Wereldbank financiert steenkoolcentrales alsof klimaatverandering sprookje is

Enkele internationale ngo’s, waaronder 11.11.11, publiceren vandaag een rapport waaruit blijkt dat de Wereldbank op grote schaal steenkoolcentrales en andere schadelijke projecten financiert. België levert een van de 25 directeuren van de Wereldbank en vroeg om uitleg. 

  • (c) Joe Athialy (c) Joe Athialy
  • (c) Joe Athialy (c) Joe Athialy
  • (c) Joe Athialy (c) Joe Athialy

De financiering van de steenkoolprojecten gebeurt via de International Finance Corporation, de dochter van de Wereldbank die geld leent aan de private sector. Die IFC steunt de steenkoolprojecten via zijn ondoorzichtige steun aan commerciële banken, private aandelenfondsen en andere financiële structuren. Concrete namen en gegevens vind je daarover niet op de site van de Wereldbank maar via financiële persagentschappen kwam men wel aan de gegevens.

‘Het is schandalig hoe de IFC verbergt waar zijn investeringen uiteindelijk belanden. De enige manier om ze te vinden is om dure financiële gegevensbanken te gebruiken en die met veel moeite te onderzoeken. Daardoor bevinden ze zich buiten het bereik van de meeste gemeenschappen’, zegt Pol Vandevoort, verantwoordelijk voor internationale financiële instellingen bij 11.11.11.

Op basis van een heel gedeeltelijke zoektocht telde men alvast 91 projecten die schadelijk zijn voor mens en milieu, waarvan een groot deel steenkoolprojecten.  De 41 steenkoolprojecten die het onderzoek achterhaalde, staan samen voor niet minder dan 56.137 MW nieuwe steenkoolcapaciteit.

Geen controle meer

Nochtans heeft de voorzitter van de Wereldbank, Jim Yong Kim, zich krachtig uitgesproken over de gevaren van nieuwe steenkoolprojecten: ‘Indien Azië zijn steenkoolplannen uitvoert, dan denk ik dat het voorbij is.’ Waarmee hij bedoelde dat de klimaatverandering dan dramatische proporties zal aannemen en dat de wereld er dan niet in zal slagen om de temperatuurstijging slechts tot twee graden te beperken, zoals voorzien in de klimaatakkoorden.

In 1999 raasde een enorme orkaan over de Indiase deelstaat Orissa. Rabindra Majhi verloor toen alles wat hij had: ‘Onze huizen en oogsten werden vernietigd. We kwamen om van honger’, zegt hij. Op dat moment kreeg hij, samen met 2500 andere dorpelingen, een aanbod om zijn grond te verkopen aan het staatsbedrijf Indian Oil Corporation. De prijzen lager onder de marktwaarde, maar het was een aanbod dat Majhi en anderen niet konden weigeren. De opbrengst volstond om een nieuw huisje te bouwen en eenmaal de raffinaderij in werking zou zijn, was Rabindra werk beloofd. De raffinaderij werd pas dit voorjaar functioneel, en premier Modi herhaalde de belofte op werk nog eens. Maar Rabindra heeft nog steeds geen baan. Hij heeft wel last van de lucht-, land- en watervervuiling die zelfs landbouw stilaan onmogelijk maakt in de omgeving. De Indian Oil Corporation had vorig jaar 67 miljard dollar inkomsten, maar dat belette haar niet om te profiteren van leningen die verstrekt werden door banken die op hun beurt gefinancierd werden door IFC.  ‘Ik wil dat de Wereldbank naar hier komt om te zien wat er werkelijk aan de hand is in Orissa’, zegt Mahji. ‘Ze moeten weten wat er met hun geld gebeurt. Als ze dit hier zien, zouden ze wel eens gaan nadenken hoe ze de mensen recht kunnen doen.’ (uit Outsourcing Development, een uitgavn van IDI, 11.11.11, Urgewald, BIC en Accountability Counsel.)

De Wereldbank had in 2013 trouwens een moratorium afgekondigd op investeringen in steenkoolprojecten. Dan is het dubbel pijnlijk dat de zoektocht van de ngo’s meteen leidde naar steenkoolprojecten in India en Bangladesh -  landen waar de impact van de klimaatverandering letterlijk tientallen miljoenen mensen bedreigt.

Vroeger had IFC meer vat op de projecten die het financierde, omdat het rechtstreeks leende aan industriële projecten en bedrijven. Tussen 2011 en 2015 leende het evenwel 35 miljard euro aan financiële instellingen die dat geld kennelijk investeerden zonder veel toezicht van de Wereldbank.

‘De IFC beweert dat ze via haar leningen aan de financiële sector kleine ondernemingen helpt om toegang te krijgen tot krediet en zo bijdraagt tot een vermindering van de armoede. Ons onderzoek toont evenwel dat de IFC-tussenpersonen de Wereldbankfondsen gebruiken om sommige van de grootste en meest schadelijke bedrijven ter wereld te financieren,’ zegt David Pred, directeur van IDI.

Het onderzoek van IDI toont aan dat sommige projecten en bedrijven, die gefinancierd werden via de IFC-klanten, tienduizenden mensen van hun land hebben verdreven. Ze hebben bijgedragen tot klimaatverandering en de vervuiling van oceanen en rivieren. Bij de uitvoering van de projecten werd kinderarbeid ingezet en bedreigde diersoorten werden verder afgeslacht.

En in sommige gevallen werden bewoners of andere betrokkenen die zich verzetten tegen deze projecten gevangen gezet, gefolterd of zelfs vermoord. Dat laatste overkwam op 1 juli dit jaar Gloria Capitan in de Filipijnen. Ze verzette zich tegen een plaatselijke steenkoolcentrale en steenkoolopslag. Capitan was voorzitster van de Philippine Movement on Climate Justice, een partnerorganisatie van 11.11.11, en werd vermoord voor de karaokebar die ze uitbaatte in Mariveles, Centraal-Luzon.

Geen steenkool? Toch steenkool!

Het onderzoek van Inclusive Development International, 11.11.11 en enkele andere organisaties brengt aan het licht dat enkele projecten die al jarenlang controversieel waren ook een beroep konden doen op IFC-Wereldbank-financiering.

In het rapport “Disaster for us and the planet”: How the IFC is quietly funding a coal boom beschrijven de organisaties onder andere de gevolgen van de 1200 MW-steenkoolcentrale in Mahan, in de Indiase deelstaat Madhya Pradesh. De centrale is eigendom van Essar en dat bedrijf kreeg herhaaldelijk financiering voor de centrale van twee grote Indiase banken, ICICI en IDFC, die op hun beurt aanzienlijke financiering ontvingen van IFC ‘

(c) Joe Athialy

 

Gedurende de duur van het project van de steenkoolcentrale in Mahan verkreeg Essar in totaal zo’n 1,6 miljard euro aan financiering, onder andere van ICICI en IDCF. Een ander bedrijf, Hindalco, opende bovendien een steenkoolmijn in de buurt om de centrale te bevoorraden. Ook die mijn kreeg financiering van banken (Axis en Yes Bank) die op ruimhartige financiering vanuit IFC konden rekenen. Zowel de centrale van Essar als de mijn van Hindalco kregen de goedkeuring van de Indiase regering, ook al bleek uit onderzoek van verschillende organisaties, onder andere Greenpeace, dat de mijn alleen al 50.000 mensen van hun grond zou verjagen.

In 2014 gingen de omwonenden over tot protesten, waarbij velen in de gevangenis belandden. Toch behaalden ze een succes: de regering schrapte de Hindalco-mijn. Essar kocht daarop de exploitatierechten op een steenkoolreserve van de Toksiudmijn in de naburige deelstaat Jharkhand. 1200 mensen werden daardoor van hun grond verjaagd . Ook voor het Toksiud-project kon Essar rekenen op ICICI-financiering.

Grootste mangrovewoud bedreigd

In Bangladesh blijkt de Rampal-centrale eveneens ondersteund te zijn met IFC-middelen. Rampal is een steenkoolcentrale 1360 Megawatt, die gebouwd wordt door de Indiase National Thermal Power Corporation. De centrale, die dagelijks 220 miljoen liter water nodig heeft, staat op de rand van de Sundarbans, een uniek mangrovegebied dat essentieel is voor de opvang van cyclonen en andere extreme weerfenomenen in het laaggelegen Bangladesh.

Twee miljoen Bengalezen en Indiërs zijn voor hun inkomen afhankelijk van het 6200 vierkante kilometer grote natuurgebied. Natuurverenigingen vrezen dat de combinatie van watergebruik en–vervuiling met luchtvervuiling de mangovewouden ernstig zullen schaden. Een detail: een mangrovewoud slaat vijf keer meer CO2 op dan een tropisch oerwoud.

Zowel de Wereldbank als Crédit Agricole, BNP Paribas en Societé Générale weigerden de centrale te financieren, terwijl het Noorse staatsfonds het Indiase moederbedrijf op de zwarte lijst plaatste. Zes banken, die tussen 2005 en 2014 520 miljoen dollar financiering ontvingen van IFC, zorgden wel voor de miljarden die nodig waren om de steenkoolcentrale te bouwen: ICICI, HDFC, IDFC, Kotak Mahindra, Yes en Axis.

(c) Joe Athialy

 

Steenkoolexplosie in Filipijnen

‘We hebben diverse tekorten, in onze aanpak in het verleden erkend en zijn ervan overtuigd dat onze huidige aanpak een verbetering inhoudt van onze aanpak van sociale en ecologische risico’s,’ schreef IFC aan Inclusive Development International in mei. De organisatie is daarvan echter niet overtuigd, en verwijst daarvoor onder andere naar de steenkoolboom in de Filipijnen. In 2015 alleen al keurde de regering in Manilla 25 nieuwe steenkoolcentrales goed. In twintig van die projecten werd geïnvesteerd door twee banken die konden rekenen op financiële inbreng van IFC: Rizal en BDO Unibank.

Wie verzet aantekent tegen deze projecten, weet best dat ze niet alleen opgezet werden door de vorige regering, maar ook verdedigd worden door huidig president Duterte. Maar ook voordat Duterte aan de macht kwam, was protest een levensgevaarlijke zaak in de Filipijnen. In 2015 werden niet minder dan 33 milieu-activisten vermoord.

Gloria Capitan, de vermoorde partner van 11.11.11, verzette zich tegen drie energieprojecten in haar provincie Bataan, waarvan er twee eigendom waren van San Miguel Power. De betrokken bedrijven en de projecten bleken volgens het onderzoek van de ngo’s te kunnen beschikken over honderden miljoenen dollars in financiering via Rizal en BDO Unibank, die op hun beurt mee gefinancierd werden door IFC.

In Outsourcing Development: Lifting the Veil on the World Bank Group’s Lending Through Financial Intermediaries, een korte samenvatting van het onderzoek, kondigen de ngo’s voor de komende maanden ook rapporten aan over de banden die IFC heeft met grote projecten van landgrabbing in Afrika – waarbij onder andere verwezen wordt naar  grote agroprojecten in Gabon, Mozambique en Ethiopië. In de Zuidoost-Aziatische landen Vietnam en Cambodja is de IFC dan weer betrokken bij grote waterkrachtprojecten waarvoor honderdduizenden mensen van huis en land verdreven werden.

Wereldbank onderzoekt de aantijgingen 

Gevraagd om een reactie op de beschuldigingen zegt Frans Godts, de Belgische directeur bij de Wereldbank, dat de IFC elk van de beschuldigingen grondig onderzoekt. ‘Dit is te ernstig om zomaar te reageren. Ik wacht op de analyse van de IFC.’

In een algemene verklaring heet het dat de IFC een van ’s werelds grootste financiers van hernieuwbare energieprojecten in ontwikkelingslanden is. Sinds de klimaatgevolgen van zijn investeringen in kaart brengt, investeerde de IFC meer dan 12 miljard euro in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, duurzame landbouw en groene gebouwen.  IFC maakt gebruik van financiële tussenpersonen om hoognodig krediet te geven aan miljoenen individuen en KMO’s die het niet direct kan gebruiken. Leningen aan die tussenpersonen mogen niet gebruikt worden voor steenkoolprojecten. Andere financiële instrumenten zijn niet helemaal waterdicht, aldus nog de Wereldbank.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur