Maakt "mild vredesakkoord" einde aan verwaarloosd en bloedig conflict?

Vredesakkoord Centraal-Afrikaanse Republiek ontziet krijgsheren

© hdptcar (CC BY-SA 2.0)

Foto genomen in een rebellenkamp in het noordoosten van de CAR

Sinds 2012 heerst geweld en wetteloosheid in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). Het vredesakkoord dat begin februari getekend werd tussen de regering en veertien gewapende groepen moet een einde maken aan de gevechten en een oplossing bieden voor 1,2 miljoen ontheemde burgers. Een kopie van de tekst die AFP dit weekend bemachtigde, beschrijft vage herstelmaatregelen maar behandelt de netelige kwestie van amnestie voor de militieleiders niet.

‘Ik kroop op mijn handen en voeten naar het struikgewas. Nadien verborg ik me een week in het bos. Er was niemand in de buurt. Er was geen eten, maar ik had geen honger omdat ik doodsbang was. Water had ik niet, dus dronk ik uit plassen.’ In 2016 begonnen Philomène en haar 6 kinderen aan een leven op de vlucht nadat hun dorp het doelwit was van gewapende mannen.

Het is één van de bloedigste conflicten van Afrika en tegelijk het meest verwaarloosde

Het conflict in de CAR is één van de bloedigste conflicten van Afrika en tegelijk het meest verwaarloosde. De humanitaire situatie in het land bereikte het afgelopen jaar een dieptepunt. Najat Rochdi, de verantwoordelijke voor de VN-vredesmacht in het land, waarschuwde in november dat de toestand momenteel erger is dan in 2014, toen de burgeroorlog in alle hevigheid woedde. Het land staat op de voorlaatste plaats van de Human Development Index van de VN. Meer dan twee derde van de bevolking van 4,6 miljoen is afhankelijk van hulp om te overleven, waaronder Philomène en haar kinderen.

Vergeten conflict

Nadat hun dorp aangevallen werd, zochten ze een onderkomen in een katholieke kerk, tot die regio ook onveilig werd. Ze bereikten het vluchtelingenkamp van Lazare in Kaga Bandoro, waar ze nu al meer dan een jaar verblijven. Haar man stierf drie jaar geleden aan een behandelbare ziekte, Philomène lijdt aan spierdystrofie. Bij gebrek aan een rolstoel beweegt ze zich nog steeds kruipend voort: ‘Ik wou dat ik mijn benen kon gebruiken, zodat mijn zoon naar school kon gaan in plaats van brandhout te zoeken, maar dat is onze enige bron van inkomsten. Met de verkoop van het hout verdien ik ongeveer 300 frank CFA (46 cent) per dag, net genoeg om maniokpoeder te kopen.’

De gevechten begonnen in 2012 toen de Seleka-groepering, een coalitie van moslimrebellen, een staatsgreep pleegde. Als reactie daarop riepen christelijke gemeenschappen de traditionele zelfverdedigingsmilities opnieuw in het leven, oorspronkelijk ontstaan tegen de slavenhandelaren die eeuwen geleden door de CAR trokken. De anti-Balaka-beweging (van anti-balle-AK47, red.) was een feit.

Er is 380 miljoen euro nodig om Centraal-Afrikanen in nood te helpen. Slechts 11,5 miljoen werd toegezegd

De VN zeggen dat ze 380 miljoen euro nodig hebben om de drie miljoen Centraal-Afrikanen in nood te helpen. Op dit moment hebben donoren slechts 11,5 miljoen euro toegezegd. Het geweld was het voorbije jaar opnieuw opgelaaid, en had zich naar gebieden die voordien als veilig bestempeld werden, verplaatst. De nood aan medicijnen en voedsel is groot. Toch werd het conflict verwaarloosd door de media en de internationale gemeenschap.

Granaten voor de prijs van een brood

Het geweld kreeg een sectarisch karakter en het land werd meegezogen in een spiraal van etnische zuiveringen en vergeldingsacties. Duizenden werden vermoord of mishandeld op basis van hun religie, wat het tot één van de bloedigste conflicten van Afrika maakt. In 2016 kwam een internationaal erkende regering onder leiding van president Faustin-Archange Touadera aan de macht, maar diens gezag reikt niet veel verder dan de hoofdstad Bangui.

‘Wapens zijn alomtegenwoordig, je vindt ze gewoon op de markt. Kogels worden per gewicht verkocht, granaten kosten evenveel als een homp brood. Voor een AK47 tel je zo’n 100 dollar neer’, zegt Hajer Naili van de Noorse Vluchtelingenorganisatie NRC. Zij werkt als hulpverlener in de vluchtelingenkampen in de CAR. Een heikele opdracht, gezien het feit dat de VN de afgelopen jaren gemiddeld meer dan één aanval op hulporganisaties per dag registreerden.

Gewetenloze chefs de guerre verdedigen elk hun gebied om fortuin te vergaren uit verwoestend sektarisch geweld

Van een burgeroorlog is het conflict namelijk geëvolueerd naar een dodelijk wespennest van roofzuchtige splintergroepen die vaker burgers aanvallen dan elkaar. Vaak verloopt het als volgt: Een militie rooft een dorp leeg in het gebied van een concurrerende krijgsheer. Die houdt dan op zijn beurt een wraakactie tegen burgers op het domein van de eerstgenoemde militie. Angst en geweld zijn een productiemiddel geworden in de CAR.

Van Soedanese stropersbendes tot het Lord Resistance Army van de messiaanse oorlogsmisdadiger Joseph Kony: gewetenloze chefs de guerre verdedigen elk hun gebied om fortuin te vergaren uit verwoestend sektarisch geweld. Hoewel het één van de armste landen ter wereld is, zit de Centraal-Afrikaanse grond immers barstensvol natuurlijke rijkdommen. Zo controleren en exploiteren krijgsheren meer dan 70 procent van het grondgebied.

© Hajer Naili

In 2016 begonnen Philomène en haar 6 kinderen aan een leven op de vlucht nadat hun dorp het doelwit was van gewapende mannen.

Straffeloosheid en amnestie

Het zijn die gewapende groepen waarmee de CAR-regering in januari vredesgesprekken aanknoopte in Khartoem, de hoofdstad van buurland Soedan. Een van de grootste struikelblokken voor een akkoord was de eis van de krijgsheren om een algemene amnestie voor hun oorlogsmisdaden en die van hun troepen en ‘inclusie in een eenheidsregering’.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag bereidt verschillende dossiers voor tegen leiders van gewapende groepen. De Speciale Rechtbank in Bangui, die mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden gepleegd tijdens het conflict moet behandelen, zou dit jaar ook van start gaan met haar eerste onderzoeken maar wordt geplaagd door chronische onderfinanciering.

Na enkele dagen dreigden de gesprekken af te springen toen de regering die eis van tafel veegde. Achteraf liet Aboubakar Sidik, woordvoerder van een van de belangrijkste gewapende facties, in verschillende media optekenen dat er ‘een consensus was bereikt over de knelpunten van amnestie en een inclusieve overheid.’

Na de ondertekening van het akkoord op twee februari werd de inhoud angstvallig geheim gehouden door de ondertekenaars. Vorig weekend bemachtigde het Franse persagentschap AFP echter een kopie.

In het ondertekende akkoord wordt met geen woord gerept over de vervolging van oorlogsmisdadigers

Daaruit blijkt dat geen gevolg werd gegeven aan de eis voor algemene amnestie, maar de president kan wel onbeperkt gratie verlenen aan individuen om de ‘dynamiek van verzoening gaande te houden’. Bovendien wordt met geen woord gerept over de vervolging van oorlogsmisdadigers. De tekst erkent dat ‘straffeloosheid de cyclus van geweld bestendigd heeft’, maar blijft op de vlakte over hoe die straffeloosheid moet aangepakt worden.

In de overeenkomst staat dat ‘de partijen zich moeten onthouden van zware misdaden te herhalen.’ Er wordt een ‘waarheids- en verzoeningscommissie’ opgericht die ‘mogelijke acties op gebied van gerechtigheid’ moet adviseren.

Tot zover de bepalingen die gaan over rechtvaardigheid voor de Centraal-Afrikaanse bevolking die al zes jaar overgeleverd is aan willekeurige agressie en seksueel geweld op grote schaal.

Het akkoord stipuleert ook dat leden van gewapende groepen geïntegreerd worden in officiële overheidsinstanties. Zo voorziet de tekst dat gedurende een overgangsperiode van twee jaar gezamenlijke veiligheidstroepen opgericht zullen worden, bestaande uit CAR-soldaten en strijders van de milities. Op termijn kunnen strijders die ‘voldoen aan de voorwaarden’ ingelijfd worden in het leger. Wat die voorwaarden zijn, wordt niet vermeld.

Hoe de burgers zullen reageren op een beschermingseenheid die voor de helft bestaat uit hun voormalige agressors is nog maar de vraag. Wat opvalt is dat de ontbinding van die eenheid samenvalt met de volgende verkiezingen. Dat kan betekenen dat president Touadera de vervolging van de gewapende groepen voor zich uitschuift en vooral mikt op een rustige periode tot aan een eventuele herverkiezing.

De tekst stipuleert dat er werk wordt gemaakt van een ‘inclusieve overheid’, zonder details over de samenstelling daarvan. Maar in se betekent het dat leiders van gewapende groepen mogen deelnemen aan het beleid, wat één van hun niet-onderhandelbare eisen was.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Over de kwestie van de ontheemde bevolking stelt het akkoord dat de partijen ‘de nodige omstandigheden moeten creëren voor een vrijwillige terugkeer.’ Ook deze bepaling blijft vaag en zonder deadline.

Het Khartoemakkoord werd neergesabeld op sociale media en in de Centraal-Afrikaanse pers

De geest van het Khartoemakkoord vertoont een zekere mildheid, en de onbehandelde kwestie van amnestie zal waarschijnlijk opnieuw bovendrijven wanneer het wordt uitgevoerd. Het akkoord werd de afgelopen week dan ook neergesabeld op sociale media en in de Centraal-Afrikaanse pers. De voornaamste kritiek is dat de overeenkomst roofzuchtige milities legitimeert en op lange termijn destabiliserend gedrag aanmoedigt.

Het is de achtste poging in zes jaar om tot een duurzame vrede te komen. De laatste overeenkomst werd in 2017 gesmeed. De gevechten werden al na een dag hervat, waarbij er meteen honderd doden vielen. Dit akkoord zal pas een succes zijn als krijgsheren niet meer azen op burgers, vluchtelingenkampen niet meer in vlammen opgaan en Philomène samen met 1,2 miljoen vluchtelingen naar huis kan.

 

Het verhaal van Philomène werd opgetekend door Hajer Naili, die momenteel voor NRC in de CAR werkt en in contact staat met de redactie (red.)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijft over klimaat, conflict en geopolitiek

    Willem schrijft over klimaatopwarming, conflicten en geopolitiek. Geografisch volgt hij voornamelijk, maar niet uitsluitend, Afrika en het Midden-Oosten.