Kan je van vrijwillige terugkeer spreken als opvanglanden het leven van Syriërs steeds moeilijker maken?

‘Het is nog te vroeg en te gevaarlijk om terug te keren naar Syrië’

© EU 2016 - EP (CC BY-NC-ND 4.0)

 

Deze week vond, onder de gezamenlijke vleugels van de Europese Unie en de Verenigde Naties, de derde Brusselse Syriëconferentie plaats. De focus lag zowel op de oproep tot meer financiële steun aan de regio rond Syrië als op het remobiliseren van de internationale gemeenschap voor een politieke oplossing voor het conflict dat zijn negende jaar ingaat. Terwijl de internationale donoren een bedrag van 6,75 miljard aan humanitaire steun beloven op tafel te leggen, belandde de oproep voor een politieke oplossing naast de tafel.

Dat is niet geheel verwonderlijk, wetende dat binnen de EU zelf geen consensus meer is voor die politieke oplossing. Met name de vraag of en hoe men verder wil met de Syrische president Bashar al-Assad, verdeelt de Europese Unie — die officieel wel vasthoudt aan doorlopende sancties tegen het Syrische regime. Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk blijven zich verzetten tegen de legitimering van Assad, en eisen in de eerste plaats dat het regime de duizenden politieke gevangenen vrijlaat en amnestie verleent aan de oppositie. Maar andere landen, waaronder Polen, Oostenrijk, Hongarije en Italië staan niet afkerig tegenover samenwerking met Assad.

‘Terugkeer kan ook zonder politieke oplossing’

Hoe dan ook, de hoge vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini ziet een duurzame politieke oplossing enkel mogelijk als de vredesonderhandelingen vanuit Genève worden geleid. Mogherini drukte erop dat die oplossing niet over machtspolitiek maar in de eerste en laatste plaats over mensen moet gaan.

De Europese buitenlandminister refereerde ook naar waar het volgens velen in de wandelgangen van de conferentie ècht om te doen zou zijn: de terugkeer van de vele Syrische vluchtelingen, zowel binnen als buiten de Syrische grenzen. ‘Terugkeer moet vrijwillig, veilig en waardig zijn’, zei Mogherini, ‘en de EU zal helpen om de voorwaarden daaraan verbonden mee te bewerkstelligen.’ Maar ze voegde ook toe dat Europa Syriërs, die willen terugkeren nog voor een stabiele politieke transitie is geïnstalleerd, niet zal tegenhouden.

De belangrijkste opvanglanden in de regio — Libanon, Jordanië en Turkije, die, samen met Egypte en Irak, 5,7 miljoen Syrische vluchtelingen opvangen — lijken alvast niet te willen wachten op een politieke oplossing. Daarover is met name Michel Aoun, de president van Libanon — samen met Jordanië het land met het hoogste aantal vluchtelingen per capita — zeer duidelijk. Hij heeft in het voorbije jaar geen gelegenheid voorbij laten gaan om te zeggen dat Libanon blijft inzetten op een terugkeer voor Syrische vluchtelingen naar veilige regio’s in Syrië, ook als er nog geen stabiele politieke oplossing is.

Hoe vrijwillig is vrijwillig?

‘Als we de media, politici en VN-hulporganisaties moeten geloven, lijkt elke Syriër te willen terugkeren naar Syrië’, vertelt Rouba Mhaissen van Sawa, een van de vele Syrische hulporganisaties die in Brussel aanwezig waren. ‘Dat is op de lange termijn zeker waar — wie wil nu niet terug naar zijn geboortegrond. Maar men vergeet daaraan toe te voegen: indien een hele lijst aan voorwaarden is vervuld.’

‘Wat betekent “vrijwillig” als je weet dat de pushfactoren voor vluchtelingen om terug te keren almaar zwaarder wegen?’

Sawa, actief in Libanon, steunt de oproep van Syrian Voices for the Displaced, een collectief van meer dan 150 Syrische middenveldorganisaties. Dat collectief roept op tot een moratorium op elke vorm van gedwongen, georganiseerde of zelfs ondersteunde vorm van terugkeer voor Syrische vluchtelingen naar hun herkomstland.

‘Er is een internationale consensus, gedragen door de VN en internationale hulporganisaties, om te werken aan een strategie voor terugkeer die — ik herhaal — veilig, waardig en vrijwillig moet zijn. Goed, maar wat betekenen die drie woorden als je weet dat voorbarige terugkeer kan leiden tot illegale en onveilige omstandigheden, geweld, nieuwe trauma’s en uiteindelijk een nieuw vluchtverhaal? Wat betekent “vrijwillig” als je weet dat de pushfactoren voor vluchtelingen om terug te keren almaar zwaarder wegen?’

Er is enerzijds de sterk groeiende tegenkanting bij de publieke opinies in opvanglanden tegenover de grote aantallen vluchtelingen. Nog belangrijker als pushfactor is echter de almaar moeilijkere leefsituatie van vluchtelingen in de opvanglanden. Rouba Mhaissen verwijst naar de talrijke rapporten van lokale en internationale hulporganisaties over de verdere achteruitgang van levensomstandigheden van Syrische vluchtelingen, in de eerste plaats in Libanon. De feiten spreken voor zich, zijn bekend maar worden te weinig benadrukt: gebrek aan een wettelijk verblijfsstatuut, geen toegang tot werk, onderwijs, gezondheidszorg, en dramatisch hoge armoedecijfers.

Effectieve terugkeer is een feit

Ook in Turkije en Jordanië worden de levensomstandigheden en de toegang voor Syrische vluchtelingen tot economische vooruitzichten en onderwijs steeds moeilijker. ‘Resultaat: mensen vertrekken. We zien mensen vertrekken omdat ze door hun spaargeld heen zijn’, zegt Stefano Severe, die in Jordanië de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) vertegenwoordigt.

‘Onderzoek in de vijf opvanglanden in de regio wijst uit dat 85 procent van de Syrische vluchtelingen niet meteen wil terugkeren’

Ook in Jordanië, een land dat nochtans bekend staat als het meest stabiele onderkomen voor Syrische vluchtelingen, is 57 procent van de Syriërs werkloos. 80 procent van de vluchtelingen die buiten de opvangkampen leven, leven er onder de armoedegrens. ‘Maar wat we begrijpen is dat mensen pas de stap zetten als ze naar hun familie kunnen terugkeren en als de omstandigheden thuis relatief veilig zijn.’

In 2018 keerden 56.047 door UNHCR geregistreerde vluchtelingen vanuit de vijf opvanglanden in de regio vrijwillig terug naar hun herkomstland. 8070 daarvan vertrokken vorig jaar uit Jordanië, vooral uit de hoofdstad Amman.

‘Maar die cijfers zijn moeilijk in te schatten. Je moet immers ook incalculeren dat de grenspost Jaber (de voornaamste grenspost tussen Syrië en Jordanië, td) in oktober vorig jaar, na drie jaar, opnieuw werd geopend. Dat heeft zeker een invloed gehad. Zo vertrokken in januari 2019 alleen al 3805 mensen uit Jordanië (meer dan het dubbele van de aantallen Syriërs die uit Turkije en Libanon vertrokken, td).’

Stefano Severe verwijst ook naar de onderzoeken van UNHCR in de vijf opvanglanden die uitwijzen dat 85 procent van de Syrische vluchtelingen in het volgende jaar nog niet wil terugkeren. Voor Syriërs in Jordanië ligt dat getal nog hoger: slechts vijf procent van de ondervraagde Syriërs heeft de intentie om in 2019 terug te keren.

Wie coördineert terugkeer?

Uit een rapport van 11.11.11, in samenwerking met de Libanese organisatie Basmeh&Zeitooneh, blijkt dat Syriërs in Libanon een groeiend wantrouwen hebben tegenover de internationale gemeenschap en de VN. Door de dalende hulp van de internationale gemeenschap groeit bij Syriërs het idee dat diezelfde gemeenschap hen op korte termijn gedwongen wil terugsturen naar hun herkomstland dat nog steeds oorlogsgebied is.

In Libanon opende Hezbollah negen terugkeercentra — ‘zwarte dozen’ volgens hulporganisatie Sawa.

Dat wantrouwen zet zich ook gericht door naar de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. ‘Het feit dat UNHCR aanwezig is aan de Syrische-Libanese grens om officiële terugkeer te monitoren als informele waarnemer, verwart de vluchtelingengemeenschappen’, zegt Rouba Mhaissen. ‘Ze maken het onderscheid niet tussen de rol van waarnemer, coördinator of facilitator.’

Bovendien zorgt ook het regionale hulpplan dat de VN en internationale hulporganisaties — of het 3RP — einde 2018 lanceerden, voor verwarring. Met het 3RP (Regional Refugee & Resilience Plan) wil de internationale hulpgemeenschap duurzame oplossingen bieden voor de blijvende impact van de Syriëcrisis op de regio. Eén van de strategieën binnen het plan omvat (vrijwillige, veilige en waardige) terugkeer.

‘Dat klopt’, zegt Severe. ‘We faciliteren of coördineren niet de terugkeer, laat dat duidelijk zijn. Voor Jordanië gebeurt de registratie voor terugkeer en het toekennen van — vaak dure — geboorteaktes van Syrische kinderen die op Jordaans grondgebied zijn geboren, door de overheid zelf. We proberen wèl informeel te monitoren of de grensovergang goed verloopt. Ik neem in elk geval mee naar Jordanië dat we inderdaad beter moeten communiceren over onze rol.’

In Libanon zijn niet alleen de federale overheid maar ook andere actoren actief in de coördinatie van terugkeer. Zo opende Hezbollah negen terugkeercentra in het land — wegens de intransparantie “zwarte dozen” genoemd, volgens een recent rapport door hulporganisatie Sawa. Verder coördineren ook Libanese lokale overheden en kleinere actoren, zoals clangerichte en tribale netwerken vanuit Syrië, terugkeer.

‘Er is geen gedwongen terugkeer vanuit Libanon’, zegt Rouba Mhaissen. ‘Men spreekt van gecoördineerde kleinschalige terugkeer, maar bij die coördinatie zijn grote vraagtekens te plaatsen. Er zijn vermoedens dat mensen ook onder druk worden gezet door bepaalde groepen of actoren om “vrijwillig” terug te keren. Daarnaast zorgt die veelheid aan “terugkeeractoren” voor desinformatie bij terugkeerders, wat tot onnodige risico’s kan leiden.’

Monitoring na terugkeer ontbreekt

Syrische middenveldorganisaties wijzen uiteraard ook op de onveilige en onstabiele situatie in Syrië. De Syrische regering mag zich tot winnaar hebben uitgeroepen en meer dan 70 procent van het Syrische grondgebied controleren, de oorlog is nog niet voorbij.

Naast het militair geweld blijven er grote risico’s op detentie, ontvoeringen, verdwijningen, buitenrechtelijke executies, afpersing, en gedwongen inlijving bij het leger.

Vooral in Noord-Syrië blijft het bang wachten op een offensief van de Syrische regering op Idlib  — onder controle van het Vrije Syrische Leger. Idlib is op dit moment de overbevolkte thuishaven van meer dan twee miljoen mensen, waarvan meer dan de helft intern ontheemden zijn. Nabij Damascus blijven Iraanse militaire posten doelwitten voor Israëlische aanvallen. In Oost-Syrië blijven de VS luchtoperaties uitvoeren op IS-strijders en ook in de Koerdische regio blijven gevechten duren tussen de pro-Koerdische troepen en IS-strijders.

Naast het militair geweld blijven er grote risico’s op detentie, ontvoeringen, verdwijningen, buitenrechtelijke executies, afpersing, en gedwongen inlijving bij het leger. Bovendien zijn veel huizen van gevluchte burgers vernietigd of compleet leeggeroofd. Volgens de Wereldbank is 10 procent van de huizen in onderzochte regio’s volledig vernield en 23 procent gedeeltelijk (2017). Rouba Mhaissen verwijst ook naar huizen die zijn gekraakt door andere burgers en heeft het over verhalen van terugkeerders die hoge rekeningen gepresenteerd krijgen van achterstallige elektriciteitsfacturen tijdens hun afwezigheid.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Een grote drempel voor Syrische mannen tussen 18 en 42 jaar om terug te keren, is de verplichte legerdienst. De Syrische regering kondigde aan dat ze amnestie verleent aan dienstplichtige mannen die terugkeren. Ze zullen niet worden gedetineerd, zo klinkt. Blijft de vraag of ze alsnog gedwongen kunnen worden ingelijfd bij het leger. ‘Er zijn zoveel vragen. En er is nauwelijks monitoring post-terugkeer’, zegt Rouba Mhaissen. Ook Stefano Severe bevestigt dat de monitoring na terugkeer een zeer zwakke schakel is in de veiligheidsstrategie.’

‘Volgens het Syrische Observatorium voor Mensenrechten werden 700 terugkeerders gearresteerd in oktober en november 2018, waarvan 200 mensen aangehouden bleven’, voegt Rouba Mhaissen toe. ‘Dat zijn verontrustende cijfers. We hebben echt betrouwbare informatie nodig om dat te staven. We weten te weinig. En laat het duidelijk zijn: terugkeer zonder een politieke, rechtvaardige politieke transitie is prematuur en blijft een groot risico.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur