Pakistan verbiedt extremistische organisatie. Of toch niet. Of misschien wel.

Het Westen reageerde tevreden op het bericht dat Pakistan maatregelen neemt tegen Jamaat-ud-Dawa, een organisatie die zichzelf presenteert als caritatief initiatief, maar gezien wordt als mantelorganisatie van het gewelddadige Lashkar-e-Taiba. Maar of er echt actie ondernomen wordt, is onduidelijk. De Pakistaanse regering zwijgt.

Ejaz Asi (CC BY-NC 2.0)

Jamaat-ud-Dawa, letterlijk “Missioneringsgemeenschap”, heeft veel liefdadigheid verricht na de zware aardbeving in 2005. ‘Maar zoals de naam het zegt, weegt vooral de religieuze invloed door.’

Jamaat-ud-Dawa (JuD) en zijn oprichter, Hafiz Saeed, zijn twee namen die wantrouwen oproepen. Vooral buiten Pakistan is het argwaan groot. Saeed staat op de zwarte lijst in de VS. Ook in India loopt er een aanhoudingsbevel tegen de man. De Zuid-Aziatische grootmacht houdt Saeed aansprakelijk voor de zware terroristische aanslag in Mumbai uit 2008.

Pakistan aan zet

In december 2008 plaatsten de Verenigde Naties de Pakistaanse organisatie JuD al op de lijst van terroristische organisaties. Dat houdt in dat hun deviezen bevroren moeten worden. Gesanctioneerde personen mogen het grondgebied niet verlaten en er mag hen geen militaire, technologische of andere hulp geboden worden. ‘Als lid van de VN hebben wij de vereiste actie ondernomen’, zei woordvoerder voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Pakistan Tasnim Aslam deze week nog. Maar die actie dateert dus al van 2008.

Op nationaal vlak is Pakistan de humanitaire hulpverleners echter altijd blijven gedogen, en misschien zelfs steunen. Onder het National Action Plan, een project om terrorisme te bestrijden dat na het bloedbad in Peshawar uitgedacht werd, zou de groepering nu ook effectief verboden worden, tot grote tevredenheid van de VS en India. ‘Wij zijn bijzonder tevreden dat Pakistan de beslissing genomen heeft om Jamaat-ud-Dawa en andere soortgelijke militante organisaties te bannen’, aldus Marie Harf, vice-woordvoerder van het Amerikaanse ministerie voor Buitenlandse Zaken. Achteraf bleek echter dat de VS de eventuele sancties tegen JuD niet konden bevestigen.

Twijfel

Het is inderdaad onduidelijk of de oorspronkelijke berichtgeving daadwerkelijk klopt. De regering gaat het onderwerp zo veel mogelijk uit de weg. Minister van Informatie Pervaiz Rasheed ontkent weet te hebben van het verhaal en ook minister Chaudhry Nisar Ali Khan van Binnenlandse Zaken, vermijdt het onderwerp.

De Pakistaanse krant Dawn noemt het ‘mysterieus’ dat een woordvoerder uit de VS zo’n uitspraak doet vooraleer officiële Pakistaanse instanties een aankondiging doen. De Pakistaanse overheid geeft via Aslam in elk geval mee dat het niet onder druk staat van de VS. Ondertussen ontkende Jen Psaki, woordvoerder voor Buitenlandse Zaken in de VS, de berichten. ‘We weten dat Pakistan maatregelen doorvoert in het kader van het National Action Plan. Om welke acties het precies gaat, is niet bevestigd, maar we steunen de inspanning van de Pakistaanse overheid.’

Abdul Basit, de Hoge Vertegenwoordiger van Pakistan in India, verklaarde dat er geen sprake was van een verbod op JuD. ‘Wij hebben enkel de deviezen bevroren en de bewegingsvrijheid van de leden van JuD beperkt, zoals de VN voorgeschreven heeft. Meer hoeft er niet te gebeuren’, klinkt het.

‘Dat zal ons niet tegenhouden’, reageert Hafiz Saeed. ‘Wij blijven liefdadigheidswerk uitvoeren.’ De meeste waarnemers gaan er in elk geval van uit dat de werking van JuD niet geblokkeerd zou geraken door een bevriezing van de tegeoeden van JuD, aangezien de orgzanisatie haar collectes en financiële activiteiten al enkele jaren kanaliseert via een nieuwe zusterorganisatie, de Falah-i-Insaniyat Foundation.

‘Veel invloed op de werking zal de huidige eventuele sanctie inderdaad niet hebben’, weet Bruno De Cordier, Pakistan-specialist bij Conflict Research Group. ‘Onderschat vooral niet hoezeer organisaties zoals JuD in staat zijn om zichzelf te financieren. De groepering kan beroep doen op inkomsten vanuit informele netwerken, die niet op de officiële radar komen en dus ook niet tegengehouden kunnen worden. In dat opzicht verschilt JuD niet zo veel van de manier waarop de Taliban te werk gaat.’

Niet zo liefdadig

Stuti Sakhalkar (CC BY 2.0)

De oprichter van Jamaat-ud-Dawa, Hafiz Saeed, wordt door Indische autoriteiten ‘het brein’ achter de bloedige aanslagen in Mumbai uit 2008 genoemd. Terroristen hadden het onder meer gemunt op het Taj Mahal-hotel.

JuD is recent nog in het nieuws gekomen toen het de organisatie van anti-Charlie Hebdo marsen in Pakistan voor zijn rekening kwam. De organisatie treedt niettemin op als liefdadigheidsinstelling en is vooral bekend voor van het verlenen van humanitaire hulp bij nationale rampen zoals de aardbeving van 2005 en de overstromingen in 2010. Ze wordt echter ook in een adem genoemd met Lashkar-e-Taiba (LeT), de groepering die achter de terroristische aanslag in Mumbai zou zitten. 

Humanitaire hulpverlening zou als ‘voorhoede voor jihadisme’ worden gebruikt, verklaarde nucleair wetenschapper Pervez Hoodbhoy in zijn MO*-analyse over het status van de Taliban in Pakistan vorig jaar. ‘Zo winnen ze de harten van de getroffenen, om hen daarna in te lijven’, aldus een IPS-nieuwsbericht dat rond diezelfde periode verscheen.

‘JuD is historisch verbonden aan LeT’, legt De Cordier uit. ‘De organisatie is ontstaan vanuit een strekking binnen LeT die een volledige koerswissel wou doorvoeren. Leden van JuD zijn ervan overtuigd dat filantropie meer oplevert dan geweld om hun invloed te vergroten.’

Volgens De Cordier is JuD zelf niet gewelddadig. ‘Maar het is wel politiek, net zoals andere humanitaire hulp dat is. JuD staat voor “missioneringsgemeenschap” en heeft twee grote doelen: sociaal liefdadigheidswerk en religieuze invloed. Zoals de naam het zegt, weegt vooral de overdracht van de religieuze ideologie daarin door.’ 

LeT is wel gewelddadig. De in 2002 verbannen (maar niet verdwenen) jihadistische organisatie onstond eind jaren tachtig en is actief in India (de betwiste provincie Kasjmir in het bijzonder) en Afghanistan. Hun naam betekent letterlijk “het Leger van de Zuiveren”.

De LeT vertegenwoordigt een specifiek staatsgesteund en staatsbeschermd instrument van terrorisme

‘De LeT vertegenwoordigt een specifiek staatsgesteund en staatsbeschermd instrument van terrorisme’, schrijft Gie Goris, MO*-hoofdredacteur en Zuid-Aziëkenner, in zijn boek Opstandland. ‘De dominante positie die de LeT vandaag heeft in het uiterst diverse en gefragmenteerde landschap van militant Pakistan is grotendeels het gevolg van overheidsbeslissingen.’

Ook deze groepering werd opgericht door Hafiz Saeed. Hij wordt door India verantwoordelijk gesteld voor de terreuractie uit 2008. In de VS is Saeed op de lijst van terroristen geplaatst. Op zijn hoofd prijkt een bedrag van 10 miljoen dollar. Dat heeft hem echter niet tegengehouden om vrij rond te lopen in Pakistan en massale betogingen te organiseren en toe te spreken.

India en de VS beweren dat JuD ontstaan is om de doelstellingen van zijn gebannen zusterorganisatie te kunnen voortzetten onder de noemer van een liefdadigheidsinstelling. Na de aanslagen in 2008 verzochten de VS de VN Veiligheidsraad om JuD te verbieden. Saeed heeft de beschuldigingen van India altijd met klem ontkend. ‘Jullie blijven mij een terrorist noemen, maar dat ben ik niet. Je mag het altijd proberen te bewijzen’, stelde de oprichter van JuD.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist met focus op eerlijke mode

    Sarah Vandoorne is freelance journalist, hispanoloog, Latijns-Amerika aficionada en – voor zover die term steek houdt – een rasechte Belgisch Britse Bengalees.