Fel protest tegen economische malaise en corruptie

In Libanon heerst een epidemie van armoede

© Eugenie D’Hooghe

Ondanks de lockdown, waardoor iedereen moet binnenblijven, laait het protest weer fel op in Libanon. Door de coronacrisis stevent het land aan een rotvaart af op een epidemie van ongeziene armoede. De economie implodeert, hongersnood dreigt en discriminatie tegenover vluchtelingen neemt aanzienlijk toe.

Banken gaan in vlammen op, molotovcocktails vliegen in het rond en geweld tussen woedende betogers en veiligheidstroepen laait in alle hevigheid op. In Libanon is er nog maar weinig te merken van de strenge lockdownmaatregelen. Sinds midden april trekken mensen massaal de straat op in het hartje Beiroet. Ze demonstreren met mondmaskers tegen het economisch wanbeleid en het politieke ensemble van corrupte staatshoofden. ‘Corruptie heeft de staat opgegeten waar de bevolking de dupe van werd’, meent Albert, een Libanees die werkt voor de Verenigde Naties. ‘En dat zijn we meer dan beu’, vult hij aan.

Het protest ontaardde razendsnel in de noordelijke havenstad Tripoli, de armste stad van Libanon. De rellen escaleerden in een gewelddadige confrontatie tussen het leger en de betogers. Daarbij viel één dode en tientallen gewonden.

‘De aanhoudende economische malaise is een katalysator om luider dan ooit op onze pannen en potten te slaan.’

Het is niet ongezien dat Libanezen hun stem verheffen. Eind oktober vorig jaar, trokken bijna twee miljoen mensen, ongeacht hun religieuze, culturele of etnische diversiteit, de straat op met de eis voor een politieke omwenteling. De krijgsheren zijn soms al drie decennia aan de macht, sinds de gruwelijke burgeroorlog (1975-1990). En dat moet voor het volk dringend veranderen. Het wijdverspreide volksprotest mondde uit in een ware revolutie.

Op 14 maart ging het land in lockdown: winkels gingen dicht, scholen sloten de deuren en Libanezen mochten hun huis na 19 uur niet meer verlaten. Voor even werd het oorverdovend stil in de kosmopolitische hoofdstad Beiroet, maar dat stopte de revolutionaire geest niet terug in de fles. Integendeel. Volgens de 55-jarige Libanees Mohammed, die woont in Tripoli, zal de revolutie na corona zo’n drie keer groter zijn dan voorheen. ‘De aanhoudende economische malaise is een katalysator om luider dan ooit op onze pannen en potten te slaan.’

Onbetaalbaar leven

Net voor de confinement werd Libanon op 9 maart virtueel failliet verklaard, nadat het er niet in slaagde om 1,2 miljard dollar op te hoesten voor de afbetaling van Europese obligatieleningen. Volgens Eurodad, het Europees netwerk voor schuld en ontwikkeling, kent het land een totale staatsschuld van 90 miljard dollar of 170 procent van het bruto binnenlands product - ‘s werelds grootste schuld, na Japan en Griekenland.

‘De strikte lockdownmaatregelen hebben de diepe en langdurige financiële crisis van het land almaar verergerd’, zegt Bokern, ex-Europees parlementariër die in Libanon woont. De lokale munt keldert in waarde, banken gaan overkop en Libanezen mogen nauwelijks geld van hun rekeningen halen. ‘Daarom worden de gevels van Banque du Liban, Blom Bank en Bank Audi in de protesten dan ook doelbewust vernield’, aldus Bokern.

‘De strikte lockdownmaatregelen hebben de diepe en langdurige financiële crisis van het land almaar verergerd.’

In Libanon wordt ramp op ramp gestapeld. Veel inwoners verliezen hun job. En een sociaal vangnet om de impact ervan in te perken, hebben ze meestal niet. Zo duwt de coronacrisis de voedselprijzen omhoog en heerst er een epidemie van ongeziene armoede. ‘Het leven is onbetaalbaar geworden’, zegt Mohammed, een Libanees die werkt met vluchtelingen voor de ngo Relief and Reconciliation for Syria in de arme regio Akkar. De prijs van suiker is met zo’n 70 procent gestegen en de prijs van groenten is ten opzichte van vorig jaar verdubbeld. Zo vertelt Mohammed dat de massa in Libanon niet hamstert omwille van corona, maar omdat wat ze kopen de volgende dag in prijs kan stijgen.

Deze stijging valt te wijten aan de officiële, internationale wisselkoers die vastgepind blijft op 1500 lira voor een Amerikaanse dollar, terwijl de lokale valuta voor de Libanezen op zo’n 4300 lira per dollar stranden. Een groot probleem want veel inwoners hebben hun rekeningen lopen in dollars. De val van de munt is volgens Eurodad een historisch record en ongekend in de economische geschiedenis van Libanon.

Broodkruimels

Enkel de broodprijs lijkt opgewassen tegen de gevolgen van de inflatie. Die prijs werd kortelings gesubsidieerd en onder controle gehouden door de overheid, nadat de Unie van Bakkers de productie stopzette eind februari. Dit deden ze uit frustratie over het groot gebrek aan tarwe, de toenemende voedselschaarste en de onbekwaamheid van de bevelhebbers.

‘In vluchtelingenkampen, waar de hongersnood het meeste opdoemt, is brood het nieuwe ruilmiddel geworden’, benadrukt Mohammed. ‘Voor twee broden krijg je een fles melk, want zuivelproducten zijn duur. Simpele broodkruimels krijgen in crisistijden plotseling een totaal andere invulling: het is net alsof je een doos vol lekkere chocolaatjes koopt.’

‘Voor twee broden krijg je een fles melk, want zuivelproducten zijn duur.’

Naast de voedselprijzen, zijn ook de ziektekosten gestegen door de devaluatie van de munt. Voor de Libanese lockdown kon de 44-jarige Zahra, een Syrische moeder van vijf kinderen, amper medische middelen voorzien voor haar zieke dochter. In 2014 ontvluchtte Zahra’s familie Syrië vanwege de oorlog en lijdt haar dochter sindsdien aan een zware vorm van psoriasis, een agressieve huidaandoening die opflakkert onder stress. Hiervoor moet ze dagelijks een zalf gebruiken. Maar nu kan ze dit geneesmiddel niet meer bekostigen en staat Zahra met haar rug tegen de muur.

Holle woorden, loze beloften

Aan alle onzekerheden in het bestaan van een ingezetene van Libanon, heeft de coronacrisis er nog een pak toegevoegd. Volgens cijfers van de Wereldbank, leefde voor de corona-uitbraak reeds een derde van de bevolking in armoede. Nu voorspelt men dat binnenkort 50 procent onder de armoedegrens zal leven. De Wereldbank waarschuwt dat miljoenen mensen in Libanon honger zullen lijden zonder een robuust voedselhulpprogramma van de autoriteiten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Veelbelovend was dat de Libanese overheid aan het begin van de crisis financiële ondersteuning verzekerde voor families met een laag inkomen of mensen die hun job verloren ten gevolge van de pandemie. In de stad Tripoli circuleerde er een aanvraagformulier voor voedselpakketten. Maar de ex-Europees parlementariër Bokern stelt dat daar vandaag de dag nog weinig van te zien is. ‘Jarenlang verschuilen politici zich achter holle woorden en loze beloften. Ze zijn corrupt en vallen niet te vertrouwen.’

‘Jarenlang verschuilen politici zich achter holle woorden en loze beloften. Ze zijn corrupt en vallen niet te vertrouwen.’

Overigens was de belofte enkel opgezet voor de Libanese bevolking. In de aanpak van de overheid vallen vluchtelingen volledig uit beeld. Noor, medewerker van de ngo Basma-Zeitooneh, stipt aan dat ongelijkheden nu meer dan ooit blootliggen. Dit in een land waar 1.5 miljoen Syriërs en een half miljoen Palestijnen wonen. Of anders gezegd: een vierde van de bevolking is vluchteling.

Om de schade te beperken deelt de ngo brood en hygiënekits uit aan de meest kwetsbare families in de opeengepakte tentenkampen. ‘Toch is deze hulp alleen allicht niet genoeg om iedereen te wapenen tegen de sluimerende hongersnood’, vertelt Noor.

Discriminatie

De mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch rapporteert meer discriminatie ten aanzien van vluchtelingen. Onder het mom van de coronabestrijding onderwerpen diverse gemeenten ontheemde mensen aan verregaande beperkingen die strenger zijn dan voor Libanezen. Van meer checkpoints tot langere isolatie-uren, die essentiële boodschappen vaak niet toelaten, tot politiecontroles op plaatsen waar opvallend veel mensen bivakkeren. Of zoals de 26-jarige Syrische Adil, die bivakkeert in Libanon, het zegt: ‘De politie is alomtegenwoordig en houdt ons nauwlettend in de gaten.’

In het COVID-19 overheidsplan worden ontheemden overgelaten aan hun lot, terwijl toegang tot proper water, douchen en medische zorg in de overvolle tentenkampen gering is. De gebrekkige informatie over hoe men zich moet beschermen tegen het virus doet verder afbreuk aan de situatie.

‘In Libanon zijn ongeveer 75% van de Syrische vluchtelingen niet in het bezit van legale verblijfspapieren.’

In januari betichtte Human Rights Watch 330 gemeenschappen van discriminatoire maatregelen die de internationale mensenrechten schenden. Tentenkampen werden gewelddadig gesloopt en legio mensen werden teruggestuurd naar hun thuisland, zonder een grondig onderzoek over de mogelijke gevaren.

Dit zaaide veel paniek en onrust. ‘In Libanon zijn ongeveer 75% van de Syrische vluchtelingen niet in het bezit van legale verblijfspapieren’, kaart Noor van de ngo Basmeh-Zeinooteh aan. Net zoals Adil kunnen weinig ontheemden terugkeren naar hun geboorteland. Hij is een uitgesproken opponent van het Assad regime en riskeert daarom een zware gevangenisstraf of in het ergste geval de doodstraf. Als zij nu besmet geraken met het coronavirus, moeten zij zich wenden tot dezelfde autoriteiten die hen voorheen zouden terugsturen. Die procedure werd echter tijdelijk opgeschort, maar afgezien daarvan blijven illegalen liever thuis dan het risico te lopen op een eventuele, latere vervolging.

Zwakke schakels

‘In Libanon heb je andere kopzorgen dan corona’, meent Adil, die onlangs zijn baan verloor bij het tankstation in Bqerzala, een arm dorp in het noorden van Libanon. Op een doordeweekse dag hield de Libanese politie hem aan in het pompstation en werd Adil op de bon geslingerd voor zwartwerk. Gelukkig kon zijn baas hen op andere gedachten brengen en raakte hij er met een milde waarschuwing vanaf. Urenlang kon Adil sleutelen aan gammele Toyota’s. Nu zit hij thuis, kan hij de huur niet meer betalen en vreest hij voor het ergste: alleen verhongeren op straat.

‘In deze crisistijden zijn ontheemden de zwakste schakels in de samenleving.’

Adil’s situatie is niet uitzonderlijk voor een vluchteling in het woelige Libanon. ‘In deze crisistijden zijn ontheemden de zwakste schakels in de samenleving’, zegt Adil. Via dagcontracten of tijdelijke opdrachten werken ze op het platteland, in de horeca, in de toeristische sector of in de schoonmaaksector. Het zijn vaak schamele, ongezonde baantjes in de informele sector zonder toekomstperspectief, maar helpt om de touwtjes aan elkaar te knopen. Deze zekerheid en bron van inkomsten zijn ze nu kwijtgeraakt.

Geen recht op werk

Technisch gezien mag een vluchteling niet werken. Het VN-vluchtelingenagentschap geeft hen maandelijks een budget van 300 euro om daarmee eten te kopen. Dit klein bedrag is voor menigeen niet toereikend om de noodzakelijke uitgaven te dekken. Daarom is de illegale arbeidsmarkt een financiële en mentale ruggensteun voor kwetsbare groepen in dit krakende land.

Ook Maryam (30), een Syrische vluchteling die woont in een buitenwijk van Beiroet, maakt zich zorgen. Ze is studente sociologie en werkt bij een ngo die kindvluchtelingen voorziet van medische, materiële en educatieve hulp. Dit moet ze echter onder de radar doen, want ook zij heeft geen recht op werk. ‘Elke dag vertrek ik met schrik naar mijn job en ben ik bang gearresteerd en teruggestuurd te worden naar Syrië’, vertelt ze.

Samen met haar moeder en twee jongere zussen woont ze in een klein appartement, dat haar maandelijks 818 euro kost. Ondanks de coronamaatregelen blijft Maryam dagelijks werken om haar familie te onderhouden. ‘Ik heb geen andere keuze dan in de frontlinie te staan, ik ben de enige kostwinner en thuisblijven vult onze monden niet.’

Libanon woelt, flirt met de burgeroorlog en inwoners dreigen te verhongeren als er binnenkort geen duurzame oplossing komt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift