Journalisten worden wereldwijd bedreigd omwille van coronaverslaggeving

Op deze vijf plekken is werken als journalist nog moeilijker door corona

4711018 (Public Domain)

Sinds 5 februari 2020 registreerde het Internationaal Persinstituut in totaal 118 inbreuken op de persvrijheid.

Verschillende landen maken misbruik van de coronacrisis om de persvrijheid extra in te perken. Ze voeren beperkende wetten in en journalisten worden bedreigd, aangevallen of gevangengenomen. Dat gebeurt net zo goed in andere continenten als in Europa. MO* zoomt in op vijf frappante gevallen van inbreuken tegen de persvrijheid: in Rusland, Zimbabwe, Venezuela, Servië en Noord-Korea.

Onafhankelijke media zijn erg belangrijk tijdens de coronacrisis, benadrukt het Internationaal Persinstituut (IPI). Maar de organisatie maakt zich zorgen dat bepaalde landen de coronamaatregelen gaan gebruiken als voorwendsel voor censuur op nieuws en informatie. Daarnaast vreest het IPI ook voor beperkende regels die ingaan tegen de persvrijheid.

Sinds 5 februari 2020 registreerde het Internationaal Persinstituut in totaal 118 inbreuken op de persvrijheid. Dat gaat over de beperking van toegang tot informatie en strenge regulatie van “fake news” tot censuur en verbale of fysieke aanvallen. Europa voert de lijst van inbreuken aan (met 37 geregistreerde gevallen), gevolgd door Azië (28) en Afrika (24).

Ook Reporters Zonder Grenzen (RSF) uitte al kritiek op het feit dat sommige landen een inbreuk plegen op het recht op informatie tijdens deze coronacrisis. RSF stelde een lijst op met daarin alle obstakels voor de persvrijheid die de laatste weken kwamen bovendrijven.

Tsjetsjeense president bedreigt Russische journaliste

De Russische journaliste Jelena Milasjina werd bedreigd door de Tsjetsjeense president Ramzan Kadyrov nada ze een artikel schreef over de strikte coronamaatregelen in de Tsjetsjeense Republiek. Kadyrov uitte zijn bedreigingen via Instagram en de chatapp Telegram: ‘Hoe lang zal het provocerende en explosieve anti-Tsjetsjeense onbeschofte en onverantwoorde pesten door Noaya Gazeta nog duren?’

Het artikel verscheen op 12 april in Novaya Gazeta, een Russisch onafhankelijk nieuwsmedium. In het artikel schreef Jelena Milasjina hoe Tsjetsjenen hun coronasymptomen verzwijgen uit schrik om als terrorist bestempeld te worden. Het artikel bekritiseerde volgens het Internationaal Persinstituut (IPI) ook de maatregelen die in Tsjetsjenië genomen werden tegen COVID-19 en stelde ook de vraag of de ziekenhuizen wel voorbereid waren op het virus.

Na de bedreigingen van de Tsjetsjeense president liet Novaya Gazeta weten dat het het artikel van zijn site verwijderde.

Kadyrov claimde dat de informatie in het artikel van Milasjina niet strookt met de realiteit en riep de politie op om haar en andere journalisten te stoppen. ‘Iemand zal hiervoor de verantwoordelijkheid krijgen en zal gestraft wordenvolgens de wet’, zo citeert de non-profitorganisatie Comité voor de Bescherming van Journalisten (CPJ) Kadyrov.

Na de bedreigingen van de Tsjetsjeense leider liet Novaya Gazeta weten dat het het artikel van zijn site verwijderde op vraag van het parket. Maar het is nog wel te lezen via online archiefwebsites.

Van de 180 landen in de World Press Freedom Index, de persvrijheidsindex van Reporters Zonder Grenzen (RSF), staat Rusland op de 149ste plaats. Tsjetsjenië, een autonome republiek van Rusland, wordt in die lijst samen met Rusland beoordeeld. Het land hoort bij de slechtste leerlingen van de klas.

De laatste twintig jaar zijn vijf journalisten vermoord die schreven voor Novaya Gazeta. Door de jaren heen werden in Tsjetsjenië ook journalisten bedreigd, gevangengenomen en aangevallen, laat RSF weten.

In Zimbabwe: ‘Bestrijd COVID-19, niet de pers’

In Zimbabwe werden vijf journalisten er aangehouden sinds de aankondiging van een lockdown (maatregel waarbij mensen moeten binnenblijven, red.) op 30 maart.

Freelancejournalist Panashe Makufa is een van hen. Op 4 april was hij aan het werk in een buitenwijk van de hoofdstad Harare. Hij fotografeerde hoe politieruiters tijdens de lockdown aan het werk waren, maar al snel werd Makufa door de politie aangesproken en aangehouden. De freelancer toonde zijn geldige perskaart, maar werd door de agenten verzocht om de beelden onmiddellijk te wissen.

Toen Makufa weigerde de beelden te wissen, vroegen ze hem in de politiewagen te gaan zitten. Daar vielen twee agenten hem aan, zo meldt de Zimbabwaanse zender Nehanda Radio.

Volgens Panashe Makufa zelf werd hij verteld dat enkel de Zimbabwe Broadcasting Corporation, de Zimbabwaanse publieke omroep, mag berichten over de lockdown. Dat is in strijd met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: die stelt in artikel 19 dat iedereen ‘het recht heeft op vrijheid van mening en van uiting van zijn mening (…) en het recht om inlichtingen en ideeën op te zoeken, te ontvangen en te verspreiden.’

In Zimbabwe zijn er ook misverstanden over perskaarten. Niet alle journalisten kregen al een nieuwe perskaart voor het jaar 2020. Sommige Zimbabwaanse journalisten werken met een vervallen kaart. Twee journalisten werden onder meer daarom aangehouden. De Zimbabwaanse Mediacommissie, die de kaarten uitgeeft, liet weten dat ‘journalisten mogen werken met hun perskaart van 2019 tot ze een nieuwe kaart voor 2020 hebben ontvangen.’ Maar die richtlijn beschermt journalisten in de praktijk dus niet.

De Vereniging van Zimbabwaanse Journalisten heeft felle kritiek op de minister van Informatie. ‘Fight Covid-19, not journalists’, luidt de slogan van hun nieuwe campagne. In Zimbabwe staat de persvrijheid al langere tijd onder druk. Van de 180 landen op de World Press Freedom Index van RSF staat het op de 127ste plaats.

Venezuela, nachtmerrie voor journalisten

Venezuela is een van de weinige landen waar een journalist opgesloten werd naar aanleiding van berichtgeving over het coronavirus. Freelancejournalist Darvinson Rojas werd op 22 maart opgepakt, zo maakte de Venezolaanse journalistenvereniging (SNTP) bekend.

Rojas tweette op die dag live dat er een speciale actie-unit van de nationale politie (FAES) voor zijn deur stond. De agenten beweerden volgens Rojas dat ze een anonieme tip hadden gekregen dat hij besmet zou zijn met het nieuwe coronavirus. Het SNTP liet weten dat de politie ook zijn laptop en gsm afnamen.

President Nicolás Maduro wil een constante controle over de berichtgeving en probeert onafhankelijke media te doen zwijgen.

Rojas en zijn ouders werden uiteindelijk opgepakt, omdat ze weigerden mee te gaan. Daniel Colina, een collega van Darvinson Rojas, liet nadien weten dat de ouders van Rojas vrijgelaten waren.De vader van Rojas vertelde Colina dat hij gehoord had dat zijn zoon ondervraagd werd over de bronnen die hij gebruikt had voor zijn statistieken over het coronavirus in de Venezolaanse staat Miranda.

Rojas werd op 2 april voorwaardelijk vrijgelaten, meldt Amnesty International. In totaal zat hij twaalf dagen vast zonder aanklacht. Hij wordt volgens Amnesty beticht van haat zaaien en oproepen tot geweld. De kans bestaat dat hij vervolgd wordt.

De arrestatie van Darvinson Rojas sluit aan bij het mediabeleid van de Venezolaanse president Nicolás Maduro. De president wil volgens Reporters Zonder Grenzen (RSF) een constante controle over de berichtgeving en probeert onafhankelijke media daarom het zwijgen op te leggen.

Venezuela staat op de 148ste plaats in de World Press Freedom Index van 2019. Het land heeft sinds 2010 een wet die het strafbaar maakt om de autoriteiten van het land in twijfel te trekken. Die wet zorgde volgens RSF voor heel wat willekeurige arrestaties van journalisten. Ook geweld en bedreigingen tegenover journalisten zijn er geen uitzondering.

Servië

‘Zes politieagenten kwamen mijn appartement binnen, doorzochten alles en namen telefoons en laptops in beslag.’

Ook in Europa, meer bepaald in Servië, werd een journaliste gearresteerd na kritische verslaggeving over de aanpak het nieuwe coronavirus. Op 1 april werd Ana Lalić, journaliste bij de Servische nieuwssite Nova.rs, opgepakt. Lalić vertelde aan de Servische journalistenvereniging UNS dat ze ’s nachts verhoord werd en ’s ochtends vrijgelaten werd.

De inval van de politie in haar appartement beschrijft ze aan de UNS als volgt: ‘Zes van hen kwamen het appartement binnen, het zag er best eng uit. Ze hebben alles doorzocht, elk deel van het appartement, en ook de auto. Ze hebben mijn telefoons en laptops in beslag genomen.’

De politie-interventie kwam er volgens RSF nadat Ana Lalić een artikel schreef over het tekort aan bescherming voor verplegers in het klinische centrum van de noordelijke regio Vojvodina. Het ziekenhuis diende klacht in tegen Lalić voor reputatieschade. Het verwees ook naar de inbreuk op een recente Servische wet, die stelt dat enkel de Servische taskforce voor crisismanagement informatie mag verspreiden over COVID-19.

Eerste minister Ana Brnabić bood nadien excuses aan en verkondigde dat ze het monopolie van de taskforce op informatie zou afschaffen. Ook Lalić reageerde op het voorval: ze zei dat ze geen spijt had van haar artikel. ‘Als de verordening inderdaad werd opgeheven, was het die nacht in hechtenis waard’, zei ze aan de UNS. Ondanks haar vrijlating loopt Ana Lalić volgens RSF nog het risico op vijf jaar gevangenisstraf en een boete.

In Servië gaat het de laatste jaren steeds slechter met de persvrijheid. In 2019 zakte het land veertien plaatsen in de World Press Freedom Index en nu staat het nog op de 90ste plaats. De reden daarvoor ligt volgens RSF bij huidig president en voormalig eerste minister Aleksandar Vučić. Onder zijn leiderschap namen aanvallen op de media toe en namen autoriteiten een steeds negatievere houding aan tegenover journalisten.

RSF kaart aan dat niet alleen Servië maar vele delen van de Balkan en het oosten van de Europese Unie worstelen met persvrijheid. In het licht van het coronavirus komen er wetten die de persvrijheid inperken, waardoor journalisten er nog meer gevaar lopen.

Nul coronabesmettingen in Noord-Korea volgens staatsmedia

Zeker in landen waar de pers al weinig of geen vrijheid kende, hebben journalisten het nu moeilijk om kritisch te berichten over de gezondheidssituatie in hun land. In Noord-Korea, een totalitaire dictatuur, kunnen onafhankelijke journalisten hun werk niet doen. De staatsmedia zijn er de enige informatiebron, en die is niet altijd betrouwbaar. Zo beweert het land dat er geen coronabesmettingen zijn vastgesteld, maar dat is moeilijk te controleren in een totalitaire dictatuur zonder persvrijheid.

Volgens de Noord-Koreaane minister van Volksgezondheid wordt er getest, maar testte nog niemand positief.

Officieel staat de teller van coronabesmettingen in Noord-Korea op de website van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op nul. Een cijfer om met een korrel zout te nemen, want censuur is ook in gewone tijden de norm in Noord-Korea. Er vallen wel degelijk doden in het land, vertelde een voormalige dokter aan het Franse persagentschap (AFP): ‘Ik heb gehoord dat er veel doden vallen in Noord-Korea, maar de overheid zegt dat deze niets te maken hebben met het coronavirus.’

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontvangt wekelijks een update van de Noord-Koreaanse minister van Volksgezondheid. Volgens de minister wordt er getest, maar testte nog niemand positief. Noord-Koreanen die symptomen van het virus vertonen, wordt aangeraden om in quarantaine te blijven.

Internationale persagentschappen worden in Noord-Korea nauw in de gaten gehouden. De staat eist er een absoluut monopolie op informatie, en onafhankelijke journalistiek is dus onmogelijk. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un geeft de indruk dat alles onder controle is.

Reporters Zonder Grenzen (RSF) vraagt het Noord-Koreaanse regime uitdrukkelijk om transparantie. Ook wil het dat internationale media toegelaten worden om onderzoek te doen.

Noord-Korea scoort uitermate slecht op de World Press Freedom Index en staat op de een na laatste plaats. Nog geen enkele journalist werd opgepakt of gevangen genomen tijdens het berichten over COVID-19, omdat berichtgeving quasi onmogelijk is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift