Geen elektriciteit? Dan hoeft u niet op de Wereldbank te rekenen

2,3 miljard mensen hebben geen of onbetrouwbare elektriciteitstoevoer. De Wereldbank schaarde zich in 2014 achter het Sustainable Energy for All-initiatief van de VN om energiearmoede de wereld uit te helpen. Toch blijkt ze amper iets doet om de mensen die haar het hardst nodig hebben, te helpen.

  • Philippe Semanaz (CC BY-SA 2.0) Energie gaat afgelegen maatschappijen voorbij: ‘Het is voor de Wereldbank veel gemakkelijker om een grote dam of centrale die miljarden kost te financieren.’ Philippe Semanaz (CC BY-SA 2.0)
  • Rod Waddington (CC BY-SA 2.0) 64 procent van de investeringen in energievoorzieningen zouden naar off-gridprojecten moeten gaan, zoals zonnepanelen of windenergie-installaties. Rod Waddington (CC BY-SA 2.0)
  • Ollivier Girard / CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0) Vooral in Sub-Sahara Afrika hebben mensen geen stroom. Dat maakt het voor hen erg moeilijk om uit de armoede te klimmen. ‘Denk maar aan gezondheidszorg en onderwijs, of gewoonweg koken.’ Ollivier Girard / CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Curt Carnemark / World Bank (CC BY-NC-ND 2.0) Deze zonnepanelen in Mali zijn één van de weinige off-gridprojecten in Sub-Sahara Afrika. © Curt Carnemark / World Bank (CC BY-NC-ND 2.0)

In 2011 lanceerde secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-moon het Sustainable Energy for All-initiatief (SE4ALL). Daarmee willen de VN tegen 2030 energiearmoede de wereld uithelpen. Als de doelstellingen worden gehaald, zou de Human Development Index met maar liefst 38 procent stijgen. Dat zorgt dus voor een aanzienlijke daling van de armoedegraad.

Armoede en energie

De strijd tegen armoede en energie zijn nauw verbonden: vandaag heeft wereldwijd een op vijf mensen geen toegang tot energie. Een zevende van de wereldbevolking leeft met onbetrouwbare elektriciteitstoevoer. Dat maakt het voor hen erg moeilijk om uit de armoede te klimmen.

‘Denk maar aan gezondheidszorg en onderwijs, of gewoonweg koken. In de tropen moeten kinderen overdag helpen op het veld en is het om zes uur ’s avonds al donker. Als er geen elektriciteit is, kunnen de kinderen maar moeilijk les volgen’, aldus Pol Vandevoort, beleidsmedewerker voor de Wereldbank bij 11.11.11. Hij publiceerde een rapport over het teleurstellende energiebeleid van de Wereldbank.

Ollivier Girard / CIFOR (CC BY-NC-ND 2.0)

Vooral in Sub-Sahara Afrika hebben mensen geen stroom. Dat maakt het voor hen erg moeilijk om uit de armoede te klimmen. ‘Denk maar aan gezondheidszorg en onderwijs, of gewoonweg koken.’

Door een combinatie van de economische en de bevolkingsgroei zal de vraag naar energie tegen 2030 met maar liefst 30 procent toenemen, waarvan 90 procent zich zal voordoen in ontwikkelingslanden. Daardoor zouden, mits de huidige groei in energievoorzieningen, nog steeds 1,2 miljard mensen in Sub-Sahara Afrika geen stroom hebben.

Rurale gebieden blijven verwaarloosd

De Wereldbank is een van de belangrijkste partners voor het SE4ALL-initiatief, toch blijkt uit een onderzoek van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) en 11.11.11 dat de mensen die haar het hardst nodig hebben, niet op de Wereldbank kunnen rekenen. 95 procent van die mensen leven in Sub-Sahara Afrika of Azië, waarvan 84 procent in rurale gebieden.

‘Het Onafhankelijke Evaluatiebureau van de Wereldbank kwam tot de schokkende ontdekking dat de Wereldbank nauwelijks in die gebieden investeert,’ vertelt Pol Vandevoort, ‘het geld gaat vooral naar landen met een hoge of universele elektrificatiegraad, nauwelijks naar Sub-Sahara Afrika. Het grootste deel van de investeringen zit daarbovenop in gecentraliseerde energievoorzieningen’, stelt Vandevoort.

Rod Waddington (CC BY-SA 2.0)

64 procent van de investeringen in energievoorzieningen zouden naar off-gridprojecten moeten gaan, zoals zonnepanelen of windenergie-installaties.

Off-gridprojecten

‘Gecentraliseerde energievoorzieningen zijn de hoogspanningskabels en energiecentrales zoals wij ze in Vlaanderen kennen. In rurale gebieden, zoals in Sub-Sahara Afrika, maken de grote afstanden zo’n situaties veel moeilijker. Als je afgelegen gemeenschappen wil bereiken, moet je volgens het IEA minstens 64 procent van je investeringen naar off-grid of gedecentraliseerde voorzieningen dirigeren. Dan spreken we over zonnepanelen of kleine windenergie-installaties die op de daken van huizen in rurale gebieden worden aangebracht. Je kan ook minigrids plaatsen: kleinschalige centrales of dammetjes die een aantal dorpen van elektriciteit kunnen voorzien’, aldus Vandevoort.

‘Het project in Bangladesh staat in voor 41 procent van de totale inspanningen in off-gridprojecten’

De Wereldbank heeft één dergelijk succesvol project en daar pakken ze graag mee uit: in Bangladesh zorgen kleine zonne-energiesystemen ervoor dat honderdduizenden mensen in rurale gebieden elektriciteit hebben. Goed nieuws? Volgens Pol Vandevoort een zeldzaamheid: ‘Het project in Bangladesh staat in voor 41 procent van de totale inspanningen in off-gridprojecten, die in praktijk slechts 1,5 procent van alle investeringen door de Wereldbank bedragen.’

70 procent van de investeringen in off-gridprojecten bevinden zich in Argentinië, Bangladesh, Ethiopië, Mali, Mongolië en Sri Lanka. Slecht twee daarvan behoren tot de landen met een lage elektrificatiegraad in Sub-Sahara Afrika.

© Curt Carnemark / World Bank (CC BY-NC-ND 2.0)

Deze zonnepanelen in Mali zijn één van de weinige off-gridprojecten in Sub-Sahara Afrika.

Geld moet rollen

‘Het is voor de Wereldbank veel gemakkelijker om een grote dam of centrale die miljarden kost te financieren. Dan hoeven ze maar één project in het oog houden. Als je zonnepanelen wil plaatsen in rurale gebieden moet je daar veel meer energie in investeren’, verklaart Vandevoort.

‘Het is en blijft een bank: het geld moet rollen en met grote projecten kan je snel veel geld omzetten.’

‘Om promotie te maken in de Wereldbank is het heel belangrijk dat je als project- of sectorverantwoordelijke genoeg geld weet om te zetten. Het is en blijft een bank: het geld moet rollen en met grote projecten kan je snel veel geld omzetten.’

De Wereldbank is de laatste jaren in de eerste plaats een bank voor ontwikkelingssamenwerking geworden. Ze dient er dus ook op toe te zien dat haar investeringen beantwoorden aan de eigen sociale en ecologische normen. Uit onderzoek van MO* blijkt echter dat de Wereldbank eigenlijk niet weet welke impact haar investeringen op de betrokken gemeenschappen hebben.

Philippe Semanaz (CC BY-SA 2.0)

Energie gaat aan afgelegen maatschappijen voorbij: ‘Het is voor de Wereldbank veel gemakkelijker om een grote dam of centrale die miljarden kost te financieren.’

Falend beleid

In 2013 stelde de Raad van Bestuur van de Wereldbank een nieuw document voor dat als leidraad zou moeten dienen voor de bestuursleden. Towards a Sustainable Energy Future for All: Directions for the World Bank Groups Energy Sector somt een aantal opvallende punten op, zo zou de Wereldbank slechts in uitzonderlijke omstandigheden steenkoolcentrales financieren en is er een sterk engagement om waterkrachtcentrales verder te ontwikkelen.

‘De Wereldbank moet haar prioriteiten en keuzen helemaal omgooien en een radicale paradigmashift maken.’

Toch wordt het gebruik van fossiele brandstoffen gewoon verder gezet, het lijkt zelfs niet onder discussie te staan. Pol Vandevoort: ‘Het probleem is dat binnen het document alles mogelijk is. Het is veel te breed en slechts richtinggevend’. Daarnaast valt het op dat de Wereldbank natuurlijk gas op dezelfde lijn als hernieuwbare energie plaatst. Gas blijft echter een vervuilende, fossiele brandstof.

Het Onafhankelijke Evaluatiebureau van de Wereldbank stelt dat als deze situatie niet verandert, de Wereldbank haar doelstellingen voor 2030 nooit zal halen. ‘De Wereldbank moet haar prioriteiten en keuzen helemaal omgooien en een radicale paradigmashift maken. Ze vervult immers ook de rol van adviseur in energievoorzieningen en helpt landen om nationale plannen op te stellen en klimaatdoelstellingen te halen. Zo bepalen ze ook de agenda.’

Transparantie

Frans Godts, Belgische vertegenwoordiger voor de Wereldbank, zetelt momenteel in de Raad van Bestuur van de Wereldbank. Dat doet hij met 24 andere bestuursleden die samen 186 landen vertegenwoordigen. Godts vertegenwoordigt daarin niet alleen België, maar ook de negen andere landen in onze kiesgroep, waaronder Turkije, Oostenrijk en Wit-Rusland. ‘België is in die kiesgroep de belangrijkste aandeelhouder en heeft daarbinnen dus veel macht. Dat en het feit dat een Belg de kiesgroep binnen de Raad van Bestuur vertegenwoordigt, zorgt ervoor dat ons land een niet te onderschatten gewicht heeft binnen de Wereldbank’, aldus Vandevoort.

‘Het probleem is dat niemand weet waarvoor België binnen de kiesgroep pleit.’

‘Het probleem is dat niemand weet waarvoor België binnen de kiesgroep pleit. Wij vragen daarover transparantie. Belgische burgers en parlementairen hebben het recht om te weten waarvoor België staat en wat de beleidsprioriteiten zijn. Frans Godts krijgt daarvoor vanuit België trouwens geen richtlijnen’, stelt Vandevoort.

11.11.11 wil daarom dat de Minister van Financiën, die momenteel nog verantwoordelijk is voor de Wereldbank, een jaarlijks of zelfs driejaarlijks plan opstelt waarin de prioriteiten van België worden verwoord. Zo kan de minister in de toekomst richting geven aan de Belgische vertegenwoordiger voor de Wereldbank.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift