Mijnwerkers Guyana niet blij met Noorse miljoenen voor bosbescherming

Nieuws

Mijnwerkers Guyana niet blij met Noorse miljoenen voor bosbescherming

Bert Wilkinson

10 februari 2010

Kleine mijnwerkers in Guyana verzetten zich tegen de plannen van hun regering om de bossen beter te beschermen. De groene politiek kan Guyana de komende vijf jaar 250 miljoen dollar (180 miljoen euro) aan Noorse ontwikkelingshulp opleveren, maar de naar schatting 25.000 kompels in het land vrezen hun broodwinning te verliezen.

Noorwegen ondertekende in november een overeenkomst met Guyana waarin het Zuid-Amerikaanse land zich verplicht zijn uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen. Guyana moet onder meer de aftakeling van zijn nog vrij intacte regenwoud tegengaan. In ruil daarvoor kan Guyana de volgende vijf jaar rekenen op 250 miljoen dollar van Noorwegen. Daarvan kunnen 30 miljoen dollar (22 miljoen euro) deze maand al in de schatkist belanden, zegt president Bharrat Jagdeo.

Doodsvonnis

De regering in Georgetown heeft al veel strengere regels opgelegd voor activiteiten in het regenwoud. Mijnwerkers mogen bijvoorbeeld geen kwik meer gebruiken om ertsen te zuiveren. En de overheid geeft zichzelf nu ook zes maanden de tijd om aanvragen van mijnbouwondernemingen en houtvesters te onderzoeken die aan de slag willen op nieuwe percelen in het regenwoud.

Volgens Fred McWilfred, een kleine mijnwerker, komt die lange wachttijd voor vergunningen neer op een doodsvonnis voor kleine ondernemers. Ook Tony Shields, secretaris van de Vereniging van Goud- en Diamantzoekers, is niet te spreken over de nieuwe regels. Ze zijn “belachelijk en niet toepasbaar”, oordeelt hij. Dat kan kloppen, want de wouden van Guyana zijn zo uitgestrekt en veel mijnen bevinden zich op dermate afgelegen plaatsen dat toezicht heel moeilijk is.

Sterke belangengroep

Het conflict is niet ongevaarlijk voor de regering in Georgetown. De mijnbouw is de op een na belangrijkste exportsector in Guyana. En de 25.000 kleine mijnwerkers in het land vormen een belangengroep die niet met zich laat spotten. Op 1 februari versperden bijna vierduizend mijnwerkers de toegangswegen tot Bartica, een stadje in het noorden van het land, net toen een ministeriële delegatie er de problemen kwam bespreken.

Voorlopig lijkt de regering het been stijf te willen houden. Als de bescherming van de bossen niet met de mijnwerkers kan, dan moet de regering maar alleen verder gaan, liet president Jagdeo horen. Ook eerste minister Samuel Hinds zegt dat de maatregelen niet zullen worden teruggeschroefd.

Toch lijkt het mogelijk de lont uit het conflict te halen, zeggen experts. De overheid zou meer kunnen investeren in herbebossing in plaats van de exploitatieregels te verstrengen, en ze zou mijnwerkers en houtvesters kunnen dwingen meer samen te werken. Op die manier zou er minder hout verloren gaan. Om aan ertsvoorraden te komen hakken kleine mijnwerkers vaak waardevolle bomen om die dan gewoon blijven liggen in het bos.