Dossier: 

Een klimaatakkoord is nog maar een begin

Ons hele ontwikkelingsmodel moet anders. Dat zegt Jacqueline McGlade in een gesprek met MO*. McGlade was onlangs in Brussel voor de voorstelling van het nieuwste rapport over de zogenaamde emissiekloof.

Jacqueline McGlade coördineert het onderzoek naar de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) bij de VN-Milieuorganisatie UNEP.  Die SDG’s moeten volgend jaar de MDG’s, de Millenniumontwikkelingsdoelen opvolgen.

© Lisa Develtere

Elk jaar publiceert UNEP het Emissions Gap Report. De uitstootkloof is de kloof die er gaapt tussen de opgetelde engagementen van de landen om hun emissies naar beneden te halen, en het streefcijfer dat men moet bereiken om de opwarrming binnen de marge van 2°C te houden.

Het dilemma

De moeilijkheden die moeten overwonnen worden, zijn immens en van diverse aard.
Bij de opening van deze klimaatconferentie wees Christina Figueres, voorzitter van de VN-Klimaatconventie UNFCCC op het dilemma: die kloof moet gedicht worden, anders dreigen we af te stevenen op een opwarming van 4°C. Maar de VN heeft geen mandaat om landen te verplichten meer te doen dan wat ze zelf aangeven. De concrete context van elk land is ook heel particulier. Niet alleen het engagement van regeringen ten aanzien van het klimaatprobleem verschilt, maar ook de mate van kwetsbaarheid, van aandeel in het probleem, van economische en technologische mogelijkheden.

Een ander probleem is dat tot nog toe altijd is gerekend met een grens van 2°C om de opwarming te beperken.

Een opwarming van 2°C is nog erg riskant. De grens zou beter op 1,5°C liggen.

Uit het jongste IPCC-rapport blijkt echter dat dit nog een erg riskante limiet is, een beperking tot 1,5°C zou beter zijn. Maar dan moeten de reducties nog veel verder gaan.

In dit rapport is evenmin de mogelijkheid van positieve feedbacks opgenomen, die alles nog erger kunnen maken. De oceanen bijvoorbeeld hebben hun verzadigingspunt bereikt en kunnen CO2 beginnen afgeven. Die feedbacks zouden het plaatje nog grondig vertekenen. De situatie is dus behoorlijk alarmerend.

Jaar na jaar zeggen we, om de hoop niet te verliezen, “we kunnen dit aanpakken, als we nú handelen”. En vervolgens gaat alles opnieuw zijn gewone gangetje. Is het geen tijd om wakker te worden?

Jacqueline McGlade: ‘Wel, dit rapport zegt heel duidelijk dat we dreigen het niet langer aan te kunnen. Het recente IPCC-rapport heeft duidelijk aangetoond hoeveel CO2 er nog mag bijkomen in de atmosfeer om binnen min of meer veilige grenzen te blijven. Dat is het “koolstofbudget” van 1000 gigaton dat er in de atmosfeer nog mag bijkomen tegen 2100. Dat budget dreigen we echter razend snel op te gebruiken als je beseft dat het probleem de voorbije 50 jaar is geëxplodeerd. De onzekerheid komt niet meer van de wetenschap maar van hoe de politici hiermee gaan omgaan.

De emissies moeten zo snel mogelijk naar beneden. Om gevaarlijke opwarming te vermijden, moet de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 15 procent dalen, vergeleken met 2010 en met 50 procent tegen 2050, om vervolgens tot nul emissies te komen tegen 2070. Met alle engagementen die nu op tafel liggen, en als we er van uitgaan dat de landen ook hun beleid uitvoeren, dan nog zal er in 2020 een “emissiekloof” zijn van 10 gigaton CO2, en van 17 gigaton in 2030.’

Hoe gaan we het resterende koolstofbudget eerlijk verdelen? Wie mag er nog vervuilen?

Jacqueline McGlade:  Dat is de politieke discussie. De urgentie is duidelijk en de consequenties als we dat budget overschrijden, dringen stilaan door.

Maar we zien grote incoherenties: landen die inzetten op zonnepanelen maar tegelijk steenkool blijven ontginnen. Dat moet stoppen, zowel omwille van de nood aan energie-innovatie als omwille van de publieke gezondheid. De klimaatproblematiek moet gekoppeld worden aan gezondheid en menselijk welzijn, want daar gaat het over.

Waar moeten we ons nu op concentreren?    

Jacqueline McGlade: De groei van de uitstoot is lichtjes aan het afnemen. Dat is het goede nieuws. Maar het is absoluut belangrijk dat we al het mogelijke doen om zonder uitstel in te zetten op de nog betaalbare oplossingen. Hoe langer we wachten, hoe duurder het wordt. Als we de maatregelen uitstellen tot 2030 dreigen we in een locked-in situatie terecht te komen, een situatie waarbij het heel moeilijk wordt om processen om te keren. Hadden we in 2010 begonnen met effectieve maatregelen, waren we ook al laat geweest maar hadden we ruimte gehad voor een bredere waaier van oplossingen. Hoe langer we wachten, hoe minder elementen er overblijven om mee te werken.

De aangroei van de emissies daalt lichtjes maar dat is wellicht meer door het stilvallen van de economie dan door het beleid?

Jacqueline McGlade: Het Europese klimaatbeleid heeft wel degelijk voor een daling in de emissies gezorgd. Europa zit op sporen, het probleem is dat ook de anderen op spoor moeten geraken. Verschillende landen stellen engagementen voorop, maar als je het klimaatbeleid van sommige van die landen analyseert – van Australië, Canada, Mexico en de VS bijvoorbeeld- dan stel je vast dat die heel wat meer zouden moeten doen om in lijn te zijn met het beloofde engagement.

We hebben nog een kloof van 14 gigaton broeikasgassen te dichten.

We hebben nog een kloof van 14 gigaton broeikasgassen te “dichten”. Vraag is, hoe doen we dat.  Er is nog heel wat winst te halen met energie-efficiëntie maar om bij koolstofneutraliteit uit te komen moet er veel meer gebeuren. We zullen onze toevlucht moeten nemen tot een technologische oplossing, tot CCS (Carbon Capture and Storage) , waarbij we actief koolstof uit de atmosfeer gaan halen. We zijn dus al in een situatie van excessieve emissies, meer dan de planeet kan opnemen.

Die “pledges”, of voorgestelde engagementen van landen volstaan niet, en zijn niet verplicht. Kunnen er andere domeinen aangesproken worden?

Jacqueline McGlade: Misschien kunnen er vanuit het perspectief van UNFCCC andere actoren aangesproken worden: steden, of internationale activiteiten zoals luchtvaart en scheepvaart.
We moeten het kader om die negatieve impact te verrekenen, verbreden om die andere activiteiten en spelers in de boekhouding te brengen.

Als je de prijs becijfert van de koolstof, en van de grondstoffen en het water, dan kan de markt helpen om die hulpbronnen naar waarde te schatten en om te werken aan efficiënt gebruik van grondstoffen. Efficiënt grondstoffengebruik impliceert ook energie-efficiëntie.
Het punt is dat er nog heel wat domeinen buiten beeld blijven wanneer we het hebben over “mitigatie”. Niet alleen de uitstoot van CO2 moet naar beneden, nog heel wat andere vormen van negatieve impact moet aangepakt worden.

Zou een koolstofprijs voor de producten die China voor ons produceert een goed idee zijn?

Jacqueline McGlade: Een koolstofprijs alleen is niet genoeg. O de grondstoffen en de energie en het water moeten daar dan in vervat zitten. Het zou een geïntegreerde prijs moeten zijn. De emissies zijn dus slechts een eerste onderdeel voor een veel ruimer plaatje.

Een koolstofprijs alleen is niet genoeg, we hebben een meer geïntegreerde kijk nodig.

Wat we nodig hebben voor de komende jaren is een veel meer geïntegreerde kijk – niet alleen over de CO2 emissies, maar over extractie van grondstoffen, de impact op het landgebruik en op het verplaatsen van mensen. Dat is waar duurzaamheid over gaat en het is eigenlijk maar een begin van hoe we onze ontwikkeling binnen de grenzen van de planeet willen brengen.

Ziet u ergens vooruitgang in de aanpak van het probleem?

Jacqueline McGlade: Als je zoiets als energie-efficiëntie neemt, als je dat vanaf het ontwerp van een gebouw inplant, leidt dit tot een heel andere manier van leven. Zulke gebouwen van de toekomst zijn efficiënt in grondstoffen, in energie, en dragen bij aan menselijk welzijn. De komende twintig jaar gaan we echt nieuwe steden bouwen, dat vind ik heel enthousiasmerend.

De komende twintig jaar gaan we echt nieuwe steden bouwen, dat vind ik heel enthousiasmerend.

We kunnen een deel zijn van het probleem, maar ook van de oplossing.

De doelstelling die China voorstelt voor zijn emissies is misschien nog onvoldoende, maar het wijst er wel op dat ze zich bewust zijn van het belang van transparantie en betrouwbaarheid in engagementen. Ik ben er zeker van dat ze hun economie zullen hervormen, zowel gedreven door de noodzaak om de emissies naar beneden te brengen, als door de noodzaak om iets te doen aan de ongezonde leefsituatie en luchtkwaliteit. Pollutie veroorzaakt veel negatieve kosten voor de economie, hun mensen zijn geveld door ziekte en kunnen niet werken. China heeft echt belang bij een klimaatbeleid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.