‘Deze crisis stort miljoenen mensen in armoede en honger, en dat in een razend tempo’

Inflatie veroorzaakt wereldwijd chaos. Waar zijn de hotspots?

Mal B (CC BY-ND 2.0)

Niet alleen in Sri Lanka, de onrust over de stijgende inflatie neemt over de hele wereld toe.

De stijgende kosten voor voeding, brandstof en diensten veroorzaken wereldwijd protesten. Welke landen kunnen, na het zo goed als failliete Sri Lanka, de volgende plek zijn waar de economische crisis beenhard toeslaat?

Analisten waarschuwen dat de straatprotesten in Sri Lanka, die de regering deze maand ten val hebben gebracht, de eerste van vele kunnen zijn. De onrust over de stijgende inflatie neemt immers over de hele wereld toe.

Volgens de Verenigde Naties zijn tussen maart en juni meer dan 70 miljoen mensen in ontwikkelingslanden in armoede geduwd als een gevolg van de stijgende prijzen van voedsel, brandstof en kunstmest. De reden: de oorlog in Oekraïne. Zelfs in rijkere landen staan huishoudbudgetten onder druk. In mei bleek uit een Ipsos-enquête voor het World Economic Forum in elf ontwikkelde landen, dat een op de vier mensen worstelt om financieel rond te komen.

‘Ongekende prijsstijgingen hebben ertoe geleid dat veel mensen over de hele wereld het voedsel dat ze zich gisteren nog konden veroorloven vandaag niet meer kunnen betalen’, zei Achim Steiner, hoofd van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, in een verklaring deze maand. ‘Deze crisis stort miljoenen mensen in armoede en honger, en dat in een razend tempo. De dreiging van toenemende sociale onrust wordt daarmee met de dag groter’, sprak hij.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Burgerlijke onrust

In Sri Lanka heeft een chronisch gebrek aan vreemde valuta tot enorme inflatie geleid, wat dan weer aanleiding was voor de protesten tegen de stijgende prijzen en een gebrek aan basisgoederen.

Tijdens demonstraties en stakingen in landen als Groot-Brittannië en Frankrijk, tot in Iran en Guinee, klinkt de eis voor loonsverhogingen en meer middelen van regeringen om de stijgende kosten van het levensonderhoud te kunnen opvangen. Het risico op conflict en geweld neemt hierdoor toe, stellen analisten. Uit de Civil Unrest Index van data-analysebedrijf Verisk bleek dat 75 landen dit jaar waarschijnlijk meer te maken gaan krijgen met protestacties.

Dit zijn alvast vijf landen om in het oog te houden:

1. Haïti

Sinds de moord op president Jovenel Moise in juli 2021 is de veiligheid in Haïti verslechterd. De reeds beladen politieke situatie in de Caribische natie werd hierdoor nog verergerd.

Eerder deze maand blokkeerden demonstranten de straten van de hoofdstad Port-au-Prince om te protesteren tegen brandstoftekorten. Dit ging gepaard met escalerend bendegeweld waarbij tientallen mensen om het leven kwamen en hele buurten zonder voedsel of water kwamen te zitten.

Bijna de helft van de Haïtianen heeft te weinig voedsel, en met een inflatie van 26% zal honger toenemen. De prijzen zullen naar alle verwachting nog stijgen waardoor het geweld kan escaleren en het zelfs gevaarlijk kan worden om buiten te komen voor noodzakelijke boodschappen.

Haïti is bijzonder kwetsbaar voor schokken op de wereldwijde voedsel- en brandstofmarkten aangezien het 70% van het graan importeert.

2. Pakistan

Pakistan wordt geconfronteerd met een steeds dieper wordende economische crisis en een inflatie die in juni opliep tot 21,3% - de hoogste in de Zuid-Aziatische natie in meer dan tien jaar.

De brandstofprijzen zijn sinds mei met ongeveer 90% gestegen nadat de regering dure subsidies had geschrapt in een poging om stijgende tekorten te verminderen en een steunprogramma van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) te hervatten.

In juni sloten duizenden mensen zich aan bij landelijke protesten tegen de inflatie. De demonstraties werden georganiseerd door oppositiepartijen. De politieke situatie blijft fragiel sinds Imran Khan in april als premier werd afgezet, na groeiende desillusie over inflatie, smeergeldpraktijken en tekenen dat Khan het vertrouwen van het machtige leger had verloren.

Net als Sri Lanka is Pakistan grotendeels afhankelijk van de invoer van essentiële goederen, waaronder brandstof en bakolie, maar heeft het niet voldoende reserves om de bevoorrading te garanderen. Eind juni had de Pakistaanse centrale bank slechts voldoende middelen in reserve voor ongeveer zes weken aan noodzakelijke invoer.

3. Argentinië

In Argentinië marcheerden deze maand duizenden demonstranten naar de poorten van het presidentiële paleis, waarbij ze de regering van president Alberto Fernandez veroordeelden over de stijgende inflatie en de verpletterende staatsschuld. Argentinië, dat al tientallen jaren geplaagd wordt door economische crises, worstelt vandaag met een inflatie van meer dan 60% en stijgende importkosten voor gas.

Het Zuid-Amerikaanse land sloot eerder dit jaar een schuldenovereenkomst af van 45 miljard dollar met het IMF. Veel Argentijnen denken echter dat dit zal leiden tot een toename van de armoede en zijn mede daarom de straat op gegaan om de terugdraaiing ervan te eisen.

Bovendien is er een machtsstrijd binnen de regerende coalitie die naar verwachting zal toenemen in de aanloop naar de verkiezingen in 2023, stelt Verisk Maplecroft, een dochteronderneming van Verisk die eveneens risicoanalyses produceert. Ook risicoadviesbureau Crisis24 stelt dat meer Argentijnse protesten in het komende jaar waarschijnlijk zijn ‘aangewakkerd door de economische zorgen en de woede over de IMF-deal’.

4. Tunesië

De afgelopen maanden zijn duizenden Tunesiërs de straat op gegaan om te demonstreren tegen president Kais Saied. Een jaar geleden schorste hij het parlement om per decreet te regeren. Zijn tegenstanders noemen deze zet een staatsgreep.

De economie van deze kleine Afrikaanse natie verkeert in crisis en de overheid voert gesprekken met het IMF inzake een reddingspakket. Ondertussen neemt de armoede in het land toe, extra aangewakkerd door de oorlog in Oekraïne.

Analisten van Verisk Maplecroft achten massaal burgerprotest mogelijk, want Tunesië is een van de landen die het hardst wordt getroffen door stijgende levenskosten. Het land is – net zoals veel landen in het Midden-Oosten – sterk afhankelijk van graanimporten uit Rusland en Oekraïne. Tunesië zag de inflatie de afgelopen weken stijgen tot een recordhoogte van 8,1%.

Dit was de aanleiding tot de protesten - waaronder in juni een landelijke staking door de grootste vakbond die zich verzet tegen plannen van de regering om de lonen te bevriezen en subsidies te verminderen als onderdeel van de deal om de lening van 4 miljard dollar van het IMF veilig te stellen.

5. Kenia

Ook in Kenia hebben de stijgende prijzen geleid tot spanningen en dat in de aanloop naar de verkiezingen die op 9 augustus plaatsvinden. De inflatie bevindt zich op het hoogste punt in vijf jaar: bijna 8%, gedreven door prijsstijgingen van basisproducten zoals tarwebloem, bakolie en benzine.

Het Oost-Afrikaanse land wordt ook geconfronteerd met de ergste droogte in meer dan 40 jaar. Dit heeft de honger doen toenemen en maakt het land nog afhankelijker van dure importen.

Eerder deze maand demonstreerden honderden Kenianen in hoofdstad Nairobi. Ze namen de stijgende voedselkosten op de korrel en dreigden ermee om de aankomende presidents- en de algemene verkiezingen te boycotten.

Verkiezingen zijn in dit land vaak controversieel en gepolariseerd, en worden soms ontsierd door geweld tussen de verschillende gemeenschappen. Zo stierven er in 2007 naar schatting 1300 mensen tijdens de onrusten na een omstreden verkiezing. Sommige Kenianen vrezen opnieuw problemen als de uitslag van de aanstaande stemming wordt betwist.

Dit artikel is eerder verschenen bij IPS-partner Thomson Reuters News Foundation

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift