Klein Syrië in Turkije

De grensovergang Reyhanli, een Turks grensstadje ter hoogte van de Syrische brandhaarden Idlib en Aleppo, is voorlopig gesloten. Grote aantallen vluchtelingen komen hier momenteel niet binnen. Maar dit is Klein Syrië, een plaats waar de oorlog aan de andere kant van de grens, in vele hoeken aanwezig is.

Een ochtend in juni in Reyhanli. Het stadje aan de Turks-Syrische grens vertoeft in zondagsmodus. Het geraas van het normale autoverkeer in de hoofdstraat, het centrum voor de plaatselijke middenstand en hun klanten, wordt voorlopig nog vlotjes overtroefd door het hoefgetrappel van een paard, koerende duiven en een verdwaasde haan in de verte. De uitgestrekte vlakten voor de Syrische bergen die Reyhanli zuidwaarts flankeren, leveren een idyllisch vakantieplaatje op.

Weinig doet de onmiddellijke nabijheid van hot areas als Idlib en Aleppo, beide steden op ongeveer 65 kilometer afstand van hier, vermoeden. Maar bij een tweede oogopslag kan je er niet naast kijken: Syriërs zijn hier thuis, getuige de vele Arabische namen en de Arabische bewoners in het straatbeeld. Reyhanli is altijd al een gemengde etnische stad geweest, maar huisvest vandaag naar schatting 40.000 Syriërs, nieuwkomers die vluchtten voor het geweld in de nabijgelegen provincies aan de andere kant van de grens.

Reyhanli huisvest vandaag naar schatting 40.000 Syriërs, nieuwkomers die vluchtten voor het geweld.

In de Atatürkstraat herinnert een gedenkteken aan de zware terreuraanslagen die hier twee jaar geleden plaatsvonden. Met een tussentijd van een kwartier ontploften in mei 2013 op dezelfde plaats twee autobommen: een terreurdaad om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. 51 mensen kwamen om, 140 mensen werden gewond. De aanslagen werden niet opgeëist, maar Turkije schreef ze in de eerste plaats toe aan Turken die contacten hadden met de Syrische geheime dienst.

Dat de aanslagen hier, in Reyhanli, plaatsvonden is geen toeval. Reyhanli staat bekend als ‘een nest van Syrische revolutionairen’, lees: opstandelingen van het eerste uur of getrouwen aan het Vrije Syrische Leger. De terreurdaad zou dus zowel gericht zijn tegen de Syrische vrijheidsstrijders als tegen Turkije dat hen onderdak bood.

Gesloten grenzen

De bevolking van Reyhanli verdubbelde sinds het begin van de revolutie in 2011, een gevolg van de vluchtelingen die zich hier kwamen vestigen. Maar sinds drie maanden houdt Turkije de grenspost gesloten voor wie van Syrië komt. ‘In Reyhanli zijn geen nieuwkomers’, vertelt de Syrische psychiater Beshr. ‘De kans dat die er toch snel komen, is klein. Turkije laat wel gewonden door, maar voorlopig blijft de grens gesloten.’

Die informatie wordt even later bevestigd in een van de twee poliklinieken van Reyhanli die gerund worden door Syrische dokters. Deze Syrische polikliniek, de grootste, ontvangt normaal zowat tweehonderd mensen per dag voor gratis medische hulp.Velen van hen waren Syriërs die extra medische verzorging nodig hebben die ze niet in de veldhospitalen in Syrië kunnen krijgen. Nu daalde het aantal oorlogsgewonden (en andere Syriërs die een minimum aan kwalitatieve verzorging zoeken) uit Syrië enorm wegens de gesloten grens.

‘Ik wil mijn huis niet kwijt’

Ryad Srakbe, afkomstig van de provincie Homs, is hier voor de tweede keer. Hij werd een tweede maal geopereerd aan zijn benen. Tijdens een luchtaanval op een huis naast het zijne, zowat een maand geleden, liep hij ernstige fracturen op. Voor de operaties – zowel van orthopedische als plastisch chirurgische aard ­– ­­­­reist hij over en weer, een reis van telkens zo’n 250 kilometer, in moeilijke omstandigheden, want door gevaarlijk gebied.

Tine Danckaers

Ryad Srabke uit Homs geraakte gewond tijdens een luchtaanval van het regime

© Tine Danckaers

Srakbes huis in Homs ligt vlakbij Talbisah, een stad in handen van het Assad-regime en temidden van een hevige gevechtszone. Er is geen elektriciteit en stromend water, de omstandigheden zijn bar. Op de vraag of hij hier dan niet beter onderkomen zoekt als vluchteling, lacht hij schamper. ‘Ernstig? Ik heb het geld niet om mij hier te vestigen. En ik heb geen zin om mijn huis te verliezen en hier in nog slechtere omstandigheden te verzeilen.’

‘Overigens’, voegt hij toe, ‘mijn reiskosten voor de operaties krijg ik, onder de tafel, betaald door het Vrije Syrische Leger.’

Mensen kunnen Syrië binnen maar niet Turkije

Wie de grenspost van Reyhanli bezoekt, kan niet om de twee contrasterende beelden heen. De rij vrachtwagens die aanschuiven voor Syrië, met opvallend veel bouwmaterialen, is lang.

Tine Danckaers

Grenspost Reyhanli: lange wachtrij naar Syrië

© Tine Danckaers

De andere kant van de weg, van Syrië naar Turkije, is leeg, op een enkele auto na. Iedereen is welkom om naar  Syrië te gaan, maar de weg terug is een andere zaak. Volgens Amin Shikathman, stafmedewerker in de polikliniek van Reyhanli, is het niet iedereen gegeven om, zoals Srakbe, de grens gemakkelijk over te steken. ‘Veel Syrische patiënten die we voor het sluiten van de grenspost ontvingen, keerden terug naar Syrië. Nu krijgen we nog zo’n twintig mensen per dag die de grenspost oversteken. Vaak moeten we tussenkomen en onderhandelen met de Turkse autoriteiten om mensen door te laten, omdat ze niet buiten een operatie hier kunnen.’

Over het heropenen van de grens gaan verschillende geruchten de ronde. ‘Morgen’, klinkt het meermaals. Volgens anderen is de ‘kans op snelle opening’ dan weer ‘onbestaande’.

De berichtgeving sijpelt intussen binnen dat, ter hoogte van de Syrische stad Al Abyad, Syrische vluchtelingen voor de grenspost Akçakale worden tegengehouden door Turkije. De Syriërs uit Al Abyad en omgeving ontvluchtten hevige gevechten tussen Daaesh (IS) en de Syrisch-Koerdische troepen. De Turkse veiligheidstroepen zouden de vluchtelingen met waterkannonnen terugduwen, luidt het in een aantal media.

De waarheid is genuanceerder dan dat: Turkije laat wel Syriërs binnen maar omwille van de grote aantallen vluchtelingen wordt voorrang gegeven aan mensen die medische verzorging nodig hebben. De rest laat zich raden bij het gegeven van grote drommen vaak wanhopige mensen, die hun hebben en houden hebben achtergelaten en zo snel mogelijk veiligheid willen aan de andere kant van de grens. De chaos aan de grenzen is groot, de berichtgeving vaak even chaotisch en een gewild propagandamiddel.

De rol van Turkije

‘Turkije is het enige land dat zoveel doet voor de vluchtelingen.’ Het is een zin die ik meermaals te horen krijg en die niet uit de lucht is gegrepen, ondanks de berichtgeving die het Westen ontvangt. Turkije houdt zich nog steeds aan een geografische interpretatie van de Vluchtelingenconventie van 1951. Volgens die interpretatie erkent Turkije geen onderdanen van landen buiten de Europese Raad als vluchteling. Maar een nieuwe Turkse wet betreffende Vreemdelingen en Internationale Bescherming, die in april 2014 van kracht werd, voorziet echter wel bescherming en hulp aan asielzoekers en vluchtelingen, ongeacht hun herkomstland. Volgens de VN-organisatie voor de Vluchtelingen UNHCR is Turkije overigens een van de opvanglanden die de beste opvang geeft aan gevluchte Syriërs.

Tine Danckaers

Niet-officieel vluchtelingenkamp in Reyhanli

© Tine Danckaers

Turkije zou nu in totaal meer dan twee miljoen Syrische vluchtelingen op zijn grondgebied hebben, een getal dat in veel media weerkeert, en een schatting die zowel geregistreerde als niet-geregistreerde vluchtelingen incalculeert. De UNHCR zelf schat dat het aantal Syrische geregistreerde vluchtelingen op het einde van 2015 oploopt tot 1,7 miljoen, waarvan de helft kinderen.

Van thuis tot tent

Een cynisch neveneffect van de oorlog in Syrië en de daaraan gekoppelde vluchtelingen- en kapitaalstroom, is dat Reyhanli sinds het uitbarsten van de Syrische oorlog boomde. De stad zag, samen met zijn bevolkingsaantal, het aantal huizen, constructiekranen en ondernemingen op zijn grondgebied groeien. Wie het geld heeft, vestigt zich hier, vele anderen bleven in Syrië.

Maar zeker niet alle Syriërs in Reyhanli zijn kapitaalkrachtig. Ook minder fortuinlijke Syriërs hebben hier hun toevlucht gevonden, toen de grensoversteek nog mogelijk was. Betonnen dozen, huizen zonder ramen en deuren waar grote families, vaak zonder man, samenhokken, elk in hun eigen kamer, liggen buiten de stadskern. De noden zijn hoog, de omstandigheden grauw.

Tine Danckaers

Weduwe met vijf kinderen woont tussen beton zonder vensterglas

© Tine Danckaers

Net buiten Reyhanli, langs de kant van de weg naar de grenspost, ligt ook een klein vluchtelingenkamp. Twaalf families uit Hiche vestigden zich hier en trokken tussen de bomen tenten uit canvas op. Water tappen ze af van een centrale hoofdleiding, elektriciteit is er niet.

Hun dorp werd van de kaart geveegd, vertellen de bewoners. ‘Vrijheidsstrijders zochten bij ons toevlucht en toen werd alles platgebrand.’ Driehonderd mensen kwamen om, de rest trok weg. Hun bezittingen zijn vernield, samen met de eigendomsbewijzen van hun grond.

Waarom ze niet naar een officieel kamp – met stromend water, elektriciteit voorhanden ­gaan ­– vraag ik hen. Turkije huisvest immers zo’n 22 tot 24 kampen waar volgens de UNHCR 217.000 vluchtelingen verblijven. Het antwoord is kort: ‘Hier hebben we vrijheid. Die hebben we niet in zo’n overbevolkt kamp, waar je niet zomaar binnen en buiten mag, en waar de omstandigheden trouwens ook slecht zijn. Wat zou u zelf verkiezen?’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 16 juni 2015, maar werd opnieuw gepubliceerd als onderdeel van de MO* Must Reads zomerreeks.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur