Plaatselijke hulpverleners lopen steeds grotere risico's

Het aantal geweldplegingen tegen hulpverleners in crisissituaties daalde vorig jaar met 28 procent, maar bij dat goede nieuws moeten kanttekeningen gemaakt worden. ‘Verhoogde risico’s komen meer en meer op de schouders van plaatselijke ngo’s terecht.’

  • UN Photo/Fred Fath (CC BY-NC-ND 2.0) Het risico voor hulpverleners is nog steeds erg groot in enkele gebieden. UN Photo/Fred Fath (CC BY-NC-ND 2.0)

Een jaar na “recordjaar” 2013 lijkt het terug de goede kant uit te gaan met de veiligheid van hulpverleners in crisissituaties. Volgens cijfers van onderzoeks- en adviesbureau Humanitarian Outcomes (HO) vielen in 2014 wereldwijd 190 ernstige gevallen van geweldpleging op te tekenen, tegenover 264 in 2013. Maar die statistieken moeten meer geduid worden, zegt Abby Stoddard van HO.

Ten eerste staat 2014 nog steeds op de tweede plaats van meest gewelddadige jaren sinds 1997 wanneer voor het eerst data verzameld werd. ‘De daling van 2014 zegt meer over het piekjaar 2013 dan over veiligere werkomstandigheden in 2014,’ zegt Stoddard aan Reuters.

2014 is nog steeds het op één na gewelddadigste jaar.

Ten tweede, en nog belangrijker, is er een achterliggende reden voor de verbeterde statistieken. ‘We zien dat de daling deels kan worden toegeschreven aan het feit dat veel organisaties hun mensen terugtrekken uit de gevaarlijkste gebieden, als reactie op de explosieve toename van het geweld op sommige plaatsen in 2013’, zegt Stoddard aan IRIN News.

‘In de gevaarlijkste crisisgebieden is het risico voor hulpverleners nog steeds erg groot, met als gevolg dat de toegang tot internationale humanitaire hulp vermindert.’

Gevaar ontwijken

Het rapport geeft als voorbeeld de massale terugtrekking van hulporganisaties uit Zuid-Soedan in het begin van 2014, toen het geweld daar toenam. Bij hun terugkomst in het gebied schakelden de organisaties voor een deel over van hulpverleners in het veld naar onder meer de levering van middelen via luchttransport. Daarnaast rekenden ze meer op lokale ngo’s voor plaatselijke hulpverlening. De eigen mensen trokken zich vaak terug naar de veiligere hoofdstad.

Verhoogde risico’s komen meer en meer op de schouders van plaatselijke ngo’s terecht.

De verhoogde risico’s komen zo meer en meer op de schouders van de plaatselijke ngo’s terecht. De grote hulporganisaties financieren die ngo’s, maar voorzien geen budget voor veiligheid om de prijs laag te houden. ‘Dat is onaanvaardbaar,’ vindt Ashley Jackson van het Overseas Development Institute. ‘Die grote afhankelijkheid van lokale organisaties zou ook voor foute cijfers kunnen zorgen omdat veiligheidsincidenten niet meer allemaal worden gerapporteerd,’ zei ze aan IRIN.

Bij de 190 aanvallen in 2014 waren in totaal 329 hulpverleners betrokken. 120 mensen kwamen om, 88 geraakten gewond en 121 werden gekidnapt.

In Afghanistan kwamen veruit de meeste incidenten voor, gevolgd door Syrië, Zuid-Soedan, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Pakistan. Bijna 65 procent van de aanvallen vonden plaats in deze vijf landen, wat erop wijst dat het probleem zich vooral voordoet in een beperkt aantal extreem gevaarlijke gebieden.

Met meer dan een kwart van alle aanvallen staat Afghanistan opnieuw veruit bovenaan. De veiligheid in het land is achteruit aan het gaan sinds de buitenlandse troepen begonnen vertrekken in 2011. In april van dit jaar werden de lichamen van vijf gekidnapte lokale hulpverleners van Save the Children teruggevonden in de provincie Uruzgan. In juni schoten ongeïdentificeerde militanten nog negen Afghaanse werknemers van het Tsjechische People in Need dood.

Humanitarian Outcomes bracht alle informatie over geweld tegen hulpverleners samen in de Aid Worker Security Database. IRIN News ontwikkelde een interactieve kaart op basis van de data.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift