300 miljoen dollar voor een Rode Khmer-tribunaal dat slechts 3 veroordelingen opleverde

Het genocideproces van twee Rode Khmer-kopstukken werd vorige week afgesloten met nederig eerbetoon van een beschuldigde aan zijn slachtoffers. Daarmee komt een einde aan een strafhof dat 300 miljoen dollar heeft gekost en amper drie veroordelingen heeft geproduceerd.

Khmer Rouge Tribunal (ECCC) (CC BY 2.0)

 

Het Cambodjatribunaal werd in 1997 opgericht om misdaden tegen de menselijkheid te bestraffen door de Rode Khmer. Ze wilden in de jaren zeventig een agrarisch utopia creëren in Cambodja, en executeerden daarbij vrijwel iedereen die een “intellectuele” opleiding had genoten. Tussen 1975 en 1979 kwamen minstens 1,7 miljoen mensen — een kwart van de bevolking — om het leven.

Kopstukken

Khmer Rouge Tribunal (ECCC) (CC BY 2.0)

Nuon Chea

Op het laatste proces stonden twee hooggeplaatste Rode Khmer terecht. Nuon Chea (90) werd ook Broeder nr. 2 genoemd, de tweede in lijn na Pol Pot. Khieu Samphan (85) deed dienst als officieel staatshoofd van het toenmalige “Democratisch Kampuchea”. Het vonnis kan nog maanden op zich laten wachten, maar daarna sluit het hof waarschijnlijk zijn deuren.

Kang Kek Iew (74) is het enige veroordeelde kopstuk dat in de cel zit. Hij staat ook bekend als Duch, de chef van het gevangenkamp S-21 waar twintigduizend mensen omkwamen. Twee beschuldigden zijn overleden tijdens hun proces.

Pol Pot overleed in 1998 in vrijheid.

Nu valt waarschijnlijk het doek over dit Neurenberg aan de Mekong. Maar niet door een gebrek aan verdachten. De rechters hebben een lange lijst met mensen die vermoedelijk betrokken waren bij de genocide en misdaden tegen de menselijkheid.

Hun Sen

De Cambodjaanse regering heeft de werking van het strafhof jarenlang vertraagd en tegengewerkt. Hun Sen, al 32 jaar premier, heeft vaak gewaarschuwd dat een verderzetting van het tribunaal een nieuwe burgeroorlog kan ontketenen.

Hun Sen, al 32 jaar premier, heeft vaak gewaarschuwd dat een verderzetting van het tribunaal een nieuwe burgeroorlog kan ontketenen.

Sebastian Strangio verduidelijkt in zijn boek Hun Sen’s Cambodia waarom de regering zich zo sterk verzet tegen het strafhof. Na de val van de hoofdstad Phnom Penh in 1979, het officiële einde van Democratisch Kampuchea, bleef de Rode Khmer nog jaren weerstand bieden in de uitgestrekte bossen van Cambodja.

Een aantal kopstukken hebben zich — en hun gebied — toen overgegeven in ruil voor amnestie of goedbetaalde posities in de regering of bedrijven. Het was een praktische manier om een einde te maken aan de burgeroorlog.

Daardoor werd de leiding van het land gedeeltelijk bevolkt door ex-Rode Khmer. Als het tribunaal zijn werk zou voortzetten, zou onvermijdelijk een deel van de regering voor de rechter moeten verschijnen. Dat kan premier Hun Sen niet toelaten. Hij is zelf een ex-militair van de Rode Khmer die naar Vietnam is overgelopen. Dat buurland heeft hem na de “bevrijding” naar de politieke top van Cambodja gehesen.

Onverwerkt verleden

Khmer Rouge Tribunal (ECCC) (CC BY 2.0)

Khieu Samphan

Daardoor is het grimmige verleden van Cambodja nog altijd niet verwerkt, maar er wordt een oogje dichtgeknepen om de breekbare machtsverhoudingen niet in gevaar te brengen. Tot 2007 werd er in de geschiedenislessen zelfs met geen woord gerept over de Rode Khmer. Iedereen die jonger is dan 40 jaar weet heel weinig over de horror van die periode.

Aan het eind van zijn proces uitte Khieu Samphan, het voormalige staatshoofd, een vreemd mea culpa. ‘Ik buig mijn hoofd voor alle onschuldige slachtoffers die gestorven zijn omdat ze geloofden in een betere toekomst.’ Maar tegelijk beweert Khieu dat hij niets wist van de dwangarbeid en de moordpartijen die Cambodja terroriseerden tijdens zijn ambtsperiode.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift