Stateloze Rohingya krijgen tweede kans op kale rots

De Verenigde Naties starten een onderzoek naar de vervolging en misbruiken van Rohingya door Myanmarese militairen. 70.000 Rohingya zijn naar Bangladesh gevlucht, maar daar zijn ze niet welkom. De Bengalese regering denkt aan een onderkomen op een kaal eiland in de Golf van Bengalen. 

  • Mathias Eick, EU/ECHO (CC BY-ND 2.0) Een vluchtelingenkamp voor Rohingya in de buurt van Sittwe in Myanmar, is enkel bereikbaar per boot (foto uit 2013) Mathias Eick, EU/ECHO (CC BY-ND 2.0)

Het was nog donker toen de opstandige groep in actie kwam. Met een paar honderd waren ze, gewapend met werktuigen en een paar pistolen. Die ochtend werden drie politieposten aangevallen, de symbolen van onderdrukking.

De opstandelingen waren Rohingya, een moslimminderheid in het westen van Myanmar, die de discriminatie niet langer machteloos wilden ondergaan. Op die dag, 9 oktober, vielen 17 doden. Tientallen wapens werden buitgemaakt.

Niet erkend als burgers

Voor het eerst kreeg het leger, of Tatmadaw, te maken met gewapend verzet van de Rohingya. Dit was het begin van een nieuwe fase in de getroebleerde geschiedenis van Rakhine, een deelstaat in Myanmar waar de moslimminderheid al 50 jaar te maken heeft met discriminatie en vervolging.

De Rohingya worden beschouwd als indringers uit Bangladesh, ook al wonen ze sinds eeuwen in Myanmar.

Rohingya, afstammelingen van Arabische handelaars, worden door de staat niet als burgers erkend en zijn dus stateloos. Ze worden beschouwd als indringers uit Bangladesh, ook al wonen ze sinds eeuwen in Myanmar.

De Tatmadaw reageerde furieus op de aanval. Het gebied aan de grens met Bangladesh werd hermetisch afgesloten. Dertig dorpen werden platgebrand in wat een “opruimactie” wordt genoemd en al een half jaar duurt. Verkrachtingen, martelingen en moorden op grote schaal door de Myanmarese veiligheidstroepen zijn dagelijkse kost.

Aung San Suu Kyi

Myanmar genoot een golf van goede wil en ongeziene buitenlandse hulp sinds Aung San Suu Kyi en haar partij (de Nationale Liga voor Democratie) aan de macht kwamen in 2015. Sancties werden opgeheven na het einde van 50 jaar militaire dictatuur. Maar de wittebroodsweken zijn voorbij.

Er hangen beschuldigingen van genocide in de lucht, een serieuze blaam voor een Nobelprijslaureaat voor de Vrede.

In het binnenland begint het volk te morren over de slabakkende economische en politieke hervormingen. Internationaal krijgt Suu Kyi kritiek over het militaire ingrijpen. Er hangen beschuldigingen van genocide in de lucht, een serieuze blaam voor een Nobelprijslaureaat voor de Vrede.

Volgens de Verenigde Naties (VN) zouden er mogelijk misdaden tegen de menselijkheid gepleegd zijn. Afgelopen vrijdag beslisten de VN om een onderzoekscommissie naar Myanmar te sturen. Aung San Suu Kyi moet nu ofwel het machtige leger op de zenuwen werken, ofwel tegen de kritiek van de bezorgde internationale gemeenschap ingaan.

Economische ontwikkeling

In Myanmar heeft het burgerlijk bestuur geen zeggenschap over de Tatmadaw. Militairen kunnen vrij opereren zonder inmenging van de regering of het parlement. Dat maakt elke controle moeilijk. Maar Myanmar heeft buitenlandse investeerders nodig voor de beloofde economische ontwikkeling.

Het geweld in Rakhine schrikt (vooral westerse) bedrijven af die geen imagoschade willen oplopen. Want zaken doen in Myanmar is moeilijk zonder de Tatmadaw, dat na 50 jaar dictatuur een conglomeraat aan bedrijven heeft verzameld en nog steeds de Myanmarese economie domineert.

Het leger heeft de laatste jaren veel toegevingen gedaan in ruil voor economische ontwikkeling, een commercieel voordeel voor het lucratieve zakenimperium. De boodschap die de militairen nu geven met hun strafexpeditie in Rakhine is dat ze hun bevoordeelde positie zullen verdedigen met alle middelen die ze hebben.

Weggejaagd uit Myanmar, niet welkom in Bangladesh

Ondertussen gaat het geweld door. Het afgelopen half jaar zijn 100.000 Rohingya uit Rakhine weggevlucht, waarvan 70.000 naar Bangladesh. Volgens een schatting van de VN huisvest Bangladesh tussen de 300.000 en de 500.000 Rohingya, het gevolg van decennia religieus geweld in Rakhine.

De Bengalese regering raadt het af om hulp te geven aan Rohingya.

Maar Bangladesh was nooit vragende partij om medemoslims op te vangen. De Bengalese regering raadt het af om hulp te geven aan Rohingya. De vrees om nog meer Rohingya aan te trekken, zit er diep in.

Het gevolg is dat Rohingya eindigen in troosteloze kampen zonder voorzieningen of voedsel. Het leven is er hard. Sommige gezinnen eten maar één keer per dag. In het vluchtelingenkamp in Balukhali staan 2000 hutten, er zijn geen ziekenhuizen of scholen. De toiletten werden nog maar pas geïnstalleerd. Naar schatting 2000 vluchtelingen stierven door ondervoeding, malaria en diarree en er wordt gevreesd voor een cholera-epidemie.

Kale rots

De vluchtelingen zijn niet in de stemming voor een snelle terugkeer. De ellende en ontbering is nog altijd beter dan het geweld in Myanmar. In Bangladesh lijden ze in vrede.

De Bengalese regering heeft een nieuwe oplossing voor het vluchtelingenprobleem bedacht. Het wil tienduizenden Rohingya onderbrengen op een afgelegen eilandje in de Golf van Bengalen. Maar die kale rots is onbewoonbaar en overstroomt tijdens het regenseizoen. Hulporganisaties waarschuwen voor een nieuwe golf vluchtelingen in gammele bootjes.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift