Guatemalteeks dorp blokkeert toegang tot Canadese mijn

© Matt Hintsa (CC BY-NC-ND 2.0)

 

In Guatemala blokkeren dorpelingen de toegang tot een grote Canadese mijn in hun buurt. Ze nemen het niet dat ze niet geconsulteerd worden. Centraal-Amerikaanse overheden moeten de bevolking raadplegen bij grote projecten maar vergeten dit al te vaak, zeggen milieuorganisaties.

La Minera San Rafael, een filiaal van het Canadese Tahoe Resources, is gevestigd in de buitenwijken van San Rafael Las Flores, op 100 kilometer van Guatemala-Stad.

Het zijn de inwoners van Casillas, een buurgemeente, die de controlepost bemannen. Ook andere toegangswegen zijn geblokkeerd.

‘Het eerste dat we willen is dat ze in godsnaam vertrekken naar het land waar ze vandaan komen’, zegt Dávila, een 48-jarige huisvrouw en moeder van zeven kinderen, terwijl ze het vuur oppookt.

Gezondheidsproblemen

De inwoners van Casillas en andere plaatselijke gemeenten willen niet dat het bedrijf zijn activiteiten voortzet. Sinds zijn komst in 2007 heeft het veel schade toegebracht aan mens en milieu, zeggen ze.

Er zijn steeds meer mensen met gezondheidsproblemen door het drinken van vervuild water.

Rudy Pivaral, een 62-jarige landbouwer, heeft het over droogvallende waterbronnen, waardoor het niet langer mogelijk is twee tot drie keer per jaar te oogsten. Daarnaast zijn er steeds meer mensen met gezondheidsproblemen door het drinken van vervuild water.

Bijna honderd gezinnen van het dorp La Cuchilla, vlak bij de mijn, moesten geëvacueerd worden vanwege schade aan hun muren, een gevolg van de rotsboringen in de mijn.

Niet geraadpleegd

Conflicten zoals dit doen zich ook elders in Guatemala en in andere landen van Centraal-Amerika voor, niet alleen met mijnbouwbedrijven maar ook met waterkrachtcentrales.

‘Het is onrechtvaardig, en het ergste is dat ze ons nooit vragen of we de komst van die bedrijven willen’, zegt Dávila in haar geïmproviseerde keuken.

Dat de lokale bevolking niet vooraf wordt geraadpleegd bij dit soort projecten komt vaak voor in Centraal-Amerika. De overheid legt er internationale regels naast zich neer die bepalen dat de bevolking zich moet kunnen uitspreken over dit soort investeringen.

Conventie 169

‘We roepen de regeringen van Centraal-Amerika op zich te bezinnen over de leefbaarheid van wat ze ontwikkeling noemen’, zegt Julio González van de Guatemalteekse milieuorganisatie MadreSelva. ‘De mijnbouwindustrie staat in onze landen symbool voor vernieling en dood.’

Ik ben proMO*

 

Steun ons unieke non-profit mediaproject en word proMO*.

Je ontvangt ons magazine en geniet van een pak andere voordelen

Je maakt MO* mee mogelijk en steunt ons in onze missie.

Voor € 4,60/maand of € 60/jaar.

Ik word proMO*

De Centraal-Amerikaanse milieuorganisaties hebben zich nu verenigd in de Regionale Antimijnbouw-alliantie. Ze willen zo hun slagkracht vergroten in hun strijd tegen de mijnbedrijven.

Een van de regels waarop ze zich beroepen is Conventie 169 over Inheemse en Tribale Volkeren van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Die is sinds 1991 van kracht en is door 22 landen geratificeerd, waaronder alle Centraal-Amerikaanse landen behalve El Salvador en Panama.

Dode letter

Artikel 6 van die conventie stelt dat overheden ‘de betrokken bevolking moeten raadplegen, door middel van geschikte procedures (…) telkens als wetgevende of administratieve maatregelen worden overwogen die rechtstreekse gevolgen zouden kunnen hebben voor hen’, bijvoorbeeld wanneer een overheidsinstantie, nationaal of gemeentelijk, een concessie verleent aan internationale consortia.

Maar dat blijft meestal dode letter in de Centraal-Amerikaanse landen die het verdrag hebben geratificeerd, zeggen milieuactivisten.

De landen stimuleren het overleg niet, omdat ze vrezen dat anders belangrijke ontwikkelingsprojecten worden stopgezet. Dus zijn het de getroffen dorpen en steden zelf die raadplegingen organiseren.

Projecten tegengehouden

Alleen al in Guatemala, waar 63 procent van de bevolking van inheemse origine is, zijn ongeveer negentig van deze raadplegingen georganiseerd, door middel van handopsteking.

‘Voordat de waterkrachtbedrijven kwamen, begonnen we met de raadpleging’, zegt Cirilo Acabal Osorio (69), die in Uspatán, in het noordwesten van Guatemala, woont en tot het Mayavolk behoort. ‘We vroegen of die ondernemers het recht hadden om onze rivieren in te nemen, en een overweldigende meerderheid zei nee.’

‘De lokale besturen voelen zich niet gebonden door deze raadplegingen, dus houden ze er geen rekening mee.’

 

Tot nog toe slaagden acht lokale gemeenschappen erin om projecten tegen te houden.

In Honduras zijn er meer dan 40 vergaderingen geweest waarin de bevolking uit verschillende gemeenten soortgelijke projecten heeft afgewezen, zegt Pedro Landa van het Reflectie-, Onderzoeks- en Communicatieteam (Eric) van de katholieke jezuïetenorde (Sociëteit van Jezus) in dat land.

‘Maar de overheid blijft de wil van het volk negeren’, zegt hij.

De lokale besturen voelen zich niet gebonden door deze raadplegingen, dus houden ze er geen rekening mee, zeggen de milieuorganisaties.

Moord op Berta Cáceres

In heel Centraal-Amerika worden milieuactivisten bovendien vaak vervolgd, bedreigd of zelfs gedood, een systeem om de tegenstanders van grote projecten het zwijgen op te leggen, aldus de organisaties.

In Honduras, waar de laatste jaren meer dan 800 mijnbouw- en 143 waterkrachtprojecten zijn goedgekeurd, zijn minstens 127 milieuactivisten vermoord, onder wie de bekende activiste Berta Cáceres.

Ze werd op 3 maart 2016 doodgeschoten in haar eigen huis, een gevolg van haar felle verzet tegen de bouw van waterkrachtcentrale Agua Zarca.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift