Titi-aapje overleeft in klein privéparadijs

Nieuws

Titi-aapje overleeft in klein privéparadijs

Milagros Salazar

14 april 2011

Het private Pucunucho-bos, een gebied van nauwelijks 23,5 hectare in het noordoosten van Peru, heeft zich ontpopt tot het laatste toevluchtsoord van de San Martin-titi, een met uitsterven bedreigde apensoort. Een plaatselijke vrouw redde het bos zeventien jaar geleden. Ze staat symbool voor de strijd die de plaatselijke bevolking levert tegen de ontbossing in het Peruaanse Amazonegebied.

De San Martin-titi (Callicebus oenanthe) is niet groter dan 30 centimeter en zoekt lager gelegen bossen op. Deze soort komt alleen maar voor in het departement San Martin, in het noordoosten van Peru. Er is nauwelijks iets over deze springaapjes bekend, er zijn amper twee onderzoeken naar gedaan.

De San Martin-titi is met uitsterven bedreigd omdat San Martin een van de drie meest ontboste gebieden van het Peruaanse Amazonegebied is.

Om de gevolgen van de ontbossing tegen te gaan hebben plaatselijke bewoners en sociale organisaties de overheid ervan kunnen overtuigen om hen vier gebieden af te staan, een netwerk van 267.133 hectare om de biodiversiteit te bewaren of herstellen. Het Pucunucho-bos maakt deel uit van dat netwerk.

Er wonen nu tien families San Martin-titi’s in het bos, van elk vier individuen. “Het is verbazend hoe een jong bos zoals Pucunucho, dat in nauwelijks zestien jaar hersteld is, het toevluchtsoord kan zijn voor een soort die aan het uitsterven is”, zegt de Amerikaanse biologe Josephine (Josie) Chambers.

Samen haar Spaanse collega César Aguilar kwam Chambers hiernaartoe via de Britse organisatie Neotropical Primate Conservation. Ze kwamen in contact met een groep jonge milieu-ingenieurs die sinds 2007 de San Martin-titi proberen te redden.

Trinidad Vela

Dat Pucunucho opnieuw een volwaardig bos werd, is te danken aan Trinidad Vela, een plaatselijke vrouw die nu 74 jaar oud is en in 1994 inheemse boomsoorten begon aan te planten in het bos. Haar dochter, biologe Karina Pinasco, beschrijft de manier waarop haar moeder tewerk ging. “Ze begon met het planten van groentegewassen om de bodem te herstellen. Vervolgens plantte ze guababomen, morichepalmbomen moena’s, en mahoniebomen, allemaal lukraak geplant, zoals in een natuurlijk bos.”

Vela’s kruistocht leidde tot het herstel van de Pucunucho-rivier, die uitgedroogd was.  In 2005 redde het rivierwater de plaatselijke boeren van de mogelijk rampzalige gevolgen van de zware droogte die toen heerste. Nu hebben haar inspanningen tot de redding van het titi-aapje geleid. De dieren eten vooral de zoete bonen van de guababoom en fruit.

“Toen ik begon met de heropbouw van het bos, had ik nooit gedacht dat het een habitat voor zoveel wilde dieren zou worden”, zegt Trinidad Vela.

Habitat uitbreiden

Maar het werk is niet af. Pucunucho ligt op nauwelijks tien minuten rijden van provinciehoofdstad Juanjuí. “Hun habitat moet uitgebreid worden”, zegt Chambers. “Anders dreigen ze geïsoleerd te raken en verdwijnen ze over dertig tot veertig jaar omdat er geen genetische uitwisseling meer is.” Ze rekent op de medewerking van de plaatselijke bevolking, die een deel van hun terreinen zouden moeten afstaan. Op die manier kan een corridor van 180 hectare gecreëerd worden.

Het gaat meer dan om de redding van één soort. “Peru is een bijzonder divers land, in deze overgang van oerwoud naar Andes leven unieke soorten”, zegt de Spaanse bioloog César Aguilar. “Er valt hier nog veel te onderzoeken.”

Lees ook: