Palestijn of Israeli, een kind is een kind

Recente cijfers tonen een grote kloof tussen het dodental van Palestijnse en Israëlische jongeren. Aan de ene kant getuigt dat van een machtsonevenwicht, aan de andere kant is het verlies van een kind even zwaar voor Arabische en Joodse ouders. ‘Kinderen betalen de prijs in deze haat- en wraakreacties’, zegt kinderrechtenorganisatie UNICEF.  

  • CC Andlin1 CC Andlin1

Het geweld tussen Israeli’s en Palestijnen woedt in alle hevigheid. Het overlijden van drie Israëlische jongeren en een Palestijnse tiener vormt de aanleiding voor het huidige geweld, al reikt het verhaal veel verder dan dat. Verschillende cijfers doen de ronde over het aantal doden door operatie Protective Edge, op 7 juli jongstleden ingezet door het Israëlisch leger met als doelwit Hamas.

De Palestijnse kinderrechtenorganisatie Bescherming van Kinderen Internationaal (DCIP) bevestigde op 10 juli veertien Palestijnse minderjarige slachtoffers. Al-Jazeera spreekt over achttien jonge slachtoffers, The Guardian zelfs over 22. In het totaal zijn de laatste drie dagen al meer dan tachtig Palestijnse burgers om het leven gekomen.

Wat onder de radar blijft, is dat het conflict in Israël en Palestina al jarenlang jonge slachtoffers maakt in beide kampen. Na het veelbesproken verlies van de vier jongens bekeek MO* de cijfers van verschillende organisaties rond Israëlische en Palestijnse minderjarigen. Het resultaat is een verhaal dat de statistieken overstijgt en waarin elk slachtoffer nog steeds kind blijft. Achter elk cijfer schuilt namelijk een Arabische of Joodse naam van een dochter, zoon, broer of zus.  

Olie op het vuur

Het Israëlisch offensief werd afgelopen maandag ingezet na raketaanvallen vanuit Gaza op het zuiden van Israël. De VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) wijst erop dat de escalatie van geweld niet uit het niets komt. ‘Deze situatie komt er bovenop een lange geschiedenis van dagelijkse aanvallen op de Palestijnen. Ze willen de wereld laten horen dat ze bestaan. Hun reactie op het vermoorden van de Palestijnse tiener was een voorspelbare ontwikkeling’, zegt UNRWA. ‘Maar dat maakt het huidige geweld van beide kanten niet minder ongewenst.’

VRT-journalist Rudi Vranckx verwoordde het op Radio 1 als volgt: ‘Je hebt geen uitbarsting van geweld als je geen olie op het vuur giet. Er heerste een gevoel van uitzichtloosheid.’

Omdat UNRWA  deze ontwikkelingen verwacht had, werden de medewerkers ter plekke zo goed mogelijk voorbereid op de hulp die de Palestijnse bevolking nodig heeft.

Ondertussen lijkt er een gevecht tussen David en Goliath aan de gang. De Palestijnse raketten zijn niet opgewassen tegen het zware geschut van Israël. Terwijl er momenteel meer dan 600 Palestijnse burgers gewond zijn, waaronder veel minderjarigen, zijn er voorlopig geen slachtoffers gemeld aan Israëlische zijde.

Drie plus één is meer dan vier

Volgens verschillende cijfers zijn de Israëlische en Palestijnse overleden tieners niet de eerste en zeker niet de laatste slachtoffers. In de maanden mei en juni van dit jaar waren al vier minderjarige Palestijnen omgekomen. Twee jongens werden op 15 mei vermoord tijdens een demonstratie waarin er met stenen werd gegooid, maar waar ze zelf niet aan deelnamen. Voor de maand juli komen daar op dit moment dus minstens veertien Palestijnen onder de achttien jaar bij. Dat brengt het totaal in 2014 op minstens 24 minderjarige dodelijke slachtoffers, waarvan 21 Palestijnse en 3 Israëlische.

Sinds het begin van de  tweede intifada (de Palestijnse opstand tegen het Israëlische leger) op 29 september 2000 zouden er tussen de 1384 en 1526 Palestijnse minderjarige slachtoffers gevallen zijn. Gemiddeld zijn dat twee Palestijnse jongeren per week. Vanaf 2000 was 65 procent van de jonge Palestijnse slachtoffers tussen de dertien en zeventien jaar oud en negentien procent jonger dan acht jaar. Ondanks het gebrek aan uniformiteit in de cijfers, tonen ze de zware impact van de bezetting.

Voor Israëlische jongeren zijn de cijfers minder variërend, maar even sprekend. De laatste vijftien jaar stierven er 127 Israëlische minderjarigen door toedoen van Palestijns geweld. 121 daarvan  lieten het leven tussen 2000 en 2009. Voor de afgelopen vijf jaar betekent dat zes minderjarige Israëlische sterfgevallen, afgezien van de drie overleden jongens in juni.

Sterven buiten strijd

Typerend voor dit verhaal is dat de meeste Palestijnse jongeren niet gesneuveld zijn tijdens een gevecht met Israëlische soldaten, net zoals de twee overleden jongens in mei dit jaar. In 2013 en 2014 samen stierven er zelfs geen jongeren door deelname aan gevechten. Toch zijn die twee jaren samen goed voor het verlies van 23 tot 27 jonge levens.

Niet alleen sterftecijfers vertellen het lot van minderjarigen in Israël en Palestina. Dagelijks vallen er tientallen gewonden, een aantal dat door de huidige militaire actie alleen maar oploopt. Volgens de VN-organisatie voor humanitaire zaken (OCHA) zouden er in 2013 zo’n 1185 kinderen gewond geraakt zijn in de Westelijke Jordaanoever alleen.

Jongeren achter slot en grendel

Onlangs gingen meer dan 100 Palestijnen in hongerstaking tegen administratieve detentie. Bij deze procedure van het Israëlische leger worden Palestijnen voor onbepaalde duur opgesloten zonder enige vorm van aanklacht of proces. Sinds december 2011 zitten er geen minderjarigen meer in administratieve detentie, maar zijn er wel degelijk jongeren in Israëlische gevangenissen.

Volgens DCIP zaten er in mei dit jaar 215 minderjarigen opgesloten in Israëlische gevangenissen, waarvan 32 onder de zestien jaar oud. In april waren dat er nog 196. De voornaamste reden voor het arresteren van minderjarigen heeft met veiligheid te maken. Vele jongeren zijn betrokken in het gooien van stenen naar Israëlische doelwitten. Daarnaast waren volgens mensenrechtenorganisatie B’tselem in april 2014 ook negentien minderjarigen opgesloten omdat ze illegaal in Israël verbleven.

Volgens OCHA zouden de Israëlische autoriteiten sinds 2000 elk jaar tussen de 500 en 700 kinderen opgesloten en vervolgd hebben. Verontrustend is dat veel van deze minderjarigen berecht worden als volwassenen, ook al druist dat in tegen de internationale wetgeving. ‘Sinds april 2013 zijn er regels die de tijd dat een kind opgesloten mag worden beperkt’, zegt UNICEF. ‘Maar we rapporteren nog steeds fysiek en verbaal geweld tegen de meeste jongeren.’

Impact van gedwongen verplaatsing

Naast verwondingen en gevangenschap worden vele kinderen ook getroffen door interne ontheemding. Volgens een rapport van OCHA moesten in 2013 in Area C (een gebied bewoond door Palestijnen en volledig onder Israëlische controle) zo’n 805 mensen, waaronder 405 minderjarigen, hun huis gedwongen verlaten. ‘Gedwongen verplaatsing heeft een enorme fysieke, sociaal-economische en emotionele impact op Palestijnse families en gemeenschappen’, stelt het rapport. ‘De impact van verplaatsing op kinderen kan verwoestend zijn, met groot risico op post-traumatisch stresssyndroom, depressie en angst.’

UNICEF veroordeelt alle vormen van geweld tegenover Palestijnse en Israëlische jongeren. ‘Kinderen zijn kinderen. In deze cultuur met haat- en wraakreacties betalen zij uiteindelijk de prijs.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift