Gemeenschapsproject beschermt het milieu en helpt mensen ontsnappen aan extremisme, drugsgebruik en armoede

Vrouwen en jongeren herstellen koraalrif in Kenia

Brad Knabel / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Jongeren spelen op een aangemeerde visserssloep op het Keniaanse eiland Wasini.

Een gemeenschapsproject voor natuurbehoud moet niet alleen het koraal herstellen, maar stimuleert ook de visvangst én creëert banen op het eiland Wasini, vlak voor de kust in het zuidoosten van Kenia.

Vijf jaar geleden worstelde Said Abdallah, een twintigjarige bewoner van het Keniaanse eiland Wasini, nog met een alcohol- en drugsverslaving. ‘Ik had geen werk, dus de meeste tijd bracht ik door met een groep andere kerels zoals ik. Ik maakte me constant zorgen over hoe ik mijn leven kon verbeteren. Soms kon ik door high te worden die gedachten even stilleggen”, vertelt hij.

‘Ik had iets nodig om aan een baan te komen. Het eiland biedt beperkte bronnen van levensonderhoud: je werkt in het toerisme of je bent visser. Maar je hebt iemand nodig om je te begeleiden.’ Tijdens zijn zoektocht naar werk benaderde Abdallah de Wasini Beach Management Unit (BMU), een lokale natuurbeschermingsorganisatie die zich bezig houdt met het herstel van aangetast koraalrif langs de kustlijn van Wasini.

BMU is een beweging van zo’n zeshonderd leden die koraal en zeegras herstelt langs de kuststrook tussen Shimoni en Vanga, dat grenst aan Tanzania. De stijgende oceaantemperaturen hebben koraal gebleekt en vitale mariene leefgebieden vernietigd waar bedreigde diersoorten zoals doejongs (Indische zeekoeien) en schildpadden leven.

BMU huurde Abdallah in als duiker; hij kon zich aansluiten bij een team dat plastic afval, zand en ander puin bij de riffen en het zeegras verwijdert, en gezond koraal in de oceaan transplanteert.

Vispopulatie herstellen

Het Keniaanse onderzoeksinstituut voor zee en visserij (KMFRI) lanceerde het project in 2014, met als doel de eilandbewoners te mobiliseren om hun mariene systeem te herstellen. Dat is sinds de eerste geregistreerde wereldwijde koraalverbleking in 1998 nooit meer hetzelfde geweest.

‘Onze grootste uitdaging was de sterk afgenomen vispopulatie herstellen.’

Jelvas Mwaura, koraalrifwetenschapper bij KMFRI: ‘Vóór de massale verbleking van koraalriffen in 1998, was de Keniaanse kustlijn voor ongeveer 40 procent met koraal bedekt. Nadat de storm El Niño dit gebied trof, verloor Kenia minstens de helft van haar koraalbedekking.’

En behalve de massale verbleking van het koraal, zo vertelt voorzitter van Wasini BMU Muhidin Musa, gebruikten vissers in Wasini en omliggende dorpen niet-duurzame vismethoden die veel koraal en zeegras het leven kostten. Langs de hele zeestrook tussen Shimoni en Vanga liep de visvangst snel achteruit. Kreeften verdwenen en in 2004 was vissen rond Wasini zelfs bijna onmogelijk, aldus Musa.

‘De oceaan is onze boerderij: wij zijn voor ons levensonderhoud afhankelijk van visserij en toerisme. Onze grootste uitdaging was dus de sterk afgenomen vispopulatie herstellen. En aangezien herbeplanten van koralen en zeegras het zeeleven weer op gang zou brengen, was het duidelijk waar het dorp mee aan de slag moest gaan’, vertelt Musa.

Koraalkwekerij

Volgens de National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) is ongeveer 25 procent van de oceaanvissen voor voedsel en voortplanting afhankelijk van gezond koraalrif. Zeegras neutraliseert daarnaast het steeds warmere en verder verzuurde zeewater, door van vervuiling afkomstige CO2 en voedingsstoffen op te nemen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
BMU, dat gefinancierd wordt door het Keniaanse Klimaatadaptatiefonds, begon een koraal- en zeegraskwekerij en wees een gebied van twee hectare aan voor natuurbehoud.

KMFRI-wetenschappers hebben vervolgens zo’n veertig jongeren en vrouwen opgeleid om koraal en zeegras te oogsten, beschermen, transplanteren, kweken en schoonmaken. De groep heeft een visverbod ingevoerd in het door de gemeenschap beschermde zeegebied en een halve hectare herbeplant met zeegras en koraal.

Het plan is om dit gebied te rehabiliteren, vertelt Musa, zodat vissen weer de ruimte krijgen om te kunnen groeien, zich kunnen voortplanten en zich kunnen verspreiden naar de omliggende riffen.

Toevluchtsoord voor inktvis en kreeft

De getransplanteerde koralen en zeegrassen zijn veerkrachtiger omdat ze zich aangepast hebben aan de veranderende watertemperaturen en zuurgraad, zegt Mwaura van KMFRI. Al wordt, zo zegt hij, veel koraal ook nog altijd getroffen door de stijgende zeespiegel.

Sinds het begin van de herstelwerkzaamheden zijn de visbestanden aanzienlijk gestegen.

Op plekken waar koraal volledig is afgestorven, heeft de BMU van cementblokken een kunstmatig rif ontwikkeld, dat als toevluchtsoord dient voor inktvissen en kreeften.

Sinds het begin van de herstelwerkzaamheden zijn de visbestanden aanzienlijk gestegen, waardoor vissers nu zo’n zestig kilo vis per dag kunnen vangen, terwijl ze voorheen met geluk aan dertig kilo per maand kwamen.

Inkomsten uit visserij nu toerisme wegvalt

BMU neemt voornamelijk vrouwen en jongeren in dienst. Ze werken als duiker of visser, ontvangen trainingen in natuurbehoud en kunnen rekenen op een vast inkomen.

Said Abdallah werd door BMU niet alleen als duiker gerekruteerd; de organisatie hielp hem ook werk te vinden als visverkoper. ‘Vishandelaren van het vasteland hadden constant aanvoer van verse vis nodig. Daarom besloot ik vis van vissers te kopen en vervolgens door te verkopen aan de handelaren op het vasteland, die de vis naar steden als Mombasa en Nairobi exporteren”, vertelt hij.

Inmiddels is Abdallah getrouwd en verdient hij 10 tot 20 euro per dag. Hij moedigt ook andere jongeren aan zich als visser bij BMU aan te sluiten, vanwege de zekerheid van een vast inkomen gedurende de coronacrisis. Het BMU-project heeft het afgelopen jaar, toen de pandemie de toeristenindustrie van het eiland decimeerde, veel jonge mensen beziggehouden, vertelt hij, en zo ook ook afgehouden van drugs.

‘Ik ben blij dat meer jongeren zich richten op hun inkomsten en zo een drugsverslaving vermijden, zeker in de moeilijke tijd die we momenteel doormaken’, zegt hij. Vóór de pandemie bezochten meer dan honderd toeristen het BMU-koraalrif tijdens het regenseizoen, dat loopt van april tot augustus. Sinds maart vorig jaar registreerde BMU in totaal slechts dertig bezoekers.

Vrouwen sluiten zich aan

Abdallah is niet de enige wiens leven veranderde nadat hij zich aansloot bij BMU. De organisatie heeft ook al 230 vrouwen vast werk kunnen bieden. De 42-jarige Swabrah Mohamed Ahmed, voorzitter van Wasini’s vrouwengroep, is verheugd over de betrokkenheid van vrouwen bij het gemeenschapsproject.

Tegenwoordig wordt er geen beslissing genomen zonder vrouwen te betrekken.

‘Jarenlang had het eiland geen vrouwelijke duikers. Tegenwoordig wordt er geen beslissing genomen zonder vrouwen te betrekken. BMU heeft vrouwen aangemoedigd om zich bij de duikersteams aan te sluiten, die toezicht houden op illegale en niet-duurzame visserij en de illegaal boskap van mangroven”, vertelt Ahmed.

De BMU sponsort ook het onderwijs voor kinderen op Wasini; faciliteert scholen met benodigdheden en ondersteunt de betaling van docenten in het kleuteronderwijs. Ook is de moedersterfte afgenomen, vertelt Ahmed, omdat er nu gemeenschapsboten inclusief brandstof beschikbaar zijn voor medische noodsituaties. Die boten zijn ook beschikbaar om vissers te redden die op zee zijn gestrand.

Voor vrouwen als Sanura Ali, een 43-jarige moeder van zeven, heeft het programma de broodnodige ondersteuning geboden. Ze kon drie van haar kinderen naar school sturen via het sponsorproject. ‘In een gemeenschap die afhankelijk is van visserij en toerisme, brengen onze echtgenoten uren op zee door. Nu er genoeg vis is, hoeven ze niet meer zo ver te gaan’, vertelt ze. ‘En als ze gaan, vertrouwen we erop dat er in geval van nood snel redding komt Veel sneller dan vroeger, toen we voor hulp moesten aankloppen bij de Kenya Wildlife Service.’

Blauwdruk voor kustherstel

Het BMU-project dient als blauwdruk voor verder natuurbehoud langs de kustlijn van Kenia. Het wordt momenteel overgenomen in het gebied rond het eiland Pate in Lamu, aan de noordkust van Kenia. Voortbouwend op de kennis die met het Wasini-project is opgedaan, richt de gemeenschap op Pate zich op de transplantatie van snelgroeiende koraal in afstervende riffen en de transformatie van 20 hectare oceaan in beschermd zeegebied.

Het koraalherstelproject is een van elf projecten die profiteren van het nationale Klimaatadaptatiefonds. Andere projecten rond de kustdorpen Vanga en Gazi zijn bijvoorbeeld gericht op het stabiliseren van de kustlijn en de bescherming van lokale waterwingebieden.

Ontsnappen aan extremisme en armoede

De enorme terugloop van het toerisme tijdens de pandemie heeft de inkomsten in deze dorpen drastisch verminderd, en ze volledig afhankelijk gemaakt van visserij. De afgelopen tien jaar laat deze regio bovendien een toename van terroristische incidenten en gewelddadig extremisme zien. Deze natuurprojecten zijn dan ook van vitaal belang, zeggen lokale autoriteiten: ze beschermen niet alleen het milieu, maar helpen jongeren ook ontsnappen aan extremisme, druggebruik en armoede.

‘De meeste jongeren hebben weinig om handen vanwege de hoge werkloosheid. Dat maakt hen vatbaar voor drugs maar ook voor radicalisering, met haar belofte op een beter leven’, vertelt Muzyn Ahmed Muses van de Keniaanse kustontwikkelingsautoriteit. ‘Maar dankzij het BMU-programma’, zo zegt ze, ‘bezitten veel jongeren op Wasini nu een boot of een restaurant. Zij nemen anderen uit het dorp in dienst en inspireren weer anderen om deel te nemen aan de natuurbeschermingsprojecten om zo een fatsoenlijk inkomen te genereren.’

Dit stuk is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Climate Home News.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift