Duikers beschadigen bijna altijd het koraal – ook als ze voorzichtig zijn

Nieuws

Duikers beschadigen bijna altijd het koraal – ook als ze voorzichtig zijn

Duikers bij koralen
Duikers bij koralen

Duiktoerisme, dat de reputatie heeft het behoud van koraalriffen ten goede te komen, brengt toch aanzienlijke en vaak verborgen schade toe aan de ecosystemen. Dat blijkt uit onderzoek dat zevenhonderd duikers heeft gevolgd.

Hoe bescherm je waardevolle koralen tegen schadelijke visserij of andere industrieën? Veel landen kiezen voor toerisme, en met name duiktoerisme: zo genereren de riffen een nieuwe inkomstenstroom voor de lokale bevolking. En als er voorzichtig gedoken wordt, heeft het rif er enkel baat bij.

Althans, dat werd altijd aangenomen. Tot de universiteiten van Sydney en Princeton het gedrag van meer dan zevenhonderd duikers onder de loep nam in toeristische hotspots in de Filipijnen en Indonesië.

Tijdens het onderzoek, ruim 300 uur onder water, registreerden de wetenschappers 4981 contacten tussen duikers en het rif. In zo’n 41 procent van die contacten leverde dat zichtbare schade op aan de koralen; een breuk bijvoorbeeld, of bedekking van koraal met sediment. Gemiddeld is dat één contact per vier minuten duiktijd, zeggen de onderzoekers.

‘Dit onderzoek documenteert de onhoudbare onderwatervoetafdruk van duiktoerisme op koraalriffen’, zegt Bing Lin, duurzaamheidsonderzoeker aan de Universiteit van Sydney.

Niet opzettelijk

Belangrijke bevinding van de studie is dat de meeste schade niet opzettelijk is. Meer dan 80 procent van de schadelijke contacten was onbedoeld of werd zelfs niet opgemerkt door de duiker.

Bovendien gaven de meeste duikers in de studie blijk van een zeer positieve milieuhouding: ze geven wel degelijk om het behoud van de riffen.

Maar de studie brengt een aantal patronen aan het licht. Zo schat driekwart van de duikers zijn of haar vermogen om contact met het rif te vermijden als ‘bovengemiddeld’ in. De onderzoekers spreken ook van het “Dunning-Kruger-effect” bij duikers, waarbij mensen met een lager vaardigheidsniveau hun competentie onevenredig overschatten.

‘Veel duikers denken dat ze voorzichtig zijn en weinig impact hebben, maar onze gegevens tonen een consistente discrepantie tussen perceptie en gedrag’, zegt Lin.

Meer materiaal

Duikers die onderwatercamera's, handschoenen of aanwijsstokken gebruiken, blijken vaker contact te maken. En ook het gedrag van groepsgenoten speelt een belangrijke rol: wanneer één duiker het rif aanraakt, is de kans veel groter dat anderen hetzelfde doen.

Ontmoetingen met zeeleven – vaak het hoogtepunt van duiktoerisme – leiden al snel tot een toename van 220 procent in opzettelijk contact met het rif, tot 85 procent aan onopzettelijk contacten en 106 procent in schadelijk contact. Dat komt omdat duikers de dieren proberen te naderen of hun positie aanpassen om ze te observeren.

Kleine groep

Ook opvallend is dat een kleine minderheid van de duikers verantwoordelijk blijkt voor een onevenredig groot deel van de totale schade aan het rif. Dat wijst erop dat gerichte interventies heel wat kunnen opleveren, zeggen de onderzoekers.

‘Het is moeilijk om de werkelijke omvang van het probleem van contact met het rif te kwantificeren’, zegt Lin. ‘Maar het is duidelijk dat ongereguleerd onderwatertoerisme een onderbelichte, lokale oorzaak van schade is die andere acute en chronische stressfactoren versterkt voor het rif.°

Lin benadrukt dat toerisme cruciaal is voor veel kusteconomieën. ‘Maar zonder veranderingen in het gedrag, de training en de industrienormen van duikers, dreigt het de ecosystemen te ondermijnen waarvan het afhankelijk is.’

De onderzoekers suggereren verschillende praktische oplossingen, zoals meer aandacht voor koralen tijdens de training, strengere controles op het gebruik van uitrusting, betere milieuvoorlichting en hogere eisen aan de certificering van duikers en duikoperators.

‘Allereerst moeten duikers begrijpen dat ze deel uitmaken van het probleem, voordat we ze ervan kunnen overtuigen deel uit te maken van de oplossing’, besluit Lin.

Het onderzoek is verschenen in het tijdschrift Conservation Letters.

Tags