Minister Crevits erkent dat actieve overheid onmisbaar is voor vergroening zware industrie

Vlaanderen maakt zich op voor de grootste industriële transformatie in decennia, wie betaalt de rekening?

Gerard Stolk (CC BY-NC 2.0)

Een raffinaderij in Botlek, Nederland, september 2010.

Om de Vlaamse staal-, chemie- en raffinagesectoren in 2050 negentig procent minder broeikasgassen te doen uitstoten, moet de overheid een actieve rol als regisseur en financier spelen in het grootste industrieel beleidsplan in decennia. Maar als de overheid mee de risico’s draagt, moet ze dan ook niet mee de vruchten plukken?

Vandaag wordt de studie ‘Naar een CO2-circulaire en CO2-arme Vlaamse industrie’ voorgesteld. De studie in opdracht van het Vlaams Agentschap voor Innovatief Ondernemen werd uitgevoerd door onder meer Deloitte en het Instituut voor Europese Studies aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze tekent een beleid uit om de Vlaamse basisindustrie (staal, chemie en raffinage) – goed voor een kwart van de Vlaamse CO2-emissies en 176.000 banen – koolstofarmer te maken.

De studie stelt geen klimaatneutraliteit in het vooruitzicht tegen 2050. De aanpak ‘(…) zou kunnen leiden tot broeikasgasreducties in 2050 tussen de 80 en 90 procent en dat bij een stijgende productie van drie procent’.

Overheid actieve rol in groot project

Om dat waar te maken, moet Vlaanderen het (wellicht) grootste industrieel beleidsplan in vele decennia op poten zetten. Daarin moeten overheden niet alleen actief optreden als regulator en coördinator, maar tevens als financier.

Moet de overheid als ze mee de risico’s draagt niet ook een return ontvangen – financieel of in termen van intellectueel eigendomsrecht? Daarover zegt het rapport niets

Dat is nodig omdat er zoveel tegelijk moet gebeuren dat coördinatie door de staat onvermijdelijk is. De tweede reden is dat de Vlaamse zware industrie tot de wereldtop behoort als het gaat om energie-efficiëntie en het beperken van de CO2-uitstoot met de bestaande klassieke productieprocédé’s. Echt beduidende stappen vooruit naar minder CO2-emissies zijn nu enkel mogelijk met de ontwikkeling van nieuwe productiemethodes zoals staal produceren met waterstof of krakers (van aardolie) op elektriciteit laten draaien. Zowel het fundamenteel onderzoek naar die nieuwe methodes als het opschalen ervan naar pilootfabrieken geldt als risicovol – men spreekt over de ‘vallei des doods’ in het jargon – en daarom wordt naar de overheden (Vlaams, Europees,…) gekeken om het mee te financieren.

Minister van economie en innovatie Hilde Crevits specificeert wat er nu al vastligt: ‘We investeren via het moonshotprogramma 20 jaar lang 20 miljoen aan basisonderzoek; dat geld gaat naar Vlaamse onderzoeksinstellingen (universiteitslabo’s, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek…). Daarnaast voorzien we 125 miljoen euro voor zogenaamde vlaggenschipprojecten: pioniersprojecten waar we in Vlaanderen mee aan de spits willen staan qua technologie door pilootinstallaties te bouwen. Een groot deel daarvan zal gaan naar waterstofproductie op basis van groene elektriciteit. Dat is strategische steun die tegelijk in de relance past. En het is een extra hefboom om Europese steun ervoor binnen te halen.’ 

Vraag is daarbij of de overheid zich als een slimme ondernemer zal opstellen zoals onderzoekers als Mariana Mazzucato of Tomas Wyns (VUB) al eerder suggereerden: Moet de overheid als ze mee de risico’s draagt niet ook een return ontvangen – financieel of in termen van intellectueel eigendomsrecht? Daarover zegt het rapport niets. ‘Dat betekent niet dat we dit geen belangrijke kwestie vinden, maar daarover ging het rapport niet,’ erkent minister Hilde Crevits. ‘We zullen later beslissen hoe we dat aanpakken.’ Ook voor de bouw van de noodzakelijke infrastructuur – pijpleidingen voor CO2 en waterstof – en de aanpassing van de elektriciteitsinfrastructuur aan veel meer hernieuwbare energie wordt naar de overheid gekeken.

Crevits: ‘We moeten het middenveld nog beter betrekken zodat het draagvlak breder wordt.’

Van de overheden wordt tevens verwacht dat ze een stabiel, haalbaar en coherent beleid, inclusief wetgevend kader uittekent, dat er onder meer voor zorgt dat er een markt bestaat voor die groenere en daar soms duurdere producten. Daar kan de overheid een grote rol spelen door het belasten van vuilere producten, door geleidelijk strengere productnormen op te leggen en een Europese CO2-taks in te voeren

Crevits: ‘Wij proberen een stabiel kader te scheppen door een breed samengesteld overlegorgaan te betrekken bij deze transitie. We moeten nog beter het middenveld betrekken. Als dat gebeurt, is er minder kans dat het beleidskader niet stabiel is en bijvoorbeeld na verkiezingen moet worden aangepast.’

De helft van de CO2 opvangen in 2050

Het plan zet in op vier transitiepaden. Opvallend is dat biomassa als energiebron en grondstof een van die vier paden is. Biomassa is hier te begrijpen als hernieuwbare biologische grondstoffen zoals hout en de biologische fractie van het industrieel en huishoudelijk afval. De omvang van dit pad zal sterk bepaald worden door de prijs en beschikbaarheid van biomassa.

Het tweede transitiepad richt zich op het gebruik van kunststofafval als grondstof – Vlaanderen als recyclagehub van Europa. Kunststof zou chemisch gerecycleerd worden, waardoor bouwstenen ontstaan die opnieuw vooraan in de chemische keten kunnen worden ingezet. Vereiste is wel dat de afvalstroom zuiver is. Dit proces is bovendien zeer energie-intensief. Kunststofafval zou tevens kunnen ingezet worden om staal te produceren door het – gedeeltelijk – vervangen van steenkool.

De studie verwacht dat onze zware industrie drie keer zoveel stroom zal nodig hebben.

Rechtstreekse vermindering van koolstofuitstoot kan komen van elektrificatie van productieprocessen (warmte produceren met stroom) en van productie door middel van waterstof (die ook weer groen moet zijn en dus van klimaatneutrale stroom moet komen). De studie verwacht dat onze zware industrie drie keer meer stroom zal nodig hebben en drie keer zoveel waterstof.

Tot slot, heel opmerkelijk, zou in 2050 nog altijd de helft van de huidige CO2-uitstoot opgevangen worden – acht miljoen ton. Die zou dan ofwel opgeslagen worden in lege gasvelden onder de zee (die Vlaanderen niet heeft, internationale akkoorden zijn dus nodig), ofwel hergebruikt worden als grondstof. Interessante pistes zijn hier dat van CO2 ethanol en methanol kan worden gemaakt, met behulp van waterstof en veel elektriciteit (alweer).

Het is duidelijk dat de nood aan groene stroom immens is in deze hele transitie. De vergroening van de basisindustrie kan dus niet zonder een doordacht en zeer gedreven energiebeleid. Vraag is hoe de minister dat voor elkaar wil krijgen terwijl het almaar moeilijker wordt om nog een windturbine gebouwd te krijgen in Vlaanderen. Crevits: ‘Daarvoor is een vervolgstudie nodig. Zeker is dat we de benodigde energie niet allemaal in eigen land zullen kunnen produceren. We zullen verder op zee windparken moeten bouwen en waterstof invoeren uit regio’s met veel zon.’

Zoeken naar een draagvlak

Tot slot valt op dat de studie geen communicatieluik bevat. Nochtans benadrukten Europese voorlopers van deze studie (zie: Masterplan for a competitive transformation of EU energy-intensive industries. Enabling a climate-neutral Circular Economy 2050) dat het belangrijk is dat de bevolking op de hoogte gebracht wordt van dit grootse transitieproject teneinde een draagvlak te scheppen voor de grote publieke investeringen en de bouwwerken (pijnlijnen, hoogspanningslijnen, opslag van CO2 onder de zee…) die erbij komen kijken.

Crevits erkent dat het belangrijk is om de burger van dit project op de hoogte te brengen. ‘Wij kunnen nu niet doen alsof alles wat in deze studie staat al beslist is. Wel is het principe van de vergroening van de basisindustrie aanvaard. We moeten die banen hier houden en dat kan alleen als de sector vergroend wordt. Daar gaan we nu stap voor stap aan werken.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Bij Bond Beter Leefmilieu is Olivier Beys blij dat er eindelijk een studie is: ‘Wij vragen hier al jaren om. Nederland en Duitsland staan veel verder, met tussentijdse mijlpalen, serieuze financiering…’

Het klopt dat Duitsland de voorbije zomer zijn waterstofstrategie bekend maakte, waarvoor 9 miljard euro wordt vrijgemaakt. Beys benadrukt tevens dat zo’n beleidskader ook belangrijk is om de juiste keuzes te maken. ‘Een voorbeeld. Deze studie zet in op recyclage van kunststof, maar we hebben nog maar net het Ineosproject verwelkomd dat juist het omgekeerde doet: kunststof produceren met verse grondstoffen.’ 

‘Dit is een beginpunt. De samenleving moet meer betrokken worden.’

Beys betreurt wel dat BBL amper betrokken werd bij het opstellen van het document. ‘Ik denk dat het belangrijk is dat je een draagvlak zoekt voor zo’n project. Ik denk dat men in Nederland al verder staat precies omdat men zo’n maatschappelijke discussie is aangegaan. En dan moet elk zijn taboes laten varen. In Nederland heeft de industrie een bijkomende CO2-heffing aanvaard, die zou er nooit gekomen zijn indien alleen de industrie was betrokken. Wij van onze kant zouden in zo’n gesprekken moeten aanvaarden dat CO2-opslag een deel van de oplossing wordt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift