Alleen apothekers bleven beperkt open, net als de spoeddiensten en de COVID-19-afdelingen

Staking medisch personeel in Peru: ‘Uitgehold gezondheidssysteem was niet klaar voor pandemie’

European Union, 2020 (photographer: S.Castañeda) (CC BY-NC-ND 2.0)

Met EU-steun worden hygiënekits verdeeld onder de meest kwetsbaren in Peru, waaronder ook Venezolaanse vluchtelingen.

Op 29 en 30 september staakten gezondheidswerkers in Peru. Ze wilden daarmee wantoestanden in het publieke gezondheidssysteem aankaarten. Die zijn onder invloed van het virus alleen nog zichtbaarder geworden. ‘Deze crisis komt neer op een structurele onderfinanciering van de gezondheidszorg,’ zegt Peru-deskundige Eva Willems.

De organisatoren van de staking, vertegenwoordigers van de drie nationale ziekenhuizen in Lima en de medische vakbond Sinamssop, richten zich vooral tot EsSalud, de overheidsinstelling die het publieke gezondheidssysteem en de sociale zekerheid organiseert. Ze verwijten die instelling ‘ernstige managementproblemen’ en ‘slechte werkomstandigheden’.

48 uur lang legden verschillende gezondheidswerkers in hoofdstad Lima maar ook daarbuiten het werk neer. Er waren geen fysieke of online consultaties meer, ook geplande operaties werden niet uitgevoerd. Alleen apothekers bleven in beperkte mate open, net als de spoeddiensten en de COVID-19-afdelingen.

Alleen apothekers bleven in beperkte mate open, net als de spoeddiensten en de COVID-19 afdelingen.

Vakbonden van medisch personeel over heel het land brengen op die manier de tekortkomingen van het gezondheidssysteem onder de aandacht. De pandemie legde de harde realiteit van ons gezondheidssysteem bloot’, zei Teodoro Quiñones, secretaris-generaal van Sinamssop, de nationale vakbond voor gezondheidswerkers en sociale zekerheid. Tot nu toe raakten meer dan 4000 gezondheidswerkers besmet met het virus en stierven ongeveer 200 gezondheidswerkers.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Hoogste dodental per 100.000 inwoners

In Peru lijkt het aantal nieuwe besmettingen af te vlakken, maar de situatie is er nog niet onder controle. Sinds de ochtend van 30 september telt Peru meer dan 800.000 COVID-19-besmettingen en steeg het dodenaantal tot boven de 32.000. Samen met Brazilië, Columbia, Mexico en Argentinië behoort het daarmee tot de tien meest getroffen landen ter wereld.

Volgens cijfers van de Johns Hopkins University, heeft Peru sinds augustus wereldwijd het hoogste dodental per 100.000 inwoners. Dat zijn er ondertussen meer dan 100. Ter vergelijking: in België is dat 86,9, in Bolivia 69 en Brazilië 67,5.

Ondanks een vroege lockdown zijn dat harde cijfers. Hieruit blijkt dat het publieke gezondheidssysteem in Peru niet bestand was tegen de pandemie. Vele ziekenhuizen geraakten snel overbelast, met COVID-19 en niet-COVID-19-patiënten die vaak naast elkaar op de spoedafdelingen lagen.

De stakers eisen daarom een onmiddellijke verbetering van de werkomstandigheden, en klagen het gebrek aan capaciteit en persoonlijk beschermingsmateriaal in de ziekenhuizen aan. Ook wordt gewezen op de onzekere contracten en het gebrek aan sociale rechten waar vele gezondheidswerkers mee moeten leven. Tijdens de pandemie moesten bijvoorbeeld ook artsen boven de zestig jaar en met gezondheidsrisico’s blijven werken.

Tot slot eist men ook de betaling van de COVID-19-bonussen die beloofd werden. Sinamssop, de nationale vakbond voor gezondheidswerkers en sociale zekerheid​​​​​, vraagt financiële compensatie voor zieke artsen en overlevenden, alsook voor wezen en weduwen van overleden gezondheidswerkers.

Besparingen en corruptie

Het zijn niet de eerste protesten in Peru. Al in april en augustus kwam medisch personeel op straat om de wantoestanden in ziekenhuizen aan te kaarten. De uitholling van het publieke gezondheidssysteem in Peru, wat te zien is in vele Latijns-Amerikaanse landen, is volgens Peru-deskundige Eva Willems een direct gevolg van tientallen jaren neoliberaal beleid en privatiseringen. ‘Het komt neer op een structurele onderfinanciering van de gezondheidszorg sinds het neoliberale bewind van Fujimori.’

Sinds het beleid van Fujimori in 1990 ging er steeds minder geld naar publieke diensten zoals onderwijs en gezondheidszorg.

Toen Alberto Fujimori in 1990 aan de macht kwam, zat het land in een sociaal-economische crisis. Hij beloofde een economische relance, met een hele reeks neoliberale maatregelen en een doorgedreven privatisering. Sindsdien ging er steeds minder geld naar publieke diensten zoals onderwijs en gezondheidszorg. Peru investeert 5,27 procent van het BBP aan gezondheidszorg, quasi het laagste percentage in heel Latijns-Amerika. In Peru bestaat er ook een privaat gezondheidssysteem, dat wel kwaliteitsvolle zorg levert, maar dat is voor de meeste Peruvianen onbetaalbaar.

Samen met die neoliberalisering werd corruptie in het land verankerd. Daardoor ging volgens Willems de economische groei niet gepaard met een sociaal-opwaartse beweging. Terwijl basisdiensten als gezondheidszorg en onderwijs steeds meer uitgehold worden of onbetaalbaar worden, vloeit er veel geld naar de zakken van de politieke en economische elite. Opmerkelijk: in Peru worden nagenoeg alle ex-presidenten van de voorbije decennia vervolgd voor hun betrokkenheid in grootschalige corruptieschandalen.

Ook president Martin Vizcarra kwam onlangs onder vuur te liggen omwille van zijn betrokkenheid bij een affaire met irreguliere contracten. In september werd daarom een afzettingsprocedure opgestart, maar uiteindelijk waren er te weinig stemmen om Vizcarra af te zetten.

‘De minister voor Gezondheid geeft niet om de vele dokters die hun leven op het spel zetten voor de pandemie.’

Niettemin blijft het vertrouwen in de politieke elite erg laag, zo bewijst ook de eis van de actievoerders voor het onmiddellijke ontslag van minister van Sociale Zekerheid en Gezondheid, Fiorella Molinelli. Volgens vakbondsleider Quiñones ‘geeft zij niet om de vele dokters die hun leven op het spel zetten voor de pandemie’. Ook is er sprake van intimidatie in de ziekenhuizen van personeel dat zich kritisch uitlaat over het gezondheidssysteem.

Solidariteit van onderuit

Maar Willems ziet ook een hoopvolle beweging: burgers die, wanneer ze niet op de overheid kunnen rekenen, het heft in eigen handen nemen. Dat uit zich niet alleen in de vele protesten, maar ook in talloze solidariteitsacties van onderuit. In Lima bijvoorbeeld worden grootschalige voedselbanken georganiseerd, die vaak bevoorraad worden door boeren op het platteland die delen van hun oogst opsturen.

Voor velen is deze hulp essentieel. Peru telt meer dan zes miljoen werklozen door de pandemie. Voor veel mensen, die hun inkomen halen uit de informele economie en vaak van dag tot dag overleven, waren de gevolgen van de lockdown enorm. Vooral in de hoofdstad, waar de werkloosheidsgraad al boven de vijftien procent ligt, viel voor heel wat mensen hun inkomen onmiddellijk weg.

In Iquitos, een afgelegen stad in de Amazone, vertelt Willems, lanceerde een priester een campagne om geld te doneren voor de constructie van twee zuurstofbedrijfjes. Door de pandemie was het gezondheidssysteem van de stad volledig ingestort en ontstond een enorm tekort aan zuurstofflessen, die mensen ook massaal en preventief begonnen in te slaan. Op zo’n tien uur tijd verzamelde de priester meer dan een miljoen Peruaanse soles, of zo’n 250.000 euro.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift