Op zoek naar onderdak en veiligheid

Haïtiaanse migranten arriveren in Mexico-Stad: moe, hongerig, zonder plek om te slapen

© María Ruiz

Haïtianen huiven aan om toegang te krijgen tot de Mexicaanse vluchtelingenhulpcommissie

Niet alleen aan de grens van de Verenigde Staten, maar ook in de Mexicaanse hoofdstad arriveren tientallen Haïtianen, op zoek naar onderdak en veiligheid. De procedures verlopen traag; een afspraak krijgen bij de vluchtelingenhulporganisatie lukt vaak niet. Noodgedwongen verblijven gezinnen in opvanglocaties, cafés of zelfs op straat.

Sinds vorige week zijn er tientallen Haïtianen gearriveerd in Mexico-Stad. Ze kwamen van de stad Tapachula, in het uiterste zuiden van Mexico, waar ze een paar maanden verbleven in afwachting van onderdak. Tot het moment waarop het wachten ondraaglijk werd: er heerste grote onzekerheid rond hun asielprocedures, ze mochten niet werken, er was geen geld, geen eten, geen fatsoenlijke ruimte om te verblijven én ze hadden te lijden onder aanvallen en invallen door de Mexicaanse Nationale Garde en het Nationaal Migratie Instituut.

‘We hebben een slaapplaats nodig, heb jij geen huis?’, vraagt Marvensky, een 8-jarige Haïtiaanse jongen die met zijn moeder en jongere broers en zussen naar de stad is gekomen. ‘We hebben het koud, we hebben een slaapplaats nodig, we hebben geen geld, we hebben niets. We hebben een huis nodig’, zegt Marvensky buiten het kantoor van de Mexicaanse Commissie voor Vluchtelingenhulp (Comar), in de wijk Juárez.

Niet genoeg bedden, geen eten

Buiten het kantoor hebben zich zo’n honderd Haïtiaanse migranten verzameld die wanhopig op zoek zijn naar een dak boven hun hoofd. Ze staan hier met hun weinige bezittingen in de hand; een plaats om te verblijven hebben ze niet. Slechts een paar van hen hebben een plekje kunnen vinden in opvangvangtehuis Tochan, in Cafemin en enkele anderen in het café La Resistencia. Maar er zijn niet genoeg bedden, er is niet genoeg eten. Ze komen uit het hete zuiden van het land om nu de nachtelijke kou en regen van Mexico-Stad te trotseren.

Marvensky spreekt een beetje Spaans en treedt op als tolk voor zijn familie: zijn moeder, vader en twee jongere broers. Hij vertelt dat ze deze ochtend in Mexico-Stad zijn aangekomen, na een reis van twaalf dagen vanuit Tapachula, waar ze twee maanden woonden. ‘We hebben per vrachtwagen gereisd, en te voet. Het was zwaar, het is ver lopen.’

Zijn familie woonde twee maanden in Tapachula. Ze kwamen daar terecht nadat ze eerst vier jaar in Chili hadden gewoond. Door een gebrek aan werk, in combinatie met discriminatie en intimidatie, besloten ze Chili te verlaten en zich te richten op een noordelijker doel: de Verenigde Staten. Ze reisden – nauwelijks voorbereid op de kou en de regen – vanuit het zuiden van het continent, via Tapachula naar de hoofdstad van Mexico.

© María Ruiz

Het Haïtiaanse gezin van Natacha Capitainel en André Nel en hun twee dochters wachten op verzorging in de kantoren van de Mexicaanse Commissie voor Vluchtelingenhulp in Mexico-Stad.

Wachten op Comar

Op een bankje zit Emma, ze wacht tot haar afspraak bij vluchtelingenhulporganisatie Comar. In Tapachula wachten heel veel mensen op de aandacht voor hun zaak van Comar, vertelt ze. ‘Daarom komen we hier, om te kijken of we papieren kunnen krijgen. De meeste mensen die geen geld hebben en op straat slapen, wachten op onderdak’, zegt ze.

Emma wacht samen met haar man en dochter. ‘Er zijn landen die druk uitoefenen op de migratiekwestie. Ze delen deportatiebrieven uit, na twintig dagen mag je niet meer in het land blijven. Dat maakte me bang, ik kon de deur niet eens meer uit om iets te eten te kopen’, vertelt ze over haar ervaringen in Tapachula.

‘De procedures in Tapachula zijn erg ingewikkeld’, zegt ook Jude, student criminologie en voormalig politieagent in Haïti. ‘Daarom komen ze nu naar Mexico-Stad. Drie jaar geleden, toen ik bij Comar aanklopte, gingen de procedures heel snel. Op de dag dat ik aankwam, startte mijn procedure en diezelfde week kreeg ik mijn verblijfsvergunning, op humanitaire gronden. Nu lijkt dat moeilijker geworden, omdat het aantal aanvragen is gestegen.’

© María Ruiz

Natacha Capitainel is samen met haar twee dochters meegereisd met haar man André Nel in de hoop een werkvergunning te krijgen in Mexico.

Op zoek naar een fatsoenlijk leven

Jude kwam op woensdagochtend om 5.30 uur naar Comar. Hij studeert inmiddels in Mexico en besloot zijn landgenoten waar nodig te ondersteunen als vertaler. Hij weet dat sommige mensen vanwege de taalbarrière hun papierwerk niet op orde kunnen krijgen. Er waren mensen die de nacht voor het kantoor van de Commissie hadden doorgebracht, zag Jude toen hij aankwam. De families die na tien uur ‘s ochtends arriveren, kunnen geen afspraak meer maken. Zij zullen de volgende dag terug moeten komen en het nog eens proberen.

Jude vindt vooral huisvesting essentieel, mede omdat mensen niet weten wanneer ze een werkvergunning krijgen. En degenen die een hotel kunnen betalen, zien het einde van hun budget in zicht komen, vertelt hij.

Jean kwam naar Mexico-Stad omdat ze hem in Tapachula vertelden dat hij volgend jaar een afspraak zou kunnen krijgen bij Comar. Op zijn 19e kwam hij naar Brazilië, waar hij acht jaar lang vuilnis verzamelde. Hij heeft zijn familie al twee jaar niet gezien; dat is een van de redenen waarom hij besloot te migreren, een baan te zoeken waarmee hij genoeg kan verdienen om een fatsoenlijk leven op te bouwen en om zijn familie te kunnen bezoeken. ‘Jij, ik, allemaal willen we een fatsoenlijk leven. Waar ik dat kan vinden, daar blijf ik’, zegt hij.

Onder de migranten wordt Haïtiaans Creools gesproken, sommigen spreken Frans en anderen, zoals Jean, spreken de talen van de landen die ze hebben doorkruist: Frans-Creools uit Frans Guyana, Portugees uit Brazilië en nu een beetje Spaans.

Woonruimte gezocht, met spoed

Gabriela Chalte, coördinator van de Tochan-opvang voor migranten, doet een dringende oproep aan de federale regering en die van Mexico-Stad: er moet dringend een opvanglocatie worden geopend om de migranten die in de hoofdstad aankomen, te huisvesten. Ook moet de verwerking van procedures versneld worden, zodat migranten in staat worden gesteld te werken en onafhankelijk te worden. Tot slot, zegt Chalte, mogen de autoriteiten hier geen invallen doen zoals in het zuiden van het land gebeurt.

In Mexico-Stad zijn drie opvangcentra die gericht zijn op migranten: Cafemin, Mambre en Tochan. Een vierde opvanglocatie, Hermanos en el Camino (Broeders onderweg), is gesloten wegens gebrek aan financiële middelen. Tochan heeft een capaciteit van dertig plekken - dertig bedden die al bezet waren door Midden-Amerikaanse migranten, uit Honduras, Salvador en Guatemala. Nu zagen ze zich gedwongen om nog eens vijftien extra mensen, vrouwen en een meisje, op te vangen.

‘We kunnen niet meer mensen opvangen, want we hebben niet voldoende capaciteit’, zegt Gabriela Chalte. Ze vervolgt: ‘Als de vluchtelingen hier aankomen, moeten ze humanitaire hulp krijgen – ze zijn moe, verslagen en hongerig. Daarom is het belangrijk dat de opvangcentra worden ondersteund, dat de regering voedselvoorraden stuurt, steun biedt om de migrantenbevolking te kunnen helpen.’

© María Ruiz

Franciste Jean migró en zijn twee jaar oude dochter

Op straat

De noodsituatie zette Ana Enamorado, moeder van Óscar Antonio López, een jonge Hondurees die op Mexicaans grondgebied verdween, ertoe aan haar collega’s van het Huellas en la Memoria-collectief te mobiliseren. In de nacht van dinsdag op woensdag kwamen ze samen en richtten een workshopruimte in café La Resistencia in als opvang. Ze slaagden erin om daar ongeveer twintig mensen te huisvesten, onder wie veertien gezinnen met kinderen en baby’s.

‘We gaan via vrienden en mensenrechtenverdedigers het stadsbestuur oproepen dat zij dit overnemen. Er is dringend opvangruimte nodig; mensen kunnen niet op straat verblijven. Er zijn veel kinderen bij en ze hebben niets te eten. Het is dringend, want er blijven mensen bijkomen. Sinds gisteravond heb ik de samenleving gevraagd bij te dragen in de vorm van voedsel, matrassen, lakens, et cetera… Maar bovenal is de oproep aan de overheid: we hebben een waardige en veilige ruimte voor deze mensen nodig’, aldus Enamorado.

Franciste Jean vertrok zo’n vier jaar geleden, met zijn vrouw en zoontje van twee jaar, uit Haïti. Ze vonden onderdak in Café La Resistencia. In Tapachula konden ze geen afspraak bij Comar voor elkaar krijgen.

‘Het was heel moeilijk om uit Tapachula weg te komen. We hebben veel gelopen, het water overgestoken. Het was heel zwaar voor mij en mijn familie. Ik slaap slecht en aangezien ik werkloos ben, heb ik geen geld. Ik heb er geen spijt van dat ik naar dit café ben gekomen, ze verwelkomden me met heel hun hart en hebben veel geduld met ons gehad’, legt hij uit.

Ana Enamorado slaagde erin een slaapplaats te vinden voor Franciste, zijn familie en ongeveer vier andere families. Zodra zij vertrokken uit La Resistencia, kwamen er andere Haïtiaanse gezinnen in hun plaats naar het café, allen op zoek naar een veilige plek.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd op de Mexicaanse website Pie de Página.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift