Salvadoranen eisen schadevergoeding voor burgeroorlog

Duizenden Salvadoranen zoeken nog altijd naar hun familieleden. Die raakten vermist tijdens de burgeroorlog. Onlangs kregen zes teruggevonden kinderen eindelijk hun graf. De nabestaanden eisen schadevergoeding.

Unfinished Sentences. (CC BY-NC-ND 2.0)

Processie met kaarsen aan het Internationaal Tribunaal in El Salvador ter ere van de slachtoffers van het gewapend conflict in El Salvador. Santa Maria. 2014

In een zee van namen van slachtoffers van de Salvadoraanse burgeroorlog, op een lange muur van zwart graniet, heeft Matilde Asencio (78) de naam van haar zoon Salvador gevonden. Ze plaatst een bloem en kaars aan de muur.

75.000 doden

Samen met haar man Macario Miranda (87) is ze aan de vooravond van Allerzielen naar het Monument voor de Herinnering en de Waarheid in San Salvador gekomen om hun zoon te herdenken. Hij werd in augustus 1988 opgepakt door het leger, sindsdien is hij vermist.

‘We leveren dit gevecht al bijna dertig jaar’, zegt Asencio. ‘We zijn al oud en ziek, maar we geven niet op, we doen voort tot ze ons zeggen wat ze met hem gedaan hebben.’

De burgeroorlog, die van 1980 tot 1992 duurde, kostte het leven aan naar schatting 75.000 mensen. Achtduizend Salvadoranen verdwenen.

Wetsvoorstel

Zoals Asencio en Miranda zijn er tientallen families naar de hoofdstad gekomen, om hun vermisten te herdenken, maar ook om gerechtigheid te eisen van de overheid.

Rechtse partijen weigeren hun steun voor een speciale wet omdat ze het als een voorstel van links zien.

Slachtoffer- en mensenrechtenorganisaties vragen dat er een speciale wet komt voor schadeloosstelling van de slachtoffers. Tot nog toe heeft de staat de slachtoffers nog niet vergoed, zeggen ze.

Het parlement neemt het wetsvoorstel nog niet in behandeling. De rechtse partijen weigeren hun steun omdat ze het als een voorstel van links zien.

Opgravingen

‘De bedoeling is dat burgers die hebben geleden tijdens de oorlog, het maakt niet uit aan welke kant, een schadevergoeding kunnen ontvangen’, zegt Sofía Hernández van het Comité voor Familieleden van Slachtoffers van Mensenrechtenschendingen Marianela García Villas.

In het voorstel is sprake van een Fonds voor Schadeloosstelling, een register van slachtoffers en verschillende symbolische en materiële maatregelen voor schadevergoeding. Slachtoffers en hun nabestaanden zouden een voorkeursbehandeling moeten krijgen in het onderwijs en in de gezondheidszorg en zouden subsidies en gunstige leningen moeten krijgen om een huis of grond te kopen.

De oprichting van een DNA-databank moet de identificatie van slachtoffers bij opgravingen mogelijk maken.

Doodgeschoten

‘Hun huizen zijn in brand gestoken, hun kinderen zijn verdwenen, zonder dat er enige schadevergoeding is gevolgd’, zegt Hernández.

Ze maakte het van dichtbij mee. In maart 1980 kwam een groep van de Guardia Nacional naar het gehucht San Pedro Aguascalientes, in de gemeente Verapaz, waar ze toen met haar familie woonde. ‘Mijn zwager was net de ossen aan het inspannen om water te halen. Ze hebben hem en twee neven doodgeschoten. Ze lagen dood op de patio van het huis.’

Van haar broer Juan Francisco Hernández werd het huis in brand gestoken. Enkele weken later werd hij opgepakt. Sindsdien werd niets meer van hem en twee neven vernomen.

Kinderen doodgeschoten

De nabestaanden vragen ook opheldering over de vele vermisten. Meer dan dertig jaar wist Calixta Melgar (57) niet waar haar zoon José Mauricio Menjívar was, of hij nog leefde of niet. Op 22 september kon ze hem eindelijk een christelijk graf geven, in Arcatao. ‘Nu weet ik waar hij begraven is, waar ik bloemen kan neerleggen. Mijn pijn is nu wat verlicht’, vertelt ze in tranen.

‘Nu weet ik waar hij begraven is, waar ik bloemen kan neerleggen. Mijn pijn is nu wat verlicht.’

José Mauricio was amper vijf in 1982 toen hij in koelen bloede gedood werd door soldaten, samen met vijf andere kinderen. Hun lichamen werden begraven op een onbekende plaats. Begin dit jaar werden ze opgegraven, op initiatief van de organisatie Pro-Búsqueda. Bij de identificatie kregen ze onder meer de hulp van het Argentijnse Team voor Forensische Antropologie (EAAF).

‘Behalve verdriet voel ik ook blijdschap omdat mijn kind niet langer verwaarloosd is’, vertelt Melgar net voor de begrafenis. ‘Het heeft me geholpen de wonden te helen.’ Tijdens de katholieke ceremonie worden zes kleine witte doodskisten voor het hoofdaltaar geplaatst.

Kinderen levend teruggevonden

Pro-Búsqueda heeft ondertussen 437 kinderen teruggevonden. 83 procent was nog in leven, zegt directeur Eduardo García.

De organisatie werkte daarbij samen met de Nationale Commissie voor de Opsporing van Vermiste Kinderen van het Binnenlands Gewapend Conflict, een overheidsinstantie. Enkele jaren geleden zou zo’n samenwerking ondenkbaar geweest zijn.

García merkt enige verandering in de houding van de overheid sinds de links FMLN in 2009 aan de macht kwam. ‘De regering toont zich duidelijk gevoeliger’, zegt García.

Toegang tot militaire archieven

Maar ze had nog meer kunnen doen. Bijvoorbeeld door toegang te geven tot de militaire archieven, die opheldering kunnen brengen over de zware mensenrechtenschendingen tijdens de oorlog.

‘Het leger weigert systematisch informatie vrij te geven die de gebeurtenissen kan ophelderen’

‘Het leger weigert systematisch informatie vrij te geven die de gebeurtenissen kan ophelderen, ook al is de opperbevelhebber (president Salvador Sánchez Cerén) links’, zegt García.

Bovendien ligt de overheid niet wakker van het thema. Pas nu begint justitie enkele zaken te onderzoeken, met mondjesmaat, naar eigen zeggen omdat ze geen middelen heeft. Ook heeft het parlement 30 augustus nog altijd niet erkend als Nationale Dag van de Vermisten.

LEES OOK

© Benoît Cros
Voormalig president Lula da Silva haalde met zijn maatregelen voor armoedebestrijding miljoenen Brazilianen uit de extreme armoede en wilde deze positieve ervaringen met andere ontwikkelingslanden
© FACTUM/Salvador MELENDEZ
De journalist Bryan Avelar bewees onlangs het bestaan van een netwerk binnen de Salvadoraanse politie dat extrajudiciële executies uitvoert.
Wikipedia user Ll1324 (cc: 0)
De regering van El Salvador moet meer doen om mensen die vluchten voor bendegeweld te helpen. Dat stelt VN-expert Cecilia Jimenez-Damary, na een bezoek aan het land.
© Koen Luyten
El Salvador is een van de onveiligste landen van de wereld. Minstens twintig procent van de bevolking woont in het buitenland.