"VS overspoelden Irak met clandestiene wapens"
Pratap Chatterjee
23 september 2008
Clandestiene wapenleveranciers hebben Irak sinds 2003 overspoeld met ongeveer een miljoen wapens. Dat gebeurde in opdracht van de Amerikaanse en Iraakse regering, blijkt uit een rapport van Amnesty International. Een groot deel van de wapens is nu zoek of kwam terecht in handen van opstandelingen.
Het rapport Blood at the Crossroads: Making the Case for a Global Arms Trade Treaty belicht de catastrofale gevolgen van de ongebreidelde wapenstroom voor de mensenrechten in Irak. Het onderzoek werd verricht door TransArms, een Amerikaanse organisaties die de internationale wapenstromen in kaart brengt.
Taos Industries
Volgens de auteurs hebben Bagdad en Washington officieel 217 miljoen dollar uitgegeven aan de bewapening van het Iraakse leger, de politie en de veiligheidsdiensten van de verschillende Iraakse ministeries. Ongeveer de helft van dat bedrag ging naar het bedrijf Taos Industries, de grootste leverancier van kleine vuurwapens aan Irak sinds de invasie in 2003.
In de laatste vijf jaar sinds de invasie in Irak heeft het bedrijf zeven van de 47 wapenleveringscontracten aan Irak binnengehaald, goed voor 95,1 miljoen dollar.
Het grootste deel van de verkopen bestaat uit infanteriewapens als machinegeweren, scherpschuttergeweren, granaatwerpers en pistolen. De onderzoekers vonden ook documenten die suggereren dat verschillende onderaannemers van Taos illegaal opereren of door de Verenigde Naties bestempeld worden als wapensmokkelaars.
Zo sloot Taos een contract af met het Moldavisch-Oekraïense bedrijf Aerocom voor de levering van 99 ton wapens aan de Iraakse veiligheidsdiensten, grotendeels kalasjnikovs. Aerocom heeft een kwalijke reputatie. In 2002 beschuldigde een expert van de VN-Veiligheidsraad het bedrijf ervan wapens te smokkelen van Servië naar Liberia en zo het VN-embargo te schenden. In mei 2005 bracht de Italiaanse krant Corriere della Sera ook al aan het licht dat er bij rebellen in Irak duizenden Beretta 92S-pistolen in beslag genomen waren die door Taos geleverd waren aan een Amerikaanse basis in Bagdad. Een Italiaanse rechtbank stelde de weinig transparante transportmethode van de wapens in vraag.
Ondanks de twee beschuldigingen bleef de Amerikaanse overheid contracten toekennen aan Taos, het meeste recente in oktober 2007. Het bedrijf zelf ontkent alle beschuldigingen. “Taos verkoopt maar aan één klant: de Amerikaanse overheid. Het bedrijf heeft informatie over de transacties in het Amnestyrapport overgemaakt aan het Congres en het ministerie van Defensie.”
Verdwenen wapens
Amnesty stelt niet alleen vragen bij de wapenleveranciers en de wazige manier waarop de wapens geleverd worden, maar zegt ook dat er niet voldoende controle is over waar de wapens terechtkomen. Dat wordt ook door twee Amerikaanse overheidsrapporten bevestigd.
In oktober 2006 bracht een rapport van de Amerikaanse Special Inspector General in Irak aan het licht dat maar voor 2,7 procent van de 370.000 infanteriewapens serienummers werden bijgehouden. In veel gevallen dienden de leveranciers niet de nodige formulieren in. In juli 2007 stelde een rapport van het Amerikaanse rekenhof dat er minstens 190.000 wapens “niet teruggevonden konden worden”. Volgens wapensdeskundigen is dat een ernstige fout. “Het is waarschijnlijk dat een groot deel van de honderduizenden vuurwapens die ‘verdwenen’ zijn in Irak, in handen gevallen zijn van rebellen of naar andere landen verscheept zijn”, zegt William Hartung, directeur van het Arms and Security Initiative van de New America Foundation.
Volgens Amnesty moet de situatie in Irak gezien worden als een onderdeel van een groter, mondiaal probleem met ongelimiteerde wapenverkopen. “Het is dringend tijd voor een verdrag rond de wapenhandel”, zegt Brian Wood van Amnesty. “Zestig jaar na de ondertekening van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens moeten de regeringen tot een overeenkomst komen over de internationale wapenhandel, met mensenrechten als centraal thema.”