Machtspolitiek hindert hulpverlening in Turkije en Syrië

Nieuws

VN-Veiligheidsraad zit niet op dezelfde lijn over hulp aan Syrië

Machtspolitiek hindert hulpverlening in Turkije en Syrië

Machtspolitiek hindert hulpverlening in Turkije en Syrië
Machtspolitiek hindert hulpverlening in Turkije en Syrië

IPS / Robbe Wets

15 februari 2023

Internationale humanitaire organisaties zetten massaal hulpacties op poten in Turkije en Syrië, waar de aardbeving al meer dan 40.000 dodelijke slachtoffers heeft gemaakt. Maar de hulpverlening wordt al vanaf het begin gehinderd door machtspolitiek, sancties en beperkte grensovergangen.

 ©European Union, 2023 (photographer: Begum Iman)

In de Turkse stad Gaziantep zoeken reddingswerkers één dag na de aardbeving naar slachtoffers tussen het puin.

©European Union, 2023 (photographer: Begum Iman)

Internationale humanitaire organisaties zetten massaal hulpacties op poten in Turkije en Syrië, de landen die werden getroffen door een van de dodelijkste aardbevingen in de geschiedenis. Maar de hulp wordt al vanaf het begin gehinderd door machtspolitiek, sancties en beperkte grensovergangen.

In Turkije en Syrië werden vorige week verschillende steden van de kaart geveegd door een verwoestende aardbeving die met een magnitude van 7,8 toesloeg en ondertussen al tot de tien dodelijkste bevingen in de geschiedenis wordt gerekend.

De menselijke tol is ondertussen opgelopen tot meer dan 40.000 doden en minstens 78.000 gewonden – en die aantallen stijgen nog steeds. De inwoners die het hebben overleefd hebben dringend nood aan voedsel, water, medicijnen, kleding en onderdak.

De Verenigde Naties zetten, samen met andere internationale organisaties, volop in op humanitaire hulp in het getroffen gebied. Maar de manier waarop die hulp kan doorstromen wordt flink gehinderd door verschillende factoren, waaronder machtspolitiek, sancties en beperkte grensovergangen naar Syrië, een land waar al twaalf jaar een burgeroorlog aan de gang is.

Verdeelde Veiligheidsraad

‘Dit is een moment van eenheid en geen tijd om te politiseren of te verdelen’, zei VN-secretaris-generaal António Guterres vorige week tegen verslaggevers in een reactie op de beperkingen waar de hulp op botst. ‘Het is duidelijk dat we massale steun nodig hebben en consensus in de Veiligheidsraad om het gebruik van meer grensovergangen toe te staan, omdat we onze capaciteit moeten vergroten en vanuit Damascus operaties naar Idlib moeten kunnen uitvoeren.’

‘Als de Veiligheidsraad in een impasse zit, maar de VN bepalen dat het haalbaar en veilig is, moeten ze toch doorgaan om de slachtoffers te helpen.’

Louis Charbonneau (Human Rights Watch)

De VN-ambassadeur van Syrië, Bassam Sabbagh, bevestigde daarop maandag dat het land twee extra grensovergangen met Turkije zal openen om meer humanitaire hulp toe te laten. In rebellengebieden raken organisaties en goederen gevoelig minder binnen dan in de door Assad gecontroleerde rampzones. Als de Syrische overheid dat akkoord niet duurzaam naleeft of hindert, vindt Frankrijk dat de VN-Veiligheidsraad een resolutie moet goedkeuren die de toegang van hulp garandeert.

Russisch VN-ambassadeur Dmitry Polyanskiy oordeelt dat een resolutie niet aan de orde is omdat het om een ‘soevereine beslissing van Syrië’ gaat. Hij concludeert ook dat de huidige toegangspoort voor VN-hulp aan het grenspunt Bab al-Hawa, waar de Veiligheidsraad al in 2014 mee toestemde, een schending is van de Syrische territoriale integriteit en soevereiniteit.

Rusland en China, twee permanente leden van de Veiligheidsraad met vetorecht, zijn de Syrische president Bashar al-Assad de afgelopen jaren blijven steunen. Tezelfdertijd hebben de overige drie permanente leden, de VS, het VK en Frankrijk, kritiek geuit op diens autoritaire regime dat wordt beschuldigd van oorlogsmisdaden en het gebruik van chemische wapens.

Toch blijkt dat de humanitaire crisis in Syrië de machtspolitiek in de verdeelde Veiligheidsraad niet meteen zal veranderen.

‘We hopen dat de VN-Veiligheidsraad snel handelt en dat Rusland de uitbreiding van de grensoverschrijdende hulp niet blokkeert. De secretaris-generaal heeft hierom gevraagd’, zei Louis Charbonneau van Human Rights Watch eerder.

De goedkeuring van de Veiligheidsraad is volgens hem ook geen wettelijke voorwaarde voor grensoverschrijdende hulpoperaties in Syrië. Medewerking van de feitelijke autoriteiten aan beide zijden van een grens, in overeenstemming met de verplichtingen ten aanzien van het humanitaire recht, is dat echter wel.

‘Als de Veiligheidsraad in een impasse zit, maar de VN bepalen dat het haalbaar en veilig is, moeten ze toch doorgaan om de slachtoffers te helpen’, aldus Charbonneau.

Veel meer hulp nodig

De Witte Helmen, de burgerorganisatie van hulpverleners die actief zijn in de door de oppositie gecontroleerde gebieden in Syrië, hebben zich kritisch uitgesproken over de hulpverlening die veel te traag op gang komt.

Volgens Mohamed al-Shibli van de Witte Helmen konden er nog veel mensen levend van onder het puin gehaald worden, mocht de hulp sneller ter plaatse zijn geraakt.

‘Het is de regeringspartij die het land twintig jaar lang niet heeft voorbereid op een aardbeving’

Kemal Kilicdaroglu (leider Turkse oppositiepartij CHP)

Tijdens de persbriefing zei VN-topman Guterres dat het eerste konvooi van de Verenigde Naties in het noorden van Syrië is binnengekomen via de grensovergang Bab al-Hawa. Zes vrachtwagens met broodnodige hulpgoederen zijn dus gearriveerd. ‘Meer hulp is onderweg, maar er is vooral nog veel, veel meer nodig’, sprak hij.

De VN zijn nochtans ook niet gespaard gebleven van kritiek. Zo kopte de Amerikaanse krant The New York Times op 10 februari: ‘VN-hulp druppelt mondjesmaat binnen in Syrië, maar voor de inwoners is het ‘too little, too late’.’

Politiek opzij zetten

De speciale gezant van de Verenigde Naties voor Syrië, Geir Otto Pedersen, sprak kort na zijn aankomst in de Syrische hoofdstad op 12 februari zijn medeleven uit aan de getroffen families en zei dat ‘we bij het zien van de hartverscheurende beelden het lijden echt voelen. Maar we zijn ook getuige van heldhaftigheid’, verwoorde hij. ‘Je ziet mensen, burgers, hulpverleners levens proberen te redden. Het is deze inspanning die we moeten steunen.’

Hij verzekerde ook dat ‘de humanitaire familie van de VN al het mogelijke zal doen om alle mogelijke steun te mobiliseren. We reiken landen de hand, we mobiliseren financiering en we proberen iedereen te vertellen dat ze de politiek opzij moeten zetten, omdat dit het moment is om zich te verenigen achter een gezamenlijke inspanning om het Syrische volk te steunen.’

Pedersen benadrukte ook het belang van de ‘grensoverschrijdende hulp’ en middelen.

Kritiek op Erdogan

Ook de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Linda Thomas-Greenfield, drukte haar steun uit voor bijkomende grensovergangen vanuit Turkije naar Noordwest-Syrië om de levering van hulpmiddelen te vergemakkelijken. Zij prees ook de zoek- en reddingsacties van de Witte Helmen, die duizenden mensen uit ingestorte gebouwen in Noord-Syrië hebben gered.

Ondertussen gaan er ook in Turkije steeds meer kritische stemmen op over de binnenlandse politiek. De Turkse regering onder leiding van president Recep Tayyip Erdogan wordt steeds vaker verweten dat de hulp te traag op gang kwam.

Kemal Kilicdaroglu, de leider van de oppositiepartij die het in principe tijdens de verkiezingen in mei opneemt tegen Erdogan, heeft zich al laten ontvallen: ‘Het is de regeringspartij die het land twintig jaar lang niet heeft voorbereid op een aardbeving.’