Thaise junta stopt militaire berechting burgers maar vreedzame oppositie voeren blijft misdrijf

De Thaise junta heeft aangekondigd geen nieuwe militaire rechtszaken tegen burgers meer te beginnen. Een beperkte stap die volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch bedoeld is om internationale kritiek te pareren. Lopende rechtszaken tegen burgers gaan gewoon door.

  • Guillén Pérez (CC BY-ND 2.0) Militair défilé in Bangkok (2014) Guillén Pérez (CC BY-ND 2.0)

De aankondiging komt vlak voor de 33ste sessie van de VN-mensenrechtenraad, die vandaag begint in Genève. ‘Niemand moet zich laten misleiden door behendigheid van de junta vlak voor de Mensenrechtenraad begint’, zegt Brad Adams, Azië-directeur van Human Rights Watch (HRW). ‘Dit besluit zal veel Thaise burgers de onrechtvaardigheid van een militaire rechtszaak besparen, maar het repressieve militaire bewind in Thailand is nog steeds een realiteit.’

Monarchie

Maandag 12 september trok premier Prayut Chan-ocha drie orders in van de Nationale Raad voor Vrede en Orde (NCPO) die militaire rechtbanken de macht geven burgers te berechten voor nationale veiligheidsovertredingen, inclusief opruiing en belediging van het koningshuis. Dit gebeurt echter niet met terugwerkende kracht en heeft geen invloed op de meer dan duizend lopende zaken tegen burgers.

Het leger houdt de bevoegdheid om burgers te arresteren, vast te zetten en te verhoren zonder bescherming tegen mensenrechtenschendingen.

Het leger houdt ook de bevoegdheid om burgers te arresteren, vast te zetten en te verhoren zonder bescherming tegen mensenrechtenschendingen.

Fundamentele rechten en vrijheden die in Thailand werden ingeperkt na de coup in mei 2014, staan nog steeds onder druk.

Kritiek op de junta, vreedzame oppositie tegen het militaire bewind, kritiek op de monarchie en openbare vergaderingen van meer dan vijf personen, worden beschouwd als misdrijf.

Sinds mei 2014 belandden minstens 1.811 burgers voor het militaire gerecht.

Democratie

HRW wijst erop dat Thailand, als partij in het Internationale Convenant inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (Iccpr), verplicht is de juridische basisrechten van burgers te beschermen. Regeringen mogen geen burgers berechten voor militaire rechtbanken als civiele rechtbanken nog kunnen functioneren.

De VN-Mensenrechtenraad, evenals buitenlandse regeringen en mensenrechtengroepen, hebben eerder hun bezorgdheid geuit over de burgerrechten in Thailand. ‘Generaal Prayut moet laten zien dat hij oprecht is in zijn streven een einde te maken aan de militaire berechting van burgers, door alle lopende zaken te laten vallen of te verwijzen naar civiele rechtbanken’, zegt Adams. ‘Dat had al veel eerder moeten gebeuren. Het zou een belangrijke stap zijn op weg naar een einde aan de repressie, respect voor basisrechten en een terugkeer van het land naar een democratisch, burgerlijk bestuur.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift