Kinderen trekken opnieuw naar de mijnen na afloop steunprogramma

Gratis onderwijs volstaat niet om kinderen uit kobaltmijnen te houden

Fairphone / Flickr (CC BY-NC-SA 2.0)

Sinds 2017 heeft de regering een nationaal beleid om kinderen uit de mijnen te halen. Maar jonge minderjarigen zijn nog steeds een alledaags zicht in de mijnbouw.

Meer dan 250 kinderen waren in september afwezig bij de start van het nieuwe schooljaar in Kipushi, in het zuidoosten van de Democratische Republiek Congo. Nu een steunprogramma is afgelopen dat een alternatief bood voor kinderarbeid in de kobaltindustrie zijn ze opnieuw naar de mijnen getrokken.

De kinderen, tussen zeven en veertien jaar oud, behoren tot de bijna drieduizend minderjarigen die in de mijnen van de kobaltrijke regio werken. Volgens de Congolese nieuwssite Mines.cd gingen er vorig jaar zo’n vijfhonderd kinderen naar school, in het kader van een overheidsprogramma gefinancierd door donoren. Maar bij de start van het nieuwe schooljaar afgelopen september zijn er amper 213 teruggekeerd.

Alledaags zicht

De DRC produceert 70 procent van alle kobalt ter wereld. Sinds 2017 heeft de regering een nationaal beleid om kinderen uit de mijnen te halen. Maar jonge minderjarigen zijn nog steeds een alledaags zicht in de mijnbouw. De meeste van de naar schatting 44.000 kinderen die in het hele land in de mijnen werken, zijn te vinden op gevaarlijke kleinschalige mijnlocaties in de kobaltrijke provincies Katanga, Noord-Kivu en Zuid-Kivu.

‘Als een kind het moeilijk heeft om zich te voeden, zal het niet op school blijven.’

Shanick Ilunga, coördinator van de NGO Aile du Coeur, legt uit dat de snelle terugkeer naar de mijnen aantoont hoe belangrijk het is om te investeren in betere omstandigheden thuis, om kinderarbeid uit de winningsindustrie te bannen. ‘Als ouders geen werk hebben, daalt hun levensstandaard. Het is echt moeilijk voor hen om hun kinderen niet naar de mijnen te laten gaan. Je moet dus met veel parameters rekening houden.’

Voor Bernard Kakulu, lid van de Association for Humanitarian Rights (ADH), is het programma voor gratis basisonderwijs dat de regering in 2019 heeft ingevoerd niet voldoende om risicokinderen op school te houden. Ondersteunende programma’s buiten de school zijn noodzakelijk, zegt hij. ‘Het is waar dat het probleem van het schoolgeld is opgelost. Maar als een kind het moeilijk heeft om zich te voeden, zal het niet op school blijven’, zegt Kakulu. ‘Vroeger werd ook de schoolkantine gefinancierd, dat systeem hield veel kinderen op school.’

Dit artikel maakt deel uit van een artikelreeks van IPS-partner Mongabay.

 

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift