VN-organisatie houdt relatie met tabaksindustrie in stand

De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft opnieuw het besluit uitgesteld om de banden met de tabaksindustrie te verbreken. Het is de laatste VN-organisatie die dit nog niet heeft gedaan.

Welcome Collection (CC0)

Een rokende man vormt met geëxhaleerde rook de woorden “Try one” (Probeer er een)

In november 2008 al besloot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties om roken en de verkoop van tabak te verbieden in het VN-hoofdkwartier in New York. Alle VN-organen wereldwijd volgende dat besluit, inclusief de Wereldgezondheidsorganisatie, die alle banden met de tabaksindustrie verbrak.

De ILO heeft het besluit deze maand echter opnieuw uitgesteld. Teleurstellend, zegt Mark Hurley, internationaal directeur van Tobacco Industry Campaigns. ‘De Campaign for Tabacco Free Kids wil dat de ILO alle banden met tabaksbedrijven verbreekt en ze uitsluit van deelname als deze kwestie in maart 2018 opnieuw bekeken wordt’, zegt hij.

Bedrijven die ‘wereldwijd dood en ziekte verspreiden’ moeten volgens hem geen plaats aan tafel hebben bij VN-organisaties zoals de ILO, of welke andere verantwoordelijke organisatie ook.

Kinderarbeid

De ILO kreeg in de afgelopen jaren ongeveer 15 miljoen dollar van Japan Tobacco International (JTI) en de Eliminating Child Labor in Tobacco Growing Foundation (ECLT), een ngo die mede gefinancierd wordt door de industrie, zegt Seatca, de Southeast Asia Tobacco Control Alliance, in een verklaring.

‘De tabaksindustrie klampt zich vast aan de laatste strohalm van geloofwaardigheid’, zegt Mary Assunta, beleidsadviseur bij Seatca. ‘De industrie heeft deze sponsoring meer nodig dan de ILO. Het wordt daarom tijd dat de ILO hiermee stopt.’

Het sponsorgeld gaat volgens haar naar een paar arme landen in Afrika (Tanzania, Zambia en Malawi) en is voor programma’s gericht op het bestrijden van kinderarbeid, terwijl de bedrijven tegelijkertijd goedkope tabak blijven aankopen waar kinderarbeid aan te pas is gekomen, zoals in Indonesië en de Filipijnen.

Agressieve marketing

Assunta stelt dat de tabaksindustrie bovendien “een schijntje betaalt” aan de ILO, vergeleken met de enorme winsten die ze maakt door lage prijzen te betalen aan tabaksproducenten in arme landen.

Hurley wijst erop dat de tabaksindustrie zelf de grootste hindernis vormt voor het verminderen van de meer dan 7 miljoen doden die jaarlijks vallen als gevolg van roken. Tabaksbedrijven zoals Philip Morris International en British American Tobacco proberen volgens hem te voorkomen dat het tabaksgebruik afneemt, zetten agressieve marketing in die zich richt op jongeren en andere kwetsbare groepen en misleiden het publiek over de gevaren van tabak.

Hij zegt dat tabaksbedrijven hun rol in gerespecteerde organisaties zoals de ILO gebruiken om zichzelf een maatschappelijk verantwoord imago aan te meten en de aandacht af te leiden van de schade die ze toebrengen aan de menselijke gezondheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en wordt proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift