Een jaar na de aardbeving in Turkije en Syrië: nog steeds nijpend gebrek aan onderdak en psychologische hulp

Nieuws

‘Meer dan 4 miljoen mensen leven in rampzalige omstandigheden’

Een jaar na de aardbeving in Turkije en Syrië: nog steeds nijpend gebrek aan onderdak en psychologische hulp

Een jaar na de aardbeving in Turkije en Syrië: nog steeds nijpend gebrek aan onderdak en psychologische hulp
Een jaar na de aardbeving in Turkije en Syrië: nog steeds nijpend gebrek aan onderdak en psychologische hulp

IPS

06 februari 2024

Vandaag is het een jaar geleden dat twee zware aardbevingen grote delen van Syrië en Turkije verwoestten. Hulpverleners stellen vast dat de problemen op vlak van huisvesting en psychologische hulp na een jaar nog lang niet van de baan zijn voor de getroffen bevolking.

© Save the Children

De Turkse Asli (9) zit voor haar huis dat grotendeels werd verwoest in de aardbeving van 6 februari 2023.

© Save the Children

Vandaag is het een jaar geleden dat twee zware aardbevingen grote delen van Syrië en Turkije verwoestten. Maar veel getroffen mensen verblijven nog altijd in tenten of containers en hebben geen toegang tot psychologische hulp om om te gaan met hun angst na de aardbeving.

Twee aardbevingen met een kracht van 7,8 en 7,6 op de schaal van Richter doodden meer dan 56.000 mensen en maakten miljoenen gezinnen dakloos in het zuiden van Turkije en het aangrenzende gebied in het noordwesten van Syrië. Die laatste groep telt volgens ngo Save the Children ongeveer 6,2 miljoen kinderen.

Meer dan 100.000 gebouwen en huizen werden met de grond gelijkgemaakt. Thuis slapen was vanwege die gevaarlijke situatie voor velen geen optie. Duizenden naschokken bleven het gebied immers nog lange tijd teisteren.

Tenten en containers

Een jaar later leeft nog steeds één op de drie van deze kinderen in een tijdelijke opvang, vaak in tenten of in een container die dienst doet als huis. Volgens Save the Children worstelen kinderen in beide landen op grote schaal met mentale gezondheidsproblemen, waaronder angsten.

‘De aardbeving mag dan niet meer gecoverd worden door het nieuws, de gevolgen ervan zijn nog steeds voelbaar’, zegt Sasha Ekanayake, directeur van Save the Children in Turkije, naar aanleiding van de eerste verjaardag van de ramp. ‘We zijn op weg naar herstel, maar de realiteit is dat een op de drie kinderen nog steeds vastzit in kleine tenten en containers. Het is niet alleen hun huis dat is vernietigd, maar ook het leven zoals deze kinderen het ooit kenden’, zegt Ekanayake.

‘We zijn op weg naar herstel, maar de realiteit is dat een op de drie kinderen nog steeds vastzit in kleine tenten en containers.’

In Syrië kwam de aardbeving bovenop het conflict dat het land al jaren tekent. Het gevolg is dat de economische situatie een absoluut dieptepunt bereikte waardoor er nauwelijks nog functionerende scholen en gezondheidscentra in het aardbevingsgebied zijn.

Ook Artsen Zonder Grenzen (AZG) stelt in een verklaring naar aanleiding van de eerste verjaardag van de ramp, dat psychologische behoeften lange tijd werden verwaarloosd omdat de nood aan dringende basiszorg prioriteit kreeg. Ondertussen doet de organisatie er alles aan om ook die noodzakelijke psychologische steun te kunnen bieden in het gebied.

‘Meer dan 4 miljoen mensen leven in rampzalige omstandigheden en de humanitaire situatie wordt alleen maar erger’, zegt AZG. ‘Toegang tot basisbehoeften blijft erg moeilijk, en deze extreme onzekerheid verergert de geestelijke gezondheidsproblemen van de bevolking’.

Terug naar school gaan helpt

Die omstandigheden maken dat kinderen er grote moeite hebben om alles wat ze hebben meegemaakt te kunnen verwerken. In vijf door de overheid gecontroleerde gebieden in Syrië blijkt uit het onderzoek van Save the Children dat 70% van de ondervraagde kinderen spreekt over verdriet en 30% melding maakt van nachtmerries en/of slaapproblemen.

In vier gebieden in Turkije die door de aardbeving werden getroffen, meldt de helft van de ondervraagde gezinshoofden (51%) veranderingen in de mentale toestand of het gedrag van hun kinderen sinds de aardbevingen. 49% vertoont tekenen van angst en 21% uit zich agressief in het gedrag, zegt Save the Children.

In Turkije gaan ondertussen bijna alle kinderen terug naar school, maar een derde van de gezinnen heeft problemen om dat te bekostigen.

De weinige kinderen in Syrië die er wel in slagen om terug naar school te kunnen gaan, stellen het beter. Zo getuigt Marah (12) die terug naar een school gaat die door een hulporganisatie werd opgericht: ‘Ik voel me beter nu, want ik studeer en zie mijn vrienden terug op school. Door de aardbeving en de bombardementen ben ik bijna een jaar niet meer naar school kunnen gaan.’

Syriërs in Turkije

Volgens [onderzoek](https://cdn.uc.assets.prezly.com/4447e793-a406-4cc1-819b-4a051a972afd/-/inline/no/Rapport Upinion & 11.11.11 - One Year after the Earthquakes.pdf) van 11.11.11 en de Nederlandse organisatie Upinion is er een specifieke groep mensen die de discriminatie na de ramp nog zag toenemen: Syriërs die in Turkije wonen.

‘Ik zag een gebouw daveren terwijl ik wist dat mijn dochter zich daarbinnen bevond.’

Tammam Aljamous is één van die mensen. Hij ontvluchtte de oorlog in Syrië en kwam in 2015 terecht in het Turkse Gaziantep waar hij met zijn organisatie Olive Branch Syrische vluchtelingen helpt. Een jaar geleden gooide de aardbeving zijn leven plots overhoop: ‘Ik zag een gebouw daveren terwijl ik wist dat mijn dochter zich daarbinnen bevond. Ik maakte vijf oorlogsjaren in Syrië mee, maar de angst dat ik mijn hele familie kon verliezen, maakte dit de ergste dag van mijn leven’, zegt hij.

‘We vielen terug op onze ervaring van de oorlog in Syrië. Daardoor wisten we wat nodig was. We hadden allemaal al met heftige situaties moeten omgaan in ons verleden’, schetst Tammam.

Naarmate de maanden verstreken, verschoven ook voor deze groep mensen de noden naar onder meer psychosociale hulp en opvang van kinderen. Volgens het rapport van 11.11.11 en Upinion zijn die nog steeds torenhoog. Het onderzoek schetst een beeld van slechte toegang tot hulpgoederen, huisvesting, psychosociale ondersteuning en zelfs geweld en discriminatie door Turkse autoriteiten.

Discriminatie op de huizenmarkt

Iets meer dan één op de tien (11 procent) Syrische vluchtelingen geven aan dat ze geen onderdak vonden, 5 procent werd zelfs uit hun opvangplek gezet. Een groot deel van hen trekken constant van de ene naar de andere opvangplaats. Op de woningmarkt stuiten Syriërs op veel Turks verzet, stelt het rapport.

‘We ontvingen zelfs getuigenissen van mensen die zeiden dat hun huur 120 tot zelfs 500 procent is gestegen. Huisbazen proberen hen het huis uit te zetten of wijzen hen bij voorbaat af wanneer ze zich aanmelden’, zegt Willem Staes van 11.11.11.

Volgens de cijfers in het rapport geeft één op de vier Syrische vluchtelingen in Turkije psychosociale hulp op als grootste nood (31 procent) – enkel de vraag naar huisvesting scoort hoger (54 procent) en voedselsteun (35 procent) scoorden hoger.

Europese leiders bespreken momenteel een nieuw financieel steunpakket voor de opvang en bescherming van Syrische vluchtelingen in Turkije. 11.11.11 hoopt dat België als tijdelijke voorzitter van de EU hierin een voortrekkersrol kan spelen. ‘Ons land en de EU moeten vermijden dat dit een zoveelste vergeten crisis wordt’, zegt Staes.