Europese consument oorzaak wereldwijde ontbossing

Dagelijks kopen we producten waarmee we ongewild bijdragen aan illegale ontbossing in de tropen. In vlees, zeep, snacks en benzine zit in de vorm van palmolie en soja een stukje ‘ingebed tropisch bos’ verwerkt. De Europese Unie kan het tij keren, beweert een vandaag verschenen rapport.

  • Lauria Jacques (CC BY-NC-ND 2.0) Tegenwoordig is de internationale vraag naar agrarische producten als palmolie, soja en leer uit de tropen de belangrijkste ontbossingsfactor. Lauria Jacques (CC BY-NC-ND 2.0)
  • CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0) Fern concludeert dat de EU in 2012 ongeveer een kwart van alle internationaal verhandelde landbouwproducten als palmolie importeerde, afkomstig van illegaal ontboste tropische grond. CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)
  • CIFOR (CC BY-NC 2.0) Meer dan de helft van het totale landoppervlak dat voor de EU-import illegaal wordt ontbost, ligt in Brazilië. CIFOR (CC BY-NC 2.0)
  • Wagner T. Cassimiro "Aranha" (CC BY 2.0) 'Als er op grote schaal illegaal wordt gekapt, kun je er donder op zeggen dat het hele systeem van wetten, monitoring, handhaving, transparantie en verantwoording afleggen niet deugt. Dát moet je aanpakken, en dat kan alleen de EU doen.' Wagner T. Cassimiro "Aranha" (CC BY 2.0)

Wij vernietigen bossen met de aankoop van shampoo, deodorant, bakolie, snacks, wasmiddelen, hesp, leren schoenen en benzine.

Denken we aan ontbossing, dan zien we motorkettingzagen, vallende bomen en vrachtwagens met boomstammen het regenwoud uitrijden. Of dan denken we aan arme keuterboeren, die stukjes bos platbranden om er gewassen voor hun gezinnen te telen.

Maar dat beeld moet nodig worden bijgesteld. Tegenwoordig is de internationale vraag naar agrarische producten als palmolie, soja en leer uit de tropen de belangrijkste ontbossingsfactor.

Het zijn niet mensen ver weg die bossen vernietigen, wij zijn het, met de aankoop van shampoo, deodorant, bakolie, snacks, wasmiddelen, hesp, leren schoenen en benzine – om maar enkele van de duizenden producten te noemen waarin agrarische grondstoffen zijn verwerkt.

‘Ingebedde ontbossing’

Wat deze ontbossing extra wrang maakt, is dat naar schatting de helft illegaal plaatsvindt. De Europese Unie is per hoofd van de bevolking de grootste importeur van deze ‘ingebedde ontbossing’. Dat blijkt uit een vandaag gepubliceerd onderzoek van de Europese ngo Fern.

‘Echte verandering is alleen mogelijk als je de bosbewoners een stem geeft.’

Fern denkt dat de veroorzaker van het probleem ook voor de oplossing kan zorgen. Fern ziet namelijk niks in vrijwillige afspraken met bedrijven om een einde aan te maken aan illegale ontbossing. ‘Die zijn onvoldoende om het tij te keren’, zegt de Nederlandse Saskia Ozinga, coördinator van Fern. Bedrijven als Unilever en Cargill doen in zogeheten ‘ronde tafels’ over verantwoorde palmolie en soja (RSPO en RTRS) allerlei toezeggingen, ‘maar kunnen die beloftes helemaal niet waarmaken in een omgeving waar wetteloosheid de regel is.’

De EU zou, net als bij de aanpak van de handel in illegaal hout (FLEGT; Forest Law Enforcement, Governance and Trade), bindende en integrale afspraken over agrarische producten moeten maken met landen. Cruciaal is dat daarbij ook bosbewoners meepraten en -beslissen over de bossen. Ozinga: ‘Dat is de belangrijkste les van de afgelopen decennia: echte verandering is alleen mogelijk als je hen een stem geeft.’

Tien, twintig jaar geleden was de vraag naar hout de belangrijkste oorzaak van ontbossing in de tropen. Dat is in korte tijd radicaal veranderd. De opkomende, koopkrachtige middenklasse én de Europese roep om biobrandstoffen geven de landbouw in de tropen een ongekende boost. Maar aan die landbouw zit heel vaak een luchtje.

Uit een studie van de Europese Unie blijkt dat tussen 1990 en 2008 maar liefst 53 procent van de wereldwijde ontbossing het gevolg is van de expansie van landbouwgrond. Een derde daarvan wordt gebruikt om gewassen te laten groeien voor de internationale handel. De EU zelf is de grootste importeur van deze producten, en is verantwoordelijk voor 36 procent van de ontbossing die is ingebed in landgrondstoffen.

CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

Fern concludeert dat de EU in 2012 ongeveer een kwart van alle internationaal verhandelde landbouwproducten als palmolie importeerde, afkomstig van illegaal ontboste tropische grond.

Een voetbalveld per twee minuten

De helft van alle ontbossing in de tropen sinds 2000 is illegaal.

Dat is niet het hele verhaal. Onderzoek van de denktank Forest Trends toont aan dat de helft van alle ontbossing in de tropen sinds 2000 illegaal is. Dat wil zeggen: in strijd met de landrechten van bosbewoners of nationale milieuwetten. De studie Stolen Goods van de Europese ngo Fern concludeert dat de EU in 2012 ongeveer een kwart van alle internationaal verhandelde landbouwproducten als soja, palmolie, leer en vlees importeerde, afkomstig van illegaal ontboste tropische grond.

De waarde van die import bedraagt 6 miljard euro. Italië, Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland en Frankrijk zijn de grootste importeurs. Tussen 2000 en 2012 werd gemiddeld elke twee minuten een voetbalveld bos illegaal gekapt om de EU te voorzien van rundvlees, leer, palmolie en soja voor voedingsmiddelen, diervoeder, leren schoenen en biobrandstoffen.

CIFOR (CC BY-NC 2.0)

Meer dan de helft van het totale landoppervlak dat voor de EU-import illegaal wordt ontbost, ligt in Brazilië.

‘De EU-consumptie doet meer dan alleen bijdragen aan de vernietiging van het milieu en de klimaatsverandering’, zegt Sam Lawson, auteur van het Fern-rapport. ‘De illegale aard van de ontbossing zorgt ervoor dat ze corruptie versterkt en leidt tot geweld, schending van mensenrechten en verlies van inkomstenbronnen. Mensen die illegale ontbossing proberen te stoppen zijn bedreigd, aangevallen of zelfs vermoord.’ Volgens Global Witness zijn wereldwijd sinds 2001 meer dan 900 milieu- en landrechtenactivisten vermoord. Brazilië is in dit verband het gevaarlijkste land.

De EU importeerde ongeveer een kwart van alle internationaal verhandelde landbouwproducten afkomstig van illegaal ontboste tropische grond.

Meer dan de helft van het totale landoppervlak dat voor de EU-import illegaal wordt ontbost, ligt in Brazilië, een kwart in Indonesië. Brazilië is de belangrijkste producent van soja en vlees, waarvoor met name de cerrado het moet ontgelden, het savanne-achtige binnenland van Brazilië met een zeer hoge biodiversiteit (onder andere de reuzenmiereneter, het reuzengordeldier, de jaguar en de manenwolf) en het zuidelijke deel van de Amazone.

Meer dan 60 procent van de cerrado is al omgezet in akkerland. Volgens  onderzoek is 90 procent van de ontbossing voor landbouwgrondstoffen in de Amazone in Brazilië illegaal. In Indonesië vindt illegale ontbossing vooral plaats vanwege hout en oliepalmplantages. Minstens 80 procent van deze ontbossing is illegaal.

Illegale ontbossing, om te voldoen aan de internationale vraag naar landbouwproducten, blijft niet beperkt tot Brazilië en Indonesië. Een parlementaire commissie in Papoea Nieuw-Guinea oordeelde in 2013 dat 90 procent van de landbouwvergunningen, goed voor vijf miljoen hectare, illegaal was uitgegeven. In Centraal-Afrika en het Mekongbekken rukken illegale palmolie- en rubberplantages gestaag op.

Landrechten

‘De EU maakt afspraken met houtproducerende landen, maar nog geen enkele afspraak is effectief van kracht.’

Illegaal wil zeggen dat de kap van het bos niet in overeenstemming is met de wetgeving van het land, en kan dus vele vormen aannemen. Bijvoorbeeld als bos wordt gekapt voor commerciële landbouw zonder vergunning.

Of als wordt gekapt in gebieden waar dat wettelijk niet mag, zoals rivieroevers of steile hellingen. Of als geen of onvoldoende rekening wordt gehouden met de landrechten van de oorspronkelijke bevolking.

Volgens Ozinga is illegaliteit een symptoom van de wijze waarop bossen worden beheerd. ‘Als er op grote schaal illegaal wordt gekapt, kun je er donder op zeggen dat het hele systeem van wetten, monitoring, handhaving, transparantie en verantwoording afleggen niet deugt. Dát moet je aanpakken, en dat kan alleen de EU doen. Die kan tegen landen zeggen dat ze zich niet aan hun eigen wetten houden. En dreigen de grenzen te sluiten voor goederen uit illegaal gekapte bossen.’

De onderhandelingen met Maleisië over een bossenovereenkomst slepen al tien jaar voort. Dat komt door de onduidelijke landrechten, waar de EU geen genoegen mee neemt. Ozinga: ‘Het probleem ligt hierdoor klip en klaar op tafel en maakt het voor lokale organisaties gemakkelijker er op in te spelen.’

Actieplan voor de EU
Fern publiceert op 30 maart een reeks rapporten met aanbevelingen voor de EU om ontbossing te stoppen en rechten te respecteren. Hierbij ligt de nadruk op het EU-beleid ten aanzien van klimaat en energie, handel, financiën, duurzame consumptie en ontwikkelingssamenwerking. Samen vormen deze documenten een alomvattend actieplan voor de EU.

De Europese Unie zit vol goede wil om ontbossing te stoppen. In 2008 besloot ze dat ontbossing in 2030 helemaal gestopt moet zijn en vorig jaar nog ondertekende de EU de Bossenverklaring van New York, die hetzelfde beoogt. Deze verklaring legt de nadruk op het versterken van het beheer, de transparantie en de rechtsregels rond bossen. Het zevende EU-Milieuactieprogramma erkent de noodzaak om de impact van de Europese consumptie van landbouwgrondstoffen op bossen aan te pakken.

Toch zorgt Europese stroperigheid ervoor dat An Lambrechts van Greenpeace België niet razendenthousiast is over deze route. ‘De EU-aanpak van illegaal hout heeft zich nog niet bewezen. De EU maakt afspraken met houtproducerende landen, maar nog geen enkele daarvan is effectief van kracht. De Europese Houtverordening van twee jaar geleden, die de import van illegaal hout verbiedt, wordt in geen enkele Europese lidstaat nageleefd.’

Lambrechts verwacht meer van initiatieven tussen ngo’s en bedrijven, zoals het Soja Moratorium (een tijdelijke afspraak om geen soja uit nieuw ontboste gebieden in de Amazone af te nemen) en de Palm Oil Innovation Group (geen ontbossing voor palmolieplantages; onafhankelijke monitoring). Beide gaan verder dan de ronde tafel-afspraken.

De langzaam malende Europese molens herkent Hans Beeckman, als houtbioloog werkzaam bij het Afrikamuseum in Tervuren. ‘Die aanpak is prima, maar per definitie zeer traag. De ambtenarij in alle EU-landen moet worden opgeleid. Duitsland is daar het verst in. België, met de belangrijke Antwerpse houthaven, voert nog steeds geen systematische controles uit op de import van hout.’ Maar hij ziet weinig alternatieven. ‘Keurmerken zijn vrijwillige instrumenten in private handen. Die zijn minder robuust dan bindende afspraken tussen landen.’ 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift