dood van Conté greep een militaire junta de macht in Guinee. Die militaire regering pleegde massale mensenrechtenschendingen, waaronder een slachtpartij in 2009 waarbij honderden mannen omkwamen en tientallen vrouwen verkracht werden in een sportstadium. Met de verkiezingen in 2010 keerde de democratie terug in Guinee, maar het land blijft wel een van de armste landen in Afrika en is het oog van de ebolastorm die sinds vorig jaar over een deel van West-Afrika raast.

Katex’ activiteiten werden blijkbaar niet gehinderd door de onrust en chaos die volgden op Contés dood. In 2009 woonde, volgens de mediaverslagen, een vertegenwoordiger van het bedrijf de plechtige opening bij van een wapendepot dat Katex voor een dikke zes miljoen euro bouwde. ‘Het is mij een waar genoegen [de junta] te dienen’, zei de vertegenwoordiger.

Vertaling: Gie Goris.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift