Iraans minister doceert diplomatie in Brussel

‘Zolang sommige landen extremistische groepen als IS of Al Qaeda zien als een instrument in hun regionale politiek, komt er geen einde aan het geweld’, zei de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Javed Zarif tijdens een druk bijgewoonde lezing in Brussel. ‘Het probleem met Saoedi-Arabië is niet religieus.’

  • IAEA (CC BY-SA 2.0) Javed Zarif, hier op bezoek bij het Internationaal Atoomagentschap. 'De erkende atoommachten hebben de wettelijke verplichting om te streven naar nucleaire ontwapening' IAEA (CC BY-SA 2.0)

Het Egmont Instituut slaagde erin de druk bezette minister van Buitenlandse Zaken van de Islamitische Republiek meer dan een uur te laten praten met een internationaal publiek. ‘Ik verkies een dialoog boven een lange monoloog’, zei Zarif. ‘Want de meeste problemen die we vandaag hebben, zijn het resultaat van een gebrek aan luisterbereidheid en een teveel aan monologen.’

De manier van kijken is bepalend

‘Eenzijdige of louter militaire oplossingen bestaan niet’

In zijn korte openingstoespraak benadrukte Zarif dat de oplossing voor het internationale conflict over het Iraanse atoomprogramma pas mogelijk geworden is vanaf het moment dat de verschillende partijen bereid waren hun oorspronkelijke –diametraal tegenovergestelde- uitgangsposities in te ruilen voor een nieuwe en gedeelde probleemstelling.

‘Wij pleiten ervoor om die diplomatieke benadering ook toe te passen op andere problemen en conflicten in de regio’, zei Javed Zarif. ‘Want overal waar er problemen zijn, is er uiteindelijk behoefte aan een politieke oplossing. In Irak, in Syrië, in Jemen: eenzijdige of louter militaire oplossingen bestaan niet.’

Uiteraard maakte Zarif gebruik van zijn podium om het pleidooi voor dialoog en gezamenlijke oplossingen te illustreren met voorbeelden waarin Iran de voorbeeldige partner is en anderen –met name Saoedi-Arabië- spelbedervers zijn: van de inval van Irak onder Saddam Hoessein in Koeweit in 1991 over de Afghanistan-conferentie in Bonn in 2001 tot de recente diplomatieke strubbelingen tussen de twee landen.

Buren, rivalen, vijanden

Er zijn al decennia problemen tussen Iran en Saoedi-Arabië, zei Zarif. ‘Maar een religieuze of sektarische definitie van die tegenstelling is niet op feiten gebaseerd en zou overigens heel onvoorzichtig zijn.’

‘Een religieuze of sektarische definitie van het conflict Iran-Saoedi-Arabië is niet op feiten gebaseerd’

Wat is het probleem dan wel, volgens de Iraanse topdiplomaat? Het gaat om een keuze voor een inclusieve regio of voor een model waarin één land systematisch geweerd en uitgesloten wordt. Die tweede weg levert volgens Zarif geen vrede maar voortdurend conflict op.

Dat klonk niet zozeer als een dreigement dan als een betreurde vaststelling, maar het kan natuurlijk gelezen worden als een boodschap aan de Arabische Golfstaten: als wij gezien worden als hét probleem, dan kunnen we ook echt voor problemen zorgen.

Javed Zarif bekritiseerde verschillende keren tijdens zijn betoog en de antwoorden op vragen uit het publiek het “gebruik” van extremistische organisaties als een instrument van buitenlandse politiek. ‘Zo lang sommige landen extremistische groepen als IS of Al Qaeda –in Syrië Al Nusra- zien als een instrument in hun regionale politiek, komt er geen einde aan het geweld’, benadrukte Zarif.

Daarbij verwees hij met name naar IS en het Al-Nusra front, de in Syrië en Irak actieve tak van Al Qaeda. En dus impliciet opnieuw naar Saoedi-Arabië en Qatar als landen die liever met het vuur van uitsluiting spelen dan de warmte van goede regionale verstandhouding te zoeken.

‘Wij maken ons grote zorgen over de groei en de verspreiding van IS’, verduidelijkte Zarif. Hij zag de terreurbeweging westwaarts uitbreiden via Libië naar Afrika en oostwaarts tot in China. ‘Er staat heel veel op het spel, en niet alleen voor ons.’ Er was geen tijd of mogelijkheid om te vragen of Iran dan ook bereid is de eigen samenwerking met Hezbollah op te geven.

Minder geld voor bewapening

De Iraanse buitenlandminister was wel heel duidelijk wat betreft nucleaire ontwapening en het terugschroeven van de regionale wapenwedloop. ‘Ik heb meteen na het afsluiten van het nucleaire akkoord tussen Iran en de G5+1 ervoor gepleit om dit historische moment te gebruiken om meteen werk te beginnen maken van echte nucleaire ontwapening van de atoommachten. De erkende atoommachten hebben tenslotte de wettelijke verplichting om te streven naar geloofwaardige en totale nucleaire ontwapening. We hebben daar nog maar heel weinig van gezien.’

‘Iran besteedt maar een zesde van het bedrag dat Saoedi-Arabië uitgeeft aan defensie’

Minister Reynders, die naast zijn Iraanse ambtgenoot zat, bevestigde dat België dat standpunt deelt: ‘We zijn niet alleen duidelijk voorstander van non-proliferatie, maar ook van nucleaire ontwapening. Als wij –België of de EU- daartoe kunnen bijdragen, zullen we dat zeker doen.’

Iran pleit ook voor een vermindering van de militaire uitgaven in de regio. ‘Iran besteedt maar een zesde van het bedrag dat Saoedi-Arabië uitgeeft aan defensie en in verhouding tot ons bnp zitten die defensie-uitgaven lager dan alle buurlanden.’

In het kader van het verder uitwerken van het momentum van het nucleair akkoord herhaalde Zarif ook nog eens het oude Iraanse voorstel om van het Midden-Oosten een massavernietigingswapen-vrije zone te maken –wat vooral een uitdaging is aan de Israëlische staat, die op dat moment duidelijkheid zou moeten verschaffen over haar nucleaire arsenaal.

Israël onveranderlijk

Gedurende de conferentie legde Javed Zarif voortdurend en zonder al te veel omwegen de verantwoordelijkheid voor conflict, chaos en geweld in het Midden-Oosten bij Saoedi-Arabië. Zelf verwees hij geen enkele keer naar Israël, tot Etienne Davignon, voorzitter van het Egmont Intituut, hem er op het einde expliciet naar vroeg. ‘Wij zien geen verandering in de houding van Israël’, zei Zarif. ‘Israël gaat door met bezetten, uitbreiden, nederzettingen bouwen. Zo lang er geen nucleair akkoord was met Iran, kon Israël het conflict gebruiken als een rookgordijn waarachter het zijn eigen gedrag kon wegsteken.’

‘Israël gaat door met bezetten, uitbreiden, nederzettingen bouwen’

Javed Zarif gaf het “Brusselse publiek” een duidelijke les in diplomatie: hij creëerde een welwillend oor door in het Engels te spreken –niet evident voor een Iraans politicus-, maakte tijd voor vragen uit de zaal en aarzelde niet om klare taal te spreken als dat zijn argumentatie uitkwam. Wanneer hij de Iraanse positie nogal eenzijdig als de pragmatiek van het goede en gemeenschappelijke voorstelde, klonk het nooit alsof hij de boel aan het belazeren was.

Van een politicus van zijn niveau verwacht je niet dat hij het achterste van zijn tong laat zien, maar Zarif toonde wel hoe je als diplomaat ruimte creëert voor het gezichtspunt en de belangen die je vertegenwoordigt.

De laatste zin, voordat Zarif zich naar de andere kant van Brussel haastte voor besprekingen met Federica Mogherini over het stapsgewijs openen van een volwaardige diplomatieke vertegenwoordiging van de EU in Teheran, klonk een stuk minder diplomatisch dan alles wat daarvoor gezegd werd. ‘Wij zouden uiteraard blij zijn als Israël zijn gedrag zou veranderen. Maar ik geloof niet dat dat mogelijk is.’

Uit de mond van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken klonk dat niet geruststellend. Al is het conflict met de behoeders van de heilige plaatsen van de islam vandaag duidelijk prioritair.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur