Tegen 2030 zal een kwart van de Chinese mannen nooit getrouwd geraken

Tekort aan vrouwen in China leidt tot bruidenhandel

CC UN Women/Stuart Mannion / IPS

Aung Ja* was 18 jaar toen ze door een vrouw in Myanmar verkocht werd aan China. Ze werd gered in 2017 en neemt vandaag deel aan een VN-vrouwenprogramma om te wijzen op de gevaren van bruidenhandel.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch wijst in een recent rapport op een groeiend fenomeen waarbij vrouwen en meisjes uit Myanmar verkocht worden aan China, vaak enkel met de bedoeling om voor een nakomeling te zorgen. De één-kind-politiek heeft in China geleid tot een tekort van 30 tot 40 miljoen vrouwen in de huwbare leeftijd.

In het rapport staan verschillende voorbeelden van meisjes, afkomstig uit de regio’s Kachin en Shan in Myanmar, die werden verhandeld en ingezet voor seks in China. Human Rights Watch (HRW) klaagt ook aan dat de politie amper optreedt tegen dit onrecht.

Hulp geblokkeerd

“Myanmarese en Chinese autoriteiten kijken weg terwijl gewetenloze mensenhandelaars vrouwen en meisjes uit Kachin overleveren aan gevangenschap en onmenselijk misbruik”, zegt Heather Barr van HRW, de auteur van het rapport.

“Het gebrek aan kansen en de afwezigheid van basisrechten, maken deze vrouwen tot een gemakkelijke prooi. De mensenhandelaars hebben weinig politioneel optreden te vrezen, noch aan de ene, noch aan de andere kant van de grens.”

“Het gebrek aan kansen en de afwezigheid van basisrechten, maken deze vrouwen tot een gemakkelijke prooi. De mensenhandelaars hebben weinig te vrezen aan beide kanten van de grens”

Al veertig jaar heerst er onrust en conflict in Kachin en in de noordelijke provincie Shan. Dat heeft ertoe geleid dat veel mensen wegtrekken; zij die overblijven moeten vechten om te overleven.

Humanitaire hulp wordt veelal geblokkeerd door de overheid van Myanmar, vluchtelingen leven in opvangkampen waar vaak voedselschaarste heerst en het aanhoudende en soms hevig opflakkerende conflict heeft veel gezinnen tot aan de rand van de wanhoop gedreven.

De mannelijke gezinsleden nemen vaak deel aan de gevechten, waardoor vrouwen de enige kostwinnaar zijn. Zij hebben in de meeste gevallen weinig andere mogelijkheden dan werk te zoeken over de grens, in China. Niet zelden worden ze door mensenhandelaars, onder valse voorwendselen, gelokt naar een baan over de grens.

“Zij die in kampen terechtkomen, hebben geen geld of bezittingen. Vooral vrouwen en meisjes moeten hiervoor de prijs betalen”, zegt een medewerker van Kachin Women’s Association (KWA) die slachtoffers van mensenhandel bijstaat.

Verkocht door eigen familie

Bij een andere activist uit Kachin horen we een gelijkaardig geluid: “Vroeger zochten de ronselaars vooral in de families die het financieel moeilijk hebben, nu hebben ze hun blik gericht op de kampen. Het is een betere plek om kwetsbare mensen te vinden. Vaak worden ze opgepikt door een kennis.”

HRW ontdekte dat van de 37 overlevende slachtoffers die ze konden interviewen, 15 gerekruteerd werden door vrienden en 12 door een verre kennis. Nog eens zes andere meisjes werden verhandeld door een lid van de eigen familie.

De meeste slachtoffers van mensenhandelaren werden verkocht voor een prijs tussen 3000 en 13.000 dollar. Eens afgeleverd werden de meisjes opgesloten en herhaaldelijk verkracht, vaak tot ze zwanger werden.

Nadat ze het conflict in Kachin ontvluchtte kwam de 16-jarige Seng Moon terecht in een kamp voor interne ontheemden. Ze ging in op het aanbod voor een baan als kokkin bij haar schoonzuster in de Chinese provincie Yunnan.

In de auto kreeg Seng Moon door de schoonzus een middel toegediend dat haar zogezegd preventief zou beschermen tegen wagenziekte. Ze vertelde aan HRW dat ze na de toediening meteen in slaap viel en wakker werd met gebonden handen bij een Chinese familie.

“Mijn schoonzuster leverde me over aan die familie. Ze sloten me op in een kamer en telkens als de Chinese man me een maal bracht, werd ik verkracht”, getuigt ze in het rapport.

Na enkele maanden kreeg ze te horen dat ze getrouwd was met de Chinese man die haar bleef misbruiken. Toen Seng Moon zwanger was en een baby ter wereld had gebracht zei haar echtgenoot dat niemand haar zou tegenhouden als ze terug naar huis wilde gaan. “Maar mijn baby kan je niet meenemen”, sprak hij.

Na twee jaar slaagde Seng Moon erin om te ontsnappen, samen met haar zoontje.

Schaamte

Andere overlevenden getuigden dat ze verplicht werden om terug te keren en hun kinderen moesten achterlaten. HRW heeft minstens acht meisjes geïnterviewd die getuigden dat ze ergens in China een kind hebben.

Sommige andere meisjes moesten naast “bruid” zijn ook hard werken in het gezin waar ze terechtkwamen.

Ja Seng Nu werd een jaar vastgehouden op een watermeloenplantage in de buurt van Shanghai. Ook zij werd opgesloten in een kamer en elke nacht verkracht door de zoon van de eigenaar van de plantage, omdat hij “zo snel mogelijk een kind wilde.”

Gedurende die hele periode moest ze ook vroeg opstaan, ontbijt maken voor de arbeiders van de plantage en helpen op de velden.

De meisjes die konden ontsnappen hebben nu af te rekenen met psychologisch letsel en trauma. Ze schamen zich ook en worden vaak gestigmatiseerd in hun eigen gemeenschap.

“De meeste slachtoffers vergaat het niet goed”, zegt een medewerker van KWA. “De vrouwen staren maar wat voor zich uit. Ze durven niet naar buiten komen en willen hun gezicht niet tonen. Ze voelen zich schuldig omdat ze verhandeld werden.”

Een van de redenen achter de praktijk van vrouwenhandel is het tekort aan vrouwen in China.

Het huidige 30 tot 40 miljoen ‘tekort’ aan vrouwen is een gevolg van de één-kind-politiek die heeft geleid tot een overwaardering van mannelijke nazaten.

Volgens de Chinese overheid werden er tussen 1996 en 2000 120 jongens per 100 meisjes geboren. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is de normale geboorteverhouding 105 jongens voor 100 meisjes.

Het huidige 30 tot 40 miljoen ‘tekort’ aan vrouwen is een gevolg van de één-kind-politiek die heeft geleid tot een overwaardering van mannelijke nazaten. Het onevenwicht heeft vandaag als gevolg dat veel Chinezen geen vrouw vinden. Naar schatting zal tegen 2030 een kwart van de Chinese mannen nooit getrouwd geraken.

Naast de talrijke bewijzen die HRW aanhaalt voor de mensenhandel, klaagt de organisatie ook het gebrek aan daadkracht aan om vrouwenhandel te voorkomen.

Zowel in Myanmar als in China blijkt volgens het HRW-rapport dat de politie een oogje dichtknijpt als het op vrouwenhandel aankomt. In sommige gevallen werd ook hulp geweigerd of werd er geld voor gevraagd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift