Vergeet bloemenmengsels: de simpele heg is de echte insectenmagneet

Nieuws

‘Elke extra meter heg telt’

Vergeet bloemenmengsels: de simpele heg is de echte insectenmagneet

Meer heggen leiden tot meer insecten, zelfs in landbouwgebieden die al behoorlijk groen zijn. De populaire bloemenstroken zijn ook goed, maar de heg is de echte insectenmagneet, stelt nieuw onderzoek. 

Insecten verdwijnen wereldwijd in zorgwekkend tempo. Dat is niet alleen een probleem voor de biodiversiteit, maar ook voor de landbouw en de voedselproductie: veel insecten bestuiven immers gewassen of bestrijden plagen. 

Bloemenstroken om insecten te lokken en te ondersteunen, kunnen ook een beetje helpen, maar niet zo veel als heggen, blijkt uit onderzoek aan de Nederlandse Radboud Universiteit. Perceelranden waar heggen geplant zijn, trekken twee keer zo veel insecten aan als randen waar geen heggen staan, zelfs in landbouwgebied waar de natuur al vrij spel krijgt.

Hele jaar door

Om uit te zoeken hoe we insecten beter kunnen helpen overleven, verzamelde ecoloog Robin Lexmond drie jaar lang insecten met speciale vallen langs 24 akker- en graslandranden in de Nederlandse provincie Gelderland. ‘Het was eigenlijk een soort tent van ongeveer 1 meter 70 hoog’, vertelt ze. ‘De insecten konden daar wel in, maar niet uit. De insecten die in onze val kwamen, hebben we vervolgens gewogen.’

Op sommige randen waar de val werd geplaatst, stonden heggen, op andere bloemenstroken, en op weer andere helemaal geen extra begroeiing. Na het wegen van de insecten bleek dat er bij heggen meer dan twee keer zo veel insectenbiomassa werd gemeten als bij kale perceelranden. 

Bloemenstroken deden het iets beter dan geen extra beplanting op een rand, maar hun effect was minder sterk en minder consistent. 

‘Waarschijnlijk komt dat doordat veel bloemenstroken elk jaar opnieuw worden geploegd en ingezaaid’, zegt Lexmond. ‘Daardoor ontbreken stabiele schuilplekken voor in de winter en voedselbronnen in het vroege seizoen. Heggen daarentegen blijven jarenlang staan en bieden het hele jaar door beschutting, voedsel en voortplantingsplekken.’

Elke meter telt

De wijdere omgeving bleek opvallend genoeg minder belangrijk dan verwacht. Factoren zoals het type landbouw, de grootte van percelen of de hoeveelheid bos in de buurt hadden nauwelijks invloed op de hoeveelheid insecten. 

Er was één uitzondering: in gebieden met meer beschermde natuur in de omgeving, zaten meer insecten. Maar zelfs daar was het effect van een lokale heg duidelijk: ‘Heggen in de buurt van beschermde natuur, leverden nog steeds meer insecten op’, zegt Lexmond. ‘Dat is belangrijk, want het betekent dat maatregelen niet alleen zinvol zijn in landbouwgebieden waar weinig natuur is, maar ook in landschappen waar al geïnvesteerd is in biodiversiteit. Elke extra meter heg telt.’