Landroof door apartheid verdreef Makua-families uit hun huizen

Nazaten van Mozambikaanse slaven proberen tevergeefs gestolen land terug te krijgen

© Thomson Reuters Foundation/Kim Harrisberg

Alpha Franks, een ouder lid van de Makua-gemeenschap, voor zijn huis in Chatsworth.

Nadat ze tijdens de apartheid uit hun huizen verjaagd werden, werden leden van de Makua-minderheid in Zuid-Afrika bestempeld als rechtmatige eigenaar van een stuk grond in de stad Durban. Bureaucratie en weigerachtige bewoners ontzeggen de Makua echter al meer dan zeventien jaar hun eigendom.

Abey Canthitoo was acht toen tractoren voorbij raasden om zijn huis met de grond gelijk te maken en zijn buurt te veranderen in een wijk die enkel toegankelijk was voor blanken, tijdens het apartheidsregime van Zuid-Afrika. Zes decennia later voert zijn gemeenschap opnieuw de strijd op om land dat in beslag is genomen terug te krijgen.

Canthitoo is een van de duizenden afstammelingen van bevrijde Noord-Mozambikaanse slaven - beter bekend als het Makua-volk – die in de jaren 1870 door de Britten naar Zuid-Afrika werden gebracht. De Britse vloot deed dat nadat ze illegale slavenschepen op weg naar Zanzibar had onderschept.

‘Deze grondclaim betekent veel, we hebben een plek nodig die we allemaal de onze kunnen noemen’

De nu 67-jarige Canthitoo zegt dat hij de herinneringen aan de ontruiming voor altijd zal verbinden met de ontvoering van zijn overgrootmoeder door slavenhandelaren in Mozambique, en haar strijd om een nieuw leven op te bouwen in de oostelijke Zuid-Afrikaanse kuststad Durban.

‘Ik herinner me dat kinderen aan het schreeuwen en huilen waren en dat mijn ouders onze spullen in een vrachtwagen moesten gooien’, zegt Canthitoo vanuit zijn huis in Bluff – de buurt waaruit zijn familie moest vertrekken en waar Canthitoo later terugkeerde om een huis te kopen.

‘Daarom betekent deze grondclaim zo veel, we hebben een plek nodig die we allemaal de onze kunnen noemen’, vertelt de oude zakenman terwijl zijn kleinkinderen al spelend door zijn huis rennen.

De Makua werden naar Bluff gebracht in wat nu KwaZulu-Natal is om het tekort aan arbeidskrachten in de provincie op te vullen. Dat bleek voor ambtenaren van het Britse rijk echter een zeer nuttige oplossing, waardoor ze meer Makua lieten halen als goedkope arbeidskrachten.

© Thomson Reuters Foundation/Kim Harrisberg

Abey Canthitoo, lid van de Makua-gemeenschap, poseert voor een foto buiten zijn huis in Bluff in Durban, Zuid-Afrika.

Overdracht blijft uit

De Makua vormen een van de vele Afrikaanse gemeenschappen die nog steeds strijden tegen de gevolgen van de koloniale overheersing, waaronder slavernij, landroof en klassenindeling op basis van ras. Hun toestand is vergelijkbaar met de Ogiek in Kenia en het Hailomvolk in Namibië.

De KwaZulu-Natal Land Claims Commission oordeelde in 2004 dat de Makua de rechtmatige eigenaren van het land zijn. Maar Makua-oudsten zeggen dat het overdrachtsproces onduidelijk beschreven is geweest en dat het bereiken van een overeenkomst met enkele van de huidige landeigenaren is vastgelopen.

Toen ze daarop contact opnamen met de autoriteiten van Durban, dachten die dat het land al was teruggegeven aan de gemeenschap.

‘We willen graag de kans krijgen om enkele stappen terug te nemen om uit te zoeken wat er aan de hand is, zodat we kunnen proberen te bemiddelen voor de betrokken partijen en erachter kunnen komen waarom het zo lang is uitgesteld’, zegt Nokuthokoza Zulu, een woordvoerder van de commissie.

Gefrustreerd door de impasse vroegen enkele Makua-oudsten in augustus de South African Human Rights Commission (SAHRC), een onafhankelijke instelling, om de landoverdracht te faciliteren. De SAHRC is momenteel de klacht aan het beoordelen.

‘Het winnen van de landclaim was een gewonnen veldslag, maar we willen een volledige overwinning, we willen wat ons toekomt’, zegt Canthito, eraan toevoegend dat ze van plan zijn woningen, een bedrijvenpark en een cultureel centrum te bouwen voor de 200 Makua-families van het land.

© Thomson Reuters Foundation/Kim Harrisberg

Huizen in Chatsworth, een grote township die in de jaren 1950 werd opgericht om de Indiase bevolking te segregeren in Durban, Zuid-Afrika.

Verdeel en heers

Hoewel Groot-Brittannië ooit de slavenhandel promootte, werd de praktijk in het hele rijk verboden met de Slave Abolition Act in 1833. Er werden marinepatrouilles georganiseerd om illegale handelaren te onderscheppen, aldus onderzoekers uit Durban.

De onderschepping van de Makua – ook bekend als de Zanzibaris omdat sommigen door het Tanzaniaanqe eiland trokken, of ernaar onderweg waren – veranderde het leven van hun nakomelingen voor altijd toen ze ongewild getuige werden van het begin van de blanke minderheidsheerschappij.

Als het potlood bleef steken, werden ze als ‘niet-wit’ beschouwd.

Zuid-Afrika werd in 1934 een natiestaat binnen de Britse monarchie en meer dan een decennium later, na eerdere oorlogen tussen de Britse en Afrikaanse Nederlandse nakomelingen, werd het land geregeerd door Afrikaner nationalisme en rassenscheiding.

De Group Areas Act van 1950 gebruikte een verdeel-en-heersmethode om raciale groepen fysiek te scheiden in specifieke woon- en werkgebieden.

Raciale categorieën werden vaak willekeurig toegewezen als belichaamd in de zogeheten ‘potloodtest’. Daarbij staken apartheidsfunctionarissen een potlood in iemands haar om hun ras te bepalen. Als het potlood bleef steken, werden ze als ‘niet-wit’ beschouwd.

Bij de Makua – net als bij andere gemeenschappen in Zuid-Afrika – verdeelde de gedwongen raciale classificatie families met verschillende huid- of haartypes.

Vasthouden aan tradities

‘Ze wilden dat we in hokjes pasten, families werden uit elkaar gescheurd’, zegt Alpha Franks, een Makua-leider en activist vanuit zijn huis in Chatsworth, een township dat in de jaren vijftig door de apartheidsregering werd opgericht.

‘Grondgebied zou ons de kans geven om onze gemeenschap en onze cultuur levend te houden.’

Ondanks dat ze meer dan eens waren ontworteld en gescheiden van hun familie, hielden de Makua vast aan hun tradities en cultuur, vertelt Franks, wijzend op de moestuin, waar hij cassave en andere traditionele gewassen verbouwt, die hij heeft aangelegd in zijn straat.

De Makua zijn nu een van Zuid-Afrika’s kleinste en minder bekende minderheden – velen spreken nog steeds de Makua-taal naast Zulu of Afrikaans en beoefenen hun voorouderlijke tradities.

‘Grondgebied zou ons de kans geven om onze gemeenschap en onze cultuur levend te houden’, zegt de 64-jarige Franks.

© Thomson Reuters Foundation/Kim Harrisberg

Een bloem bloeit op de graven van Makua-afstammelingen in Durban, Zuid-Afrika.

Gerechtigheid

Toen de KwaZulu-Natal Land Claims Commission de eigendomsbewijzen overhandigde van 5,2 hectare land in Bluff, voelde het ‘als een droom’, zegt Canthitoo, die sinds het einde van de jaren tachtig samen met een advocaat een rechtszaak opbouwt.

Maar logistiek, bureaucratie en mislukte onderhandelingen met een aantal landeigenaren – evenals wat de Makua als wantrouwen van omringende huiseigenaren beschouwen – hebben de terugkeer van de Makua verhinderd.

Door het uitblijven van een oplossing zijn veel leden van de gemeenschap ‘gedesillusioneerd en verdeeld’, aldus Franks. ‘We proberen de passie nieuw leven in te blazen’, zegt hij.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Canthitoo bezoekt vaak de begraafplaats waar enkele van zijn voorouders zijn begraven in Bluff, evenals de moskee die is gebouwd op de oorspronkelijke gebedsplaats van zijn Makua-voorouders.

‘Wat me op de been houdt, is gerechtigheid voor mijn gemeenschap. We zijn van iets beroofd. Die grond zal ons niet genezen, maar het zal ons helpen een lelijk hoofdstuk af te sluiten’, zegt hij.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Thomson Reuters Foundation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift