Diplomatieke telexen waarschuwden voor genocide

Het Amerikaanse National Security Archive kon de hand leggen op diplomatieke telexen die Frankrijk, België, de VS en de VN verstuurden in de weken voor de genocide. Werpen zij een nieuw licht op de gebeurtenissen?

Het gebeurt maar zeer zelden dat een geheim rapport van de Belgische militaire inlichtingendienst publiek wordt gemaakt. Zo is er de ‘Studie over de Interahamwe-milities’ door majoor Hock van de toenmalige SGR, een document van 13 pagina’s opgesteld op 2 februari 1994. Ze maakt deel uit van een collectie documenten die het National Security Archive – in samenwerking met het Holocaus Memorial Museum – sinds januari 2014 op zijn website publiceert.

Het gaat voornamelijk om diplomatieke telexen die Frankrijk, België, de VS en de VN verstuurden in de weken voor de Rwandese genocide. Sommige daarvan kwamen al ooit voor het VN-tribunaal in Arusha of in de Rwanda-onderzoekscommissie van de Belgische senaat ter sprake.

Het National Security Archive (NSA) van de George Washington University beheert de grootste niet-gouvernementele bibliotheek van gedeclassificeerde documenten. Sinds 1983 heeft de organisatie maar liefst 53.000 keer een beroep gedaan op de Amerikaanse wet op de openbaarheid van bestuur (wob) om geheime dossiers van de CIA en andere inlichtingendiensten in handen te krijgen.

Genocidefax

De eerste reeks publicaties focust op de beruchte “genocidefax”, die de Canadese generaal en UNAMIR-commandant Roméo Dallaire op 11 januari 1994 naar het VN-hoofdkwartier in New York stuurde. Een informant – Jean Pierre Abubakar Turatsinze – had de generaal gewaarschuwd over het plan om Tutsi’s uit te roeien. ‘Dankzij deze documenten,’ schrijft Michael Dobbs van de NSA, ‘is het nu mogelijk om een veel rijker beeld te schetsen van de man die de inspiratie vormde voor de “genocidefax” én van hoe en waarom VN-functionarissen en andere beleidsmakers hebben gereageerd – of hebben nagelaten te reageren – op zijn waarschuwingen.’

In de tweede reeks gaat het om dagelijkse briefings die UNAMIR (United Nations Assistance Mission for Rwanda) in januari 1994 doorstuurde naar het VN-hoofdkwartier in New York. Drie maanden nadat ze in Rwanda waren neergestreken, kloegen de UNAMIR-peacekeepers erover dat ze niet voldoende waren uitgerust een antwoord te bieden op mogelijk geweld.

De derde reeks documenten zijn diplomatieke telexen verstuurd tussen het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken en de VN in New York. Uit vrees voor ‘een nieuw bloedbad’ in Rwanda riep Brussel op 25 februari 1994 in een diplomatieke telex op om de VN-vredesmissie in Rwanda te versterken. Dit document is destijds ook onder de loep genomen tijdens het Rwanda-onderzoek door de Belgische senaat.

De – voorlopig – laatste publicatie, ‘De Rwandese crisis gezien door de ogen van Frankrijk’, bundelt Engelse vertalingen van Franse diplomatieke documenten uit de periode vlak voor de Rwandese genocide. Interessant is bijvoorbeeld dat Rwandees president Juvénal Habyarimana – het neerhalen van zijn vliegtuig was de directe aanleiding voor de genocide – al in de lente van 1990 aan de Fransen signaleerde dat hij angst had.

Werpen al deze documenten een nieuw licht op de gebeurtenissen voorafgaand aan het drama in Rwanda? En welke cruciale vragen zijn – twintig jaar na de feiten – in de geschiedschrijving nog altijd niet beantwoord? MO* vroeg het aan vier Rwanda-kenners en historici.

Swinnen: ‘Blijven zoeken naar de waarheid’

Johan Swinnen was Belgisch ambassadeur in Kigali, Rwanda, van 1990 tot 1994. Sinds 2011 is hij met pensioen. Momenteel werkt Swinnen aan een boek over zijn Rwandese ervaringen.

‘Veel van de telexen die de NSA nu publiceert, stonden al in het boek Rwanda, les archives secrètes de Mitterand 1982-1995 van Bruno Boudiguet. Dat bundelt brieven, akkoorden, mails, verslagen van ministerraden, telexen en faxen die destijds door de handen van president François Mitterand zijn gegaan. Met andere woorden: zoveel nieuws staat er niet in die NSA-documenten.’

‘Wat de geschiedschrijving van de Rwandese genocide betreft, vind ik dat we moeten blijven zoeken –de internationale gemeenschap en de Rwandezen op kop. Op het proces van Pascal Simbikangwa, het hoofd van de inlichtingendienst van Habyarimana (die onlangs in Frankrijk is veroordeeld voor de Rwandese genocide, kc), heb ik gezegd: “We moeten nederig, bescheiden en eerlijk zijn door toe te geven dat we eigenlijk nog niet veel meer weten.” Ik vrees dat we naar aanleiding van de twintigste verjaardag veel te maken zullen krijgen met politieke correctheid en selectieve verontwaardiging. We moeten de moed aan de dag leggen om te blijven zoeken naar de waarheid.’

‘Zelf heb ik nog veel vragen. Ik ben de eerste om dat toe te geven. Wie heeft het vliegtuig van Habyarimana neergeschoten? Tot nu toe hebben we daarvoor nog altijd geen sluitende bewijzen. Frankrijk heeft wel een verdienstelijke poging gedaan om de technische, ballistische aspecten te onderzoeken. Maar daarmee hebben we nog niet het sluitende antwoord op die vraag.’

‘Nog zo’n vragen: Hoe is Fred Rwigyema, de militaire chef van het FPR (de partij van huidig Rwandees president Paul Kagame, kc) in de begindagen, om het leven gekomen? Is hij gesneuveld of vermoord door zijn eigen mensen? Volgens sommige analisten hadden Kagame en Rwigyema een verschil in visie. En wie was er precies lid van de Akazu, de informele organisatie waar Habyarimana voorzitter van was?’

‘Ik ben geen negationist of revisionist, integendeel. Ik verzet met met alle macht tegen een banalisering van de genocide. Ik heb te hard gevochten om ze tegen te houden en te vermijden, om de gematigde krachten aan te moedigen. Ik blijf de gruwel van de genocide aanklagen. Maar tegelijkertijd zeg ik: pas op met conventional wisdom, met zwart-witdenken. We moeten lef, durf en eerlijkheid blijven opbrengen om te aanvaarden dat we nog verder moeten zoeken naar bepaalde zaken. We moeten het waarheids- en rechtvaardigheidsgevoel blijven koesteren en cultiveren, en geen vrees hebben om bepaalde lastige vragen te stellen, zowel richting daders van de genocide als richting het FPR. Zo hebben wij, de Belgische diplomatie, ons altijd gedragen.’

Reynebeau: ‘De feiten krijgen perspectief’

Marc Reynebeau is historicus en journalist. Eind januari publiceerde hij in De Standaard een artikel over de eerste reeks Rwanda-files van het National Security Archive.

‘Echt spectaculaire, nieuwe feiten komen er in die NSA-documenten niet naar boven. Wel wordt veel van wat we reeds vermoedden in de telexen bevestigd. Met name wat betreft de misverstanden en de dubbelzinnigheden tussen de VN in New York en de Canadese generaal Dallaire.’

‘Wat me opvalt, is dat men zich bij de situatie neerlegde. “Het gaat niet optimaal, er is te weinig materiaal, waardoor de inspecties niet kunnen doorgaan. We zullen het maar laten passeren.” Dat sfeertje zie je in die berichten opduiken. Je merkt dat men bij de VN – maar ook in België en elders – niet goed kon inschatten hoe gespannen de toestand wel was. De leiding van UNAMIR in Kigali is aan haar lot overgelaten. Daardoor krijgen de feiten perspectief. Je ziet bij wijze van spreken: “Alles ligt klaar.” Achteraf zijn er veel vragen over gesteld, maar nu zie je: “Het kon bijna niet anders”.’

‘Als je nu die originele documenten bekijkt, die opgesteld zijn in tempore non suspecto, dan zie je de verkeerde inschattingen die gemaakt zijn, en het gebrek aan prioriteit dat werd gegeven –neem bijvoorbeeld de waarschuwingen over het gebrekkige wagenpark van de UNAMIR. Daar gebeurt niets mee. Men nam er gewoon nota van. Daarin zie je die limieten van zo’n vredesoperatie.’

‘Natuurlijk is het belangrijk dat er een goed zicht bestaat op hoe zo’n genocide is kunnen gebeuren. Daarbij stilstaan heeft een historisch-ethisch belang. Verder heeft de Rwanda-affaire ook duidelijke politieke consequenties gehad in België. Guy Verhofstadt (in 1997 rapporteur van de Rwanda-commissie, kc) heeft daarop zijn idee van de “Belgische disfunctie” gebaseerd. Een aangezien er ook tien Belgische para’s zijn vermoord, was het ook een trauma dat gevolgen had voor de Belgische houding tegenover deelnemen aan buitenlandse missies. Conclusie was toen: “België moet niet meedoen in militaire operaties in voormalige kolonies”.’

Thomson: ‘Overwinnaarsrecht beïnvloedt onze kennis’

Susan Thomson is assistant professor bij de afdeling Peace and Conflict Studies van de Colgate University in Hamilton, New York. Ze is auteur van Whispering Truth to Power: Everyday Resistance to Reconciliation in Post-Genocide Rwanda (Madison, 2013).

‘De documenten die de NSA nu publiceert nuanceren veel van wat we reeds wisten, of hadden kunnen bijeenpuzzelen uit andere bronnen – zoals het boek The French Betrayal of Rwanda door Daniela Krosla, of het artikel Provoking genocide: a revised history of the Rwandan Patriotic Front door  Alan J. Kuperman.’

‘De belangrijkste vraag die vandaag nog niet beantwoord is, gaat over de rol van het FPR in de genocide. Het populaire verhaal in westerse media is dat het FPR de redders/helden van Rwanda zijn omdat ze de genocide hebben gestopt. Maar op hun pad naar de macht hebben ze ook velen gedood, en het leidde ertoe dat de FPR niet bereid was zijn politieke macht te delen. Waarschijnlijk wilden ze de machtsdeling vermijden waarover het FPR en de toenmalige Rwandese regering in Arusha onderhandelden.’

‘Academische kennis – en archiefdocumenten zoals die van het National Security Archive –tonen de cruciale rol van het FPR zowel in het helpen scheppen van de voorwaarden die genocide een optie maakten voor een extremistische fractie in de regering-Habyarimana als in het potentieel neerhalen van het presidentiële vliegtuig.* Het neerhalen van het vliegtuig van Habyarimana wordt algemeen gezien als de aanleiding voor de genocide van 1994.’

‘De vraag die ik heb, is: “Wie heeft dat vliegtuig neergeschoten?” Dat antwoord is belangrijk, want wat we tot nu toe weten over de oorzaken en gevolgen van de genocide is een enge vorm van victor’s justice (“overwinnaarsrecht”). Daarmee wil ik niet suggereren dat functionarissen van de regering-Habyarimana niet verantwoordelijk zouden zijn voor het plannen en uitvoeren van de genocide van 1994. Ik vraag alleen een meer complete weergave van de acties langs beide zijden van de burgeroorlog en de genocide.’

* Thomson: ‘Academic knowledge (and indeed, archival documents like those recently available from GWU) demonstrate the pivotal role of the RPF in both helping to craft the conditions that made genocide an option for an extremist faction of the Habyarimana government, and potentially downing the presidential aircraft.’

Holmes: ‘Samenzweringsnarratieven kunnen “bewezen” worden door officiële documenten te citeren’

Dr Georgina Holmes doceert international relaties aan de University of Portsmouth, UK, en is auteur van Women and War in Rwanda: Gender, Media and the Representation of Genocide (I.B. Tauris, 2014).

‘De documenten op de website van het National Security Archive werden in 2005 eerst gelekt aan Franse onderzoekers. Op zich bieden ze geen aanvullende informatie over de gebeurtenissen voorafgaande aan de Rwandese genocide van 1994. Door de documenten in het Engels te vertalen heeft de NSA sommige aspecten van het beslissingsproces van Buitenlandse Zaken van Frankrijk wel toegankelijk gemaakt voor Engelstalige onderzoekers.’

‘Gedurende verschillende jaren zijn beetje bij beetje documenten vrijgegeven uit de archieven van François Mitterand. Zonder toegang tot het volledige archief is slechts gedeeltelijke informatie voorhanden. Dat leidt ertoe dat feiten en speculatie worden gemengd, verdraaid en gemanipuleerd, afhankelijk van de individuele vooringenomenheid van een politieke speler of groep. Samenzweringsnarratieven kunnen “bewezen” worden door officiële documenten te citeren. Uitmaken wie het vliegtuig van president Habyarimana heeft neergeschoten – waarover wordt gezegd dat het de ‘trigger’ was van de genocide die op 6 april 1994 begon – is zo een voorbeeld van speculatie.’

‘Er blijven nog heel wat vragen onbeantwoord over de geschiedenis van de Rwandese genocide. Daaronder: de rol van Frankrijk bij het opleiden en uitrusten van het voormalige Rwandese leger in de vier jaar voorafgaand aan de genocide. En: de beslissingsprocessen binnen de VN en de invloed van Frankrijk in de VN-Veiligheidsraad tussen april en juli 1994.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur