Moord op journalist wordt bijna nooit opgelost

Ruim achthonderd journalisten zijn wereldwijd vermoord sinds 2006. Dit blijkt uit cijfers die de Unesco heeft gepubliceerd. Slechts 7 procent van deze moorden wordt opgelost.

  • CC Knight Foundation BY-SA 2.0 CC Knight Foundation BY-SA 2.0

 

Unesco publiceert de cijfers naar aanleiding van de Internationale Dag tegen de Straffeloosheid van Misdaden tegen Journalisten op 2 november.

De bescherming van journalisten en de strijd tegen straffeloosheid is onderdeel van het zestiende Duurzame Ontwikkelingsdoel (SDG) van de Verenigde Naties, gericht op toegang tot informatie en de bescherming van fundamentele vrijheden.

Het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ) publiceert jaarlijks een index die laat zien in welke landen in de meeste journalisten zijn vermoord.

In de ranking van dit jaar vormen Somalië, Irak, Syrië, de Filipijnen en Zuid-Soedan de top vijf van dertien landen waar tussen september 2006 en september 2016 de meeste journalisten werden vermoord.

‘De vijf landen zijn goed voor 40 procent van de onopgeloste moorden op journalisten in de wereld’, zegt Courtney Radsch van het CPJ. ‘Voor deze moorden is meestal opdracht gegeven, betaald of ze zijn gearrangeerd. Veertig procent van de journalisten wordt vooraf bedreigd.’

Onbevestigde doden

Op de vraag of onbevestigde moorden op journalisten die verdwenen in oorlogsgebieden onderzocht worden, antwoordt Radsch dat ‘er veel middelen ingezet worden om dergelijke moorden te onderzoeken’, maar dat het ‘ongelooflijk moeilijk is informatie te vinden over verdwenen journalisten.’

Onbevestigde doden worden volgens haar niet opgenomen in de straffeloosheidsindex.

‘Er is meer mobilisatie nodig om het VN-Actieplan voor Veiligheid van Journalisten, een speerpunt van de Unesco, te implementeren’, zei Irina Bokova, directeur van de Unesco.

Bokova riep lidstaten op meer te doen om de daders voor het gerecht te brengen, door wetgeving te versterken en mechanismen te ontwikkelen die aansluiten bij de internationale humanitaire wetgeving en bestaande VN-resoluties.

‘Straffeloosheid brengt straffeloosheid voort, dat brengt onrecht voor iedereen’, zei Bokova.

Risico van het vak

Tijdens een paneldiscussie over de veiligheid van journalisten en het bestrijden van straffeloosheid in conflictsituaties, zei de Griekse VN-ambassadeur Catherine Boura dat plaatselijke journalisten, vrouwelijke journalisten, bloggers en freelancers het meeste risico lopen.

‘Slechts één op de tien moorden op journalisten wordt opgelost. Dat betekent dat er bijna volledige straffeloosheid heerst voor de daders’, zei Boura.

Frank La Rue, directeur Communicatie bij de Unesco, stelde dat geweld tegen journalisten in zekere zin geaccepteerd wordt, omdat het gezien wordt als het risico van het vak. ‘Die verkeerde perceptie moeten we bestrijden.’

In 2016 waren er volgens La Rue 76 executies van journalisten. ‘Daarmee is dit jaar een van de meest gewelddadige van de afgelopen tien jaar.’

Hij noemde een aantal sleutelelementen voor een veiligheidsplan: het analyseren van het juridische raamwerk rond bescherming, het analyseren van het preventiebeleid als het gaat om geweld tegen journalisten en de media, het opzetten van een noodmechanisme zoals een hotline en progressieve stappen op weg naar het uitbannen van straffeloosheid.

‘Elk land dat lid is van de Verenigde Naties, zou een mechanisme moeten hebben dat de veiligheid van journalisten garandeert, los van de schaal waarop het probleem zich voordoet in het land’, zei hij.

Straffeloosheid in Syrië

Hoewel journalisten ook doelwit zijn in landen die niet in oorlog zijn, richtte de paneldiscussie zich vooral op veiligheid in Syrië. Daar werden alleen al dit jaar negen journalisten vermoord.

Mazen Darwish en Abdalaziz Alhamza, twee Syrische journalisten die recentelijk een persvrijheidsprijs ontvingen, wezen op de hachelijke situatie van journalisten in het land.

‘Alle partijen in het conflict in Syrië voelen zich vrij om journalisten aan te vallen, omdat ze weten dat ze geen verantwoording hoeven af te leggen, zei Darwish.

Zowel Darwish als Alhamza toonden zich verbaast over het feit dat de VN onlangs de Syrische ambassadeur Bashar Jafaari eerden. Darwish noemde hem ‘de Joseph Goebbels van Syrië”’en een oorlogsmisdadiger.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift