Heropbouwplan Filipijnen na tyfoon Haiyan roept vragen op

Vijf maanden nadat tyfoon Haiyan de centrale eilanden van de Filipijnen trof, blijft de hulpverlening bijzonder traag op gang komen. Bovendien blijft het onduidelijk welke koers de overheid precies zal varen in de heropbouw. De no build zone en privaat-publieke partnerschappen die de overheid aankondigde, baren middenveldorganisaties zorgen.

  • CC BY-ND 2.0 UNICEF, Jeoffrey Maitem De getroffen kustregio op 10 november 2013. CC BY-ND 2.0 UNICEF, Jeoffrey Maitem

Volgens cijfers van de Filipijnse overheid eiste de tyfoon zo’n 6000 levens en liet ze 28.000 gewonden en vier miljoen vluchtelingen achter. Andere bronnen schatten het dodental echter veel hoger. In totaal zouden veertien tot zestien miljoen mensen getroffen zijn door de storm. Slechts vijf tot tien procent van hen zou momenteel opgevangen worden in shelters of kampen.

No build zone

Niet lang na de ramp kondigde president Benigno Aquino aan dat de overheid een no build zone zou uitroepen langs de getroffen kustgebieden om de veiligheid in de toekomst te vergroten. Alle residentiële bouw in een zone van veertig meter van de kustlijn zou verboden worden. Ontwikkeling voor toerisme en infrastructuur voor levensonderhoud, zoals vissersbarakken, worden wel toegestaan.

Deze maatregel wordt sterk gecontesteerd door basisorganisaties en overheden. Er is namelijk onvoldoende budget en land beschikbaar om de naar schatting 60.000 families in de no build zone te compenseren en elders onder te brengen. Bovendien zijn de grenzen van de zone volgens ngo Refugees International niet gebaseerd op een grondige, wetenschappelijke studie die de ware risico’s inschat.

‘Momenteel heerst er veel onduidelijkheid over hoe deze regel geïmplementeerd zal worden’, vertelt Kris Vanslambrouck, verantwoordelijke voor de partnerwerking Azië bij 11.11.11. ‘Het is dan ook zeer belangrijk dat de civiele maatschappij nu haar grieven bekend maakt en actie voert.’

Neri Javier Colmenares, volksvertegenwoordiger van de Bayan Muna partij en mensenrechtenadvocaat bij de National Union of People’s Lawyers (NUPL), klaagt aan dat de maatregel de arme vissers discrimineert. ‘Eigenaars van grote hotels en stranden mogen wel terugkeren naar de kuststreek. Zij hebben eigendomsbewijzen van hun grond. De arme vissers beschikken hier echter niet over’, stelt hij. ‘Het beleid van de overheid zou niet moeten zijn om alle kuststreken onbewoond te maken, maar om voldoende voorbereidingen te treffen voor wanneer deze rampen zich voordoen en veilige evacuatiezones te voorzien.’

Hij ziet dan ook een heel andere motivatie achter het voorstel van de regering: zakenbelangen. ‘Officieel wil de overheid de veiligheid vergroten, maar in werkelijkheid wil ze het land waar de armen op wonen verkopen aan private eigenaars om het te laten ontwikkelen.’

Publiek-private partnerschappen

Voor de heropbouw van de getroffen regio’s slaat de overheid de handen ineen met de privésector. ‘Ze maken van de heropbouw een business’, vertelt Colmenares. ‘Het is een verborgen vorm van privatisering en volgens de NUPL een complete verwaarlozing van het welzijn van de bevolking.’

De 171 getroffen gemeentes werden opgedeeld in 24 grotere zones en vervolgens verdeeld onder grote Filipijnse zakenconglomeraten. Zo kreeg de Ayalas familie, een familie met belangrijke belangen in vastgoed, het eiland Negros en een deel van het eiland Panay toegewezen, terwijl scheepvaartmagnaat Aboitiz de heropbouw havenstad Cebu op zich zal nemen.

Volgens Colmenares krijgt de zakenwereld vrij spel om winst te maken bij de heropbouw: ‘Natuurlijk gaan ze het land aan een zeer lage prijs aankopen. Hun interesse is niet de wederopbouw, maar interessante zaken doen. Ze doneerden misschien enkele miljoenen als teken van goede wil, maar dit geld zullen ze in tienvoud terugverdienen.’

Ook Kris Vanslambrouck stelt zich vragen bij deze aanpak: ‘Wanneer je een klein eiland met potentieel voor ontginning toewijst aan een mijnbouwbedrijf, kan je ervan uitgaan dat het niet meer leefbaar zal zijn voor de boeren en de vissers.’

Het is essentieel dat de civiele maatschappij betrokken wordt bij de plannen voor rehabilitatie, benadrukt Vanslambrouck. ‘Het kan niet dat een bedrijf beslist over welke soort heropbouw er moet komen. Het is nog altijd aan de regering om de planning te maken en hierbij voldoende inspraak voor de civiele maatschappij te voorzien. Heropbouw mag geen zaak zijn van enkel de overheid en de bedrijfswereld.’

Nood aan transparantie

De vraag naar transparantie over de overheidsplannen en de manier waarop nationale en internationale fondsen gebruikt werden, is groot. Hoewel heel wat buitenlandse overheden en ngo’s meteen na de ramp fondsen vrijmaakten, klagen veel slachtoffers volgens Neri Colmenares dat ze weinig of geen hulp ontvangen hebben.

‘De hulp wordt gedeeltelijk of soms zelfs volledig achtergehouden. Tien dagen na Haiyan bezochten we een getroffen gebied. De mensen vertelden ons dat hen een hulppakket met rijst, noodles, koffie, suiker en olie beloofd was, maar wanneer ze de pakketten ontvingen, ontbraken de koffie of de olie.’ Volgens Colmenares is er een resolutie ingediend bij het congres om na te gaan wat er met de buitenlandse donaties gebeurd is.

Daarnaast zou de hulp volgens Carlos Isagani Zarate, volksvertegenwoordiger bij Bayan Muna en mensenrechtenadvocaat bij NUPL, ook politiek gedreven zijn. ‘In provincies waar de lokale vertegenwoordigers op goede voet staan met de centrale regering, werd er snel veel noodhulp geboden. Maar in gebieden zoals Tacloban, waar de burgemeester een tegenstander is van de president, komt de hulp traag op gang’, legt Zarate uit. ‘Daarnaast proberen politici ook stemmen te winnen bij het uitdelen van de buitenlandse hulp.’

‘We vragen de internationale gemeenschap dan ook om druk uit te oefenen op de Filipijnse overheid om verantwoording af te leggen aan het volk en duidelijk te communiceren over haar plannen voor de wederopbouw’, concludeert hij.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift