Kameroen: spanningen tussen lokale bevolking en vluchtelingen CAR

In de Oostelijke Regio van Kameroen lopen de spanningen tussen de lokale bevolking en vluchtelingen uit de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) hoog op. De Kameroeners beschuldigen de vluchtelingen van criminele activiteiten en het opmaken van hun water, brandhout en eten. 

  • CC European Commission DG ECHO Vluchtelingen in Kameroen CC European Commission DG ECHO

De vluchtelingen zijn op hun beurt gefrustreerd over hun slechte leefomstandigheden en de onmogelijkheid om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze zeggen dat ze geen landbouwgereedschap krijgen, omdat hulporganisaties bang zijn dat ze dat als wapen zullen gebruiken tegen de lokale bevolking.

Clay-Man Youkoute, hoofd van het vluchtelingenkamp in Guiwa, zegt dat hulporganisaties de vluchtelingen hebben laten zien welk land ze mogen bewerken. “Maar als we kapmessen krijgen, zeggen ze, zullen we die gebruiken tegen de lokale bevolking. Dat is beledigend. We zijn in de struiken aan het werk gegaan met ongeschikt gereedschap, maar later mochten we er helemaal niet meer komen. De plaatselijke chief en de dorpsbewoners hebben ons weggejaagd. Ze zeggen dat het hun land is.”

Insecten en slangen

Rosaline Kusangi, moeder van drie kinderen, loopt elke dag vijf kilometer om in het bos wilde mango’s te zoeken. Die verkoopt ze op het marktplein in Guiwa. “Een boerderij beginnen kan hier niet. Dus ik ben van wild fruit afhankelijk om te overleven. Maar de dorpsbewoners vinden dat ik geen recht heb op het fruit omdat ik een vluchteling ben”, zegt Kusangi.

Guiwa huisvest ongeveer 1.500 vluchtelingen. Ze behoren tot de eerste stroom vluchtelingen uit de CAR na de staatsgreep in april 2013. Daarbij werd president François Bozizé afgezet. In mei 2013 begonnen de vluchtelingen hun kamp te verlaten vanwege de slechte leefomstandigheden. Ze gingen naar het dorp Guiwa. Momenteel zijn er zo’n 200.000 vluchtelingen uit de CAR in Kameroen.

Ook in Guiwa hebben de vluchtelingen het moeilijk. Ze leven in tenten die snel verslijten. Er is gebrek aan water en er is geen goede afvalverwerking. “We zitten hier al langer dan een jaar in oude tenten. In het droge seizoen is het erg heet en als het regent, lekt het. Bovendien kunnen er gemakkelijk insecten en slangen in de tenten komen”, zegt Jodel Tanga, een vluchteling.

Als gevolg van de slechte woonomstandigheden, namen infecties en malaria tijdens de eerste twee maanden van het regenseizoen toe. “Sinds de regen is begonnen, worden er dagelijks ongeveer tien mensen ziek. Ze krijgen malaria of maagklachten. De bronnen die gegraven zijn door de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) zijn opgedroogd of vervuild. We moeten twee kilometer lopen om water te halen”, zegt Juliana Manga, een vluchteling die zich heeft opgeworpen als gezondheidsassistent in het kamp.

Zorg krijgen gaat moeizaam, zegt ze. “Als we naar een kliniek gaan, zijn we altijd als laatste aan de beurt. De Kameroeners gaan voor. De zusters in het ziekenhuis maken beledigende opmerkingen en gebaren.” Manga klaagt ook dat de lokale scholen weigeren vluchtelingenkinderen toe te laten vanwege de beperkte ruimte in de klaslokalen.

Veiligheid

Het aantal vluchtelingen dat Kameroen binnenkomt vanuit de Centraal Afrikaanse Republiek, is gedaald van meer dan 10.000 per week eind februari tot 1000 nu. De toestroom heeft de meeste plaatsen in de Oostelijke Regio een ander gezicht gegeven. Volgens gemeenteraadslid Joseph Kwette uit Guiwa, maken plaatselijke bewoners zich sinds de komst van de vluchtelingen zorgen over hun veiligheid en inkomsten.

“Deze vluchtelingen waren ontevreden en hebben zich op agressieve wijze gevestigd in Guiwa, ondanks het feit dat de plaatselijke bevolking heeft geprobeerd hen terug te dringen naar de kampen bij de grens. Daarom zijn er nu nog steeds spanningen”, zegt hij.

De watervoorraden van de plaatselijke bevolking zijn sterk verminderd. Kinderen van dorpsbewoners moeten nu langer lopen om water en brandhout te halen. De cassaveknol, het meest geconsumeerde voedsel in de regio, is ook schaars geworden en verdubbeld in prijs.

“In de vluchtelingenkampen is te weinig water. En de ontbossing door vluchtelingen bedreigt de voedselzekerheid van de inwoners van Guiwa. Ook zij zijn afhankelijk van bosvruchten en water om te overleven. De prijzen van producten zijn gestegen en er wordt veel gestolen”, zegt Kwette.

Volgens de politiecommandant in het dorp zijn de criminele activiteiten in het afgelopen jaar toegenomen. Vluchtelingen worden ervan beschuldigd achter een recente reeks gewapende overvallen te zitten en verantwoordelijk te zijn voor de groei van de sekshandel.

Gijzeling

In januari gijzelden vluchtelingen twee hulpverleners van de Verenigde Naties om de aandacht te vestigen op het gebrek aan hulp. Begin mei ontvoerde een groep gewapende mannen uit de CAR achttien burgers die door Oost-Kameroen reisden.

De vluchtelingen beweren dat ze eenvoudig slachtoffer zijn van de omstandigheden en dat hen het basisrecht om vrij te bewegen wordt onthouden. “We worden gezien als criminelen omdat we geen identiteitspapieren hebben. De politie discrimineert ons. Veel vluchtelingen zitten vast in de Bertoua-gevangenis, alleen omdat ze probeerden werk te zoeken in de stad”, zegt Youkoute, het hoofd van het vluchtelingenkamp in Guiwa. “We hebben geen papieren waar op staat dat we door de UNHCR geregistreerde vluchtelingen zijn.”

Hulporganisaties in Kameroen noemen de huidige situatie een noodsituatie en vragen om meer hulp. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn de gezondheidsfaciliteiten sterk onderbezet en ontbreekt het aan water en elektriciteit. Hulpverleners ter plaatse kunnen hun werk niet aan en de medicijnen raken op.

De voedselopslagplaatsen van het VN-Voedselprogramma raken leeg en er is dringend geld nodig om meer voedsel en voedingssupplementen te kopen voor ondervoede kinderen. “Alles is hier nodig”, zegt Faustian Tchimi, directeur van het Rode Kruis in de Oostelijke Regio in Kameroen. “Maar het meest dringend zijn huisvesting, voedsel en gezondheidszorg.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift