Illegale houtkap rond Lari met de helft gedaald

Meer opbrengst, minder ontbossing: boslandbouw neemt toe in Kenia

© Thomson Reuters Foundation / Benson Rioba

Margret Njoki en haar dochter verzorgen hun aardappeloogst op een stuk grond dat ze leasen in Uplands Forest, in de buurt van Lari, Kenia

In Kenia is de illegale ontbossing flink gedaald sinds boeren hun gewassen in bosgebied mogen verbouwen. Het land wil dat 10 procent van het grondgebied tegen het einde van dit jaar met bomen bedekt is.

Omringd door de hoge bomen van het Uplands Forest, in het westen van Kenia, graven Margret Njoki en haar dochter een rij aardappelen uit. Hun handen bewegen ritmisch en gelijkmatig. Samen met het perceel dat Njoki thuis in het nabijgelegen stadje Lari bewerkt, kan ze met deze 1000 vierkante meter bos, die ze van de overheid huurt, haar opbrengst aan aardappelen en boerenkool verdubbelen.

In ruil daarvoor laat de 41-jarige Njoki bomen groeien tussen haar gewassen. Het is onderdeel van een nationaal plan dat illegale houtkap tegengaat en boeren een alternatieve bron van inkomsten te geven.

‘Als ik dit land niet toegewezen had gekregen, zou ik moeite hebben om mijn drie kinderen te onderhouden, omdat ik alleenstaand ben’, vertelt Njoki. Ze hoeft nu niet langer groenten van andere boeren te kopen om haar marktkraam te bevoorraden. ‘Nu kan ik het schoolgeld van mijn kinderen makkelijk betalen en verkoop ik groenten van mijn eigen grond, waardoor ik meer winst maak.’

10 procent bos

Terwijl andere landen vooral bezig zijn om boeren uit hun bossen weg te houden, ziet Kenia kleinschalige boslandbouw als een essentieel onderdeel van het plan om tegen het einde van dit jaar 10 procent van het land met bomen bedekt te hebben.

Momenteel is iets meer dan 7 procent van Kenia bebost. De regering wil 10 miljard Keniaanse shilling (80 miljoen euro) uittrekken voor bosbehoud.

De illegale houtkap rond Lari is de afgelopen vijf jaar met de helft gedaald.

Boeren die in de bossen werken, hebben namelijk een afschrikkende werking op illegale houthakkers, zeggen bosautoriteiten. En omdat gemeenschappen extra geld verdienen met hun bospercelen, is de kans kleiner dat ze samenspannen met houthakkers die azen op beschermde, inheemse bomen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
En dat beleid werkt, zegt de overheid. Zo vertelt Isaac Waweru, boswachter in Uplands Forest, dat de illegale houtkap rond Lari de afgelopen vijf jaar met de helft is gedaald.

‘De meeste houtkap vond plaats in samenwerking met gemeenschappen die in de buurt van het bos woonden, omdat zij het terrein goed kennen‘, zegt hij. ‘Maar als we mensen een stuk vruchtbaar bos geven om te bewerken, willen ze niet het risico lopen om eruit gegooid te worden voor samenwerking met illegale houtkappers. Sterker nog, ze zijn nu verdedigers van het bos geworden.’

Boeren beter voorlichten

Bescherming van bossen is een van de goedkoopste en meest effectieve manieren om klimaatverandering tegen te gaan, zeggen wetenschappers, omdat bomen koolstofdioxide uit de atmosfeer halen.

Maar er klinkt ook kritiek op het Keniase beschermingsprogramma: zo zouden de beperkingen op wát er in de bossen verbouwd kan worden, en voor hoe lang, niet helemaal eerlijk zijn tegenover de boeren.

De overheid moet boeren ook beter inlichten over de voordelen van het behoud van bomen, zegt Dominic Walubengo, directeur van het in Nairobi gevestigde Forest Action Network (FAN).

‘Voordat de boeren het land toegewezen krijgen om te bewerken, moeten ze goed voorgelicht worden over waarom ze het bos mogen gebruiken, waarom het zo belangrijk is om goed voor de bomen te zorgen, enzovoorts. Alles om hen meer bij het project te betrekken’, zegt Walubengo.

Bomen kweken voor hout

Volgens de meest recente schattingen van de regering verliest Kenia elk jaar ongeveer 12.000 van zijn 4,6 miljoen hectare bosgrond. Dit is een gevolg van een combinatie van factoren: de stijgende vraag naar houtskool als brandstof, de groeiende bevolking, de oprukkende infrastructuur en de omzetting van bos in commerciële landbouwgrond.

Keniaanse boeren kunnen al langer land in bosgebied pachten. Dat werd mogelijk gemaakt met het “Plantation Establishment and Livelihood Improvement Scheme” (Pelis), een programma dat werd ingevoerd in 2005.

De deal is dat boeren ook helpen bomen te kweken, voornamelijk exotische snelgroeiende soorten zoals cipressen en dennen.

Maar pas na 2016 kwam het echt van de grond, zegt Julius Kamau, hoofdbosbeheerder van Kenia. Toen kreeg het Keniase Staatsbosbeheer (KFS) meer speelruimte om gemeenschappen aan te moedigen de bossen duurzaam te gebruiken.

Voor 500 shilling per jaar – een tiende van wat het gewoonlijk kost om landbouwgrond te pachten – krijgen boeren een stuk bos om gewassen op te verbouwen of om bijen of melkvee op te houden.

De deal is dat boeren ook helpen bomen te kweken, voornamelijk exotische snelgroeiende soorten zoals cipressen en dennen. De zaailingen worden geleverd door het KFS, die de bomen later voor hout verkoopt. Na drie tot vijf jaar, zodra de bomen volgroeid zijn, verlaten de boeren het perceel of verhuizen ze naar een nieuw stuk bos dat door KFS is gekapt om te cultiveren.

Minder illegale kap

Nganga Muigai, een andere boer uit Lari, verbouwt sinds twee jaar aardappelen en boerenkool in Uplands Forest. Hij zegt de laatste jaren minder te horen over incidenten met illegale houtkap en overvallen in het gebied. ‘Omdat het zo druk is in het bos’, zegt hij, wijzend naar drie vrouwen met een ezel die een kar vol zakken gras voorttrekt.

Er zijn geen openbare archieven om aan te tonen hoeveel bosland momenteel wordt bewerkt onder het Pelis-programma. Maar in een overheidsrapport uit 2018 staat dat KFS op dat moment meer dan 23.600 hectare bos aan het programma had toegewezen. En volgens bosconservator Jerome Mwanzia is het KFS van plan om daar tussen nu en 2028 nog eens 10.000 hectare aan toe te voegen.

Contracten

Het programma zou meer kunnen doen als het zich net zoveel zou richten op de behoeften van de boeren als op de bescherming van bomen.

Toch denkt FAN-directeur Walubengo dat het succes van programma’s zoals Pelis beperkt zal blijven – ténzij de overheid meer doet om gemeenschappen erbij te betrekken en ze te overtuigen van de voordelen van bosbehoud. Hij hoort over boeren die terughoudend zijn om naar een ander perceel te verhuizen en onvolgroeide planten achterlaten, wat erop zou wijzen dat ze meer tijd nodig hebben om te kunnen oogsten. En dat betekent dus dat hun gewassen met de groeiende bomen concurreren om voedingsstoffen, legt hij uit.

Waweru van het Uplands Forest Station zegt dat de contracten tussen boeren en het KFS die laatste de macht geven om het land terug in bezit te nemen als een boer probeert langer dan de afgesproken termijn op het stuk grond te blijven.

Ook boer Muigai uit Lari zegt dat het programma meer zou kunnen doen om in het levensonderhoud van boeren te voorzien: als het zich net zoveel zou richten op de behoeften van de boeren als op de bescherming van bomen.

Hij wijst op de regel dat boeren alleen korte, lage gewassen mogen verbouwen, omdat hogere gewassen, zoals maïs, zonlicht kunnen blokkeren voor de boomzaailingen en hun wortels. En hoewel hij heeft geprofiteerd van Pelis, “zouden we het op prijs stellen als het KFS zo aardig zou zijn om ons ook maïs voor voedsel en veevoer te laten verbouwen”, besluit hij.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Thomson Reuters News Foundation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift