Hoe deze gigantische batterij levens redt in Haïti

Baanbreker

Het Albert Schweitzer ziekenhuis in Deschapelles, Haïti, kan sinds begin dit jaar zijn stroom bijna volledig uit zonne-energie halen dankzij de installatie van een immense batterij voor opslag. De vervuilende dieselmotor kan uit en de kliniek spaart 200 ton CO2 per jaar uit.

  • © Qinous ‘Het is voor deze regio cruciaal om een ander ontwikkelingsmodel uit te werken dat minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen.’ © Qinous
  • © Qinous De batterij is drie meter hoog, zes meter lang en twee en een halve meter breed en ziet eruit als een container. © Qinous
  • Alex Proimos (CC BY-NC 2.0) De eilanden in de regio hangen heel sterk af van toerisme en de natuur is daarbij hun troef. Alex Proimos (CC BY-NC 2.0)
  • © Qinous Het Minous-Team in het HAS-hospitaal in Haiti. © Qinous

Wij mogen hier dan al klagen over onze energiefactuur, de inwoners van de Caraïben hebben ongeveer de hoogste per capita energiekost ter wereld, volgens een studie van de Duitse ontwikkelingsorganisatie GIZ. Dat komt omdat de regio gebukt gaat onder een gebrek aan goed werkende centrales, slecht geëquipeerde netten en een erg verspreide bewoning over de eilanden.

De meeste gezinnen en bedrijven zijn voor hun elektriciteit afhankelijk van vervuilende dieselmotoren en betalen een hoge prijs voor de import van fossiele brandstoffen. En dat terwijl zon, water en wind in overvloed aanwezig zijn.

Een batterij van 45m3

Het bedrijf Qinous in Berlijn is gespecialiseerd in installaties voor hernieuwbare energie voor regio’s die geen toegang hebben tot een elektriciteitsnet, afgelegen gebieden of kleinere eilanden. Het bedrijf maakt zogenaamde ‘hybride’ systemen, installaties die makkelijk terug kunnen overschakelen op dieselgeneratoren.

Begin dit jaar verscheepte het een gigantische batterij naar Haïti om ze te installeren in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Deschapelles, in de provincie Artibonite, op een kleine 100 kilometer ten noorden van Port-au-Prince. De batterij is drie meter hoog, zes meter lang en twee en een halve meter breed en ziet eruit als een container. De opslagcapaciteit is 225 kWh en dat zou het in principe mogelijk moeten maken om de dieselmotoren die nu gebruikt worden uit te schakelen en enkel met zonne-energie te werken. Maar het systeem is flexibel: wanneer de zon niet meer schijnt en de batterij plat is, kan de dieselmotor terug aangezet worden.

De financiering hiervoor komt via de Zwitserse partner HAS (Hôpital Albert Schweitzer) via privégiften. Een ploeg ingenieurs van Qinous heeft een team in Deschapelles opgeleid om het systeem te bedienen maar via computer blijft het bedrijf voorlopig mee de werking opvolgen vanuit Berlijn. Volgens Busso von Bismarck van Qinous gaat het hele systeem minstens 20 jaar mee en is het niet eens erg duur gezien de zonne-energie zelf gratis is. De terugverdientijd ligt rond de 5 jaar volgens von Bismarck.

Ook Rolf Maibach van het HAS, is gelukkig met het systeem. ‘We besparen hiermee 80 000 dollar per jaar, en 200 ton CO2, dat is alleen maar positief,’ zegt hij aan MO* vanuit Haiti.

Qinous plant ook de installatie van een tweede batterij met een capaciteit van 500 kWh in Tabarre, een district van de hoofdstad Port-au-Prince, voor een kinderkliniek en een sociale woonwijk.

© Qinous

De batterij is drie meter hoog, zes meter lang en twee en een halve meter breed en ziet eruit als een container.

Caraïben in transitie

Ook elders in Haïti is zonne-energie in ontwikkeling omdat de zon zo overvloedig aanwezig is. In de provincie Le Sud werd er vorig jaar een netwerk geïnstalleerd voor flexibele systemen voor zonne-energie en diesel, om 1600 gezinnen de klok rond van propere energie te voorzien.

De installatie, met een kostenplaatje van 40,5 miljoen euro, is voor het grootste deel gefinancierd door de Noorse regering, met de steun van USAID, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en de Amerikaanse energie-ngo NRECA.

Het project maakt deel uit van uitgebreid programma van UNEP om de Caraïben te stimuleren in een overgang naar groene economie.

De kleine eilandstaten in de Caraïben doen het economisch slecht. Een ander ontwikkelingsmodel kan hen vooruit helpen.

Volgens Unep is een omschakeling naar duurzame en groene economie een opportuniteit om ook de armoede te bestrijden. Margarita Astralaga is directeur van het UNEP-bureau voor de regio van Latijns-Amerika en de Caraïben en coördineert het programma voor groene economie in de Caraïben dat een jaar geleden van start is gegaan.

‘De kleine eilandstaten in deze regio doen het economisch slecht omdat ze moeten opboksen tegen tal van problemen: hun economieën zijn niet competitief, er is een gebrek aan coördinatie en integratie van hun markten. Suiker is een verlieslatende business geworden sinds de internationale boycot. De energiekost is hoog, het zoet water is schaars en de stortplaatsen stapelen zich op.

Tegelijk hangen deze eilanden heel sterk af van toerisme en de natuur is daarbij hun troef. Het is voor deze regio cruciaal om een ander ontwikkelingsmodel uit te werken dat minder afhankelijk is van fossiele brandstoffen en van de import van grondstoffen’, stelt Astralaga.

Alex Proimos (CC BY-NC 2.0)

De eilanden in de regio hangen heel sterk af van toerisme en de natuur is daarbij hun troef.

In vier landen is UNEP volop bezig met de uitbouw van concrete projecten voor zo’n transitie: in Haïti, Barbados, Jamaica en Santa Lucia. De Europese Ontwikkelingshulp (DEVCO) is een belangrijke geldschieter. Vooraan op de agenda staat de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen afbouwen en hernieuwbare energie genereren uit zon en wind, maar ook de ontwikkeling van geothermie staat op het programma.

Afvalverwerking is een groot probleem, dus daar worden ook duurzame en ecologische oplossingen voor gezocht. Ook rond duurzame landbouw worden er projecten opgezet want voedselzekerheid is een luxe. ‘Er zijn eilandstaten waar 25 tot 35 procent van de bevolking honger lijdt. Tegelijk is er veel obesitas omdat mensen een slecht voedingspatroon volgen, veel bananen en maniok eten en hun voeding te weinig diversifiëren. Daarom wordt er met boerenorganisaties gewerkt rond agro-ecologie en worden er programma’s opgezet met de VN-Landbouw- en Voedselorganisatie FAO voor de verbetering van de bodem,’ zegt Margarita Astralaga.

Het idee vindt bijval want inmiddels heeft de Associatie van Exporteurs van de Caraïben, die jaarlijks een prijs uitloven voor de meest performante investeringen op de eilanden, ook die groene en duurzame dimensie opgenomen in haar criteria.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.